I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 14
14
En nu de spéciale wijzigingen, die ik zou meenen, dat nu reeds in onze schoolwet zijn aan te brengen. Ze zijn van tweederlei aard: wijzigingen uit hoofde van het paedagogisch en wijzigingen raken^g het
regtsbeffinsel.
Voor zooveel
de paedagogische beginselen betreft, wensch'ik: dat het tdtgebreid lager onderwijs in dier voege zich naar de werkelijkheid scbikke, dat het voldoe aan de vereischten, die het volksleven zelf stelt. Immers, het volk is niet om de school, maar de school om het volk. Het uitgebreid lager onderwijs moet daarom verschillen naarmate het gegeven wordt op het platteland of in de steden. Op het platteland moet het dienen voor de a. urbane kolonie die men op onze dorpen vindt, en 5. voor de theoretische opleiding van den lavdbouwer. In de steden daarentegen moet het voldoen a. aan de behoefte naar iets hoogere ontwikkeling van de lagere burgerklasse, en b. door middel van vakscJwlen, strekken tot theoretische opleiding voor de ambachten. dat men bij scholen van lager onderwijs drie rangen invoere 2o. voor het onderwijzend personeel. Ook dit is een eisch aan den werkelijken toestaind van het volksleven ontleend. Eene. dorpsschool van 120 a 150 leerlingen is geheel iets anders dan eene stadsschool van 500 scholieren, komende uit eene bevolking, die intellectueel doorgaans hooger staat. De vrijheid om hulponderwijzers aan het hoofd eener school te plaatsen, vermeerdert het aantal rangen niet. Veeleer is art. 20 van de wet van 1857 eene vlek op onze wetgeving. En zijn er met der daad tivee soorten van scholen, dan is ook een dubbele rang van onderwijzers onmisbaar. Wil men den eenen rang dien van hoofdonderwijzers en den anderen dien van onderwijzers noemen, mij om het even, mits voldaan worde aan den eisch, dat het onderwijzend personeel voor onze steden eene hoogere intellectuele ontwikkeling bereike, uitgedrukt in hunne qualiteit. 3o. herstel van de schoolhierarchie. Thans wordt een hulponderwijzer door den gemeenteraad aan den hoofdonderwijzer toegevoegd. Dit strijdt met het monarchaal karakter van eenheid van de school, en daarom wensch ik dat de hulponderwijzers niet zullen benoemd worden dan op voordracht van de hoofdonderwijzers. 4o. differentiële regeling der schooluren, voor het land en voor de steden, opdat het onderwijs ten platten lande zich kunne schikken naar de behoeften van den veldarbeid, en niet deze misstand voortbesta, dat de dorpskinderen week op week de school verzuimen zonder in hun geweten te gevoelen dat hierin iets kwaads steekt; wijl de natuur in het dorpsleven het eischt en de publieke opinie het niet veroordeelt. 5o. verhooging van het minimtim-salaris, maar niet in dien zin, waarin het bij voorbeeld door de Vereenigihg voor volksonderwijs gevraagd wordt, die in dezelfde fout vervalt als de schoolwet, door namelijk een zelfde minimaal-cyfer aan te nemen voor alle gemeenten des rijks. Zelfs met een minimaal-cijfer van ƒ 900 zou de onderwijzer in Amsterdam of Rotterdam gebrek lijden, terwijl een ander in menig klein dorp er in betrekkelijke weelde van zou lo.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's