I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 20
20
waar sprake is van gemoedsbez waren) hoofdzakelijk met ééne enkele partij in één bepaald kerkgenootschap, -en deze zeker kan nooit harerzijds op de school aanspraak makeUi^ Indien bijv. de geachte spreker uit Gouda ons te gemoet voert
iTxaar (vooral
slechts
den Bijbel van de school verbannen," zoa ik hem kunvragen: »Wilt gij den Bijbel op de school, uitgelegd door mij ?" Indien de geachte afgevaardigde uit de woorden waarin de rijken, die in de laatste dagen schatten vergaderen, door den Eschatoloog tot bekeering worden vermaand, het bewijs trekt dat in Nederland een wetboek van den arbeid moet worden ingevoerd om onze toekomst te verzekeren 'dan is die uitlegging, indien ik haar in het verband lees, mij vreemd; maar wanneer dien spreker uit hetzelfde kapittel de woorden worden voorgehouden waai'bij de eed verboden wordt, dan geeft hij mij eene uitlegging, waardoor het verbod vervalt. Ik geloof dat hem de gaaf der uitlegging beter eigen is dan mij, maar ik vraag: Beteekent uw Bijbel op school iets anders dan dien Bijbel uitgelegd, toegepast en gebruikt zoo als gij het verlangt ? En is het dan wonder, dat er geen Bijbel op de school wordt toegelaten indien die school niet is eene bepaalde gezindheidsschool ? Maar indien aan de Kerk het onderwijs niet kan worden overgelaten en dat ook omdat zij, al is zij van verlichting nietafkeerig, toch voornamelijk en zoo noodig uitsluitend het oog vestigt op het zieleheil van hare kinderen, niet op hunne aardsche belangen, dan vraag ik, of, wanneer de Staat een behoorlijk georganiseerd onderwijs weet te stichten en te onderhouden, dan de eisch niet gerechtvaardigd is, dat ook ieder kind van het lager onderwys zal gebruik maken ? Men zegt: dat is in strijd met het recht van de ouders. Dat recht van de ouders begrijp ik niet. De geachte spreker uit Arnhem voegde mij bij de algemeene beschouwingen te gemoet: uwbegrip van publiek recht is klassiek. Dat is ook zoo; ik heb het, even als hij, uit de Instituten van Justinianus geleerd. Maar hij voegde er bij De Christelijke inaatschappij is gebouwd op het huwelyk, en dientengevolge op de familie. Daargelaten of de Kerk in de eerste eeuwen zich zoozeer eene voorstanderes van het huwelijk betoond heeft, weet ik niet beter of de kerkelijke definitie van het huwelijk is ook voeder aan het Romeinsche recht ontleend; maar ik weet tevens, dat het Christelijk, zoo men wil, maar ik' zou liever zeggen Germaansch rechtsgevoel de rechtsbetrekking tusschen ouders en kinderen geheel veranderd heeft. Terw-ijl volgens het Romeinsche recht het kind was een voorwerp van recht van den vader, wil het Germaansch recht die rechtsbetrekking geregeld hebben naar de verplichtingen der ouders jegens de kinderen. Het kind is geen voorwerp van recht, maar van liefde. Nu vraag ik: kan eenig vader beweeren, dat het zijn plicht is aan zijn kind het eerste onderwijs te onthouden, wanneer de school, waarin dat onderwijs genoten wordt, voor het kind door den Staat kosteloos opengesteld is? Zegt men:^»Indien gij dat wilt, onderdrukt gij i-
Gij hebt
nen
,
,
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's