I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 71
15 Integendeel meendeu èn pers èn publiek èn Wetgever de ware vroomheid door deze enting van het veredelde lot te zullen bevorderen. Wat men bestreed, wa,s niet de echte maar de valsche vroomheid. Niet de Kerk, maar de secte. Niet de Openbaring der Hemelsche genade, maar van den helschen haat. Ter goeder trouw mag daarom van de meeste Sohoolwetmannen ondersteld, dat ze metterdaad volksgaluk door volksontwikkeling tot hun oogmerk kozen; vast overtuigd dat het oude Christendom hieraan schadelijk, alleen hun nieuwe godsdienst der humaniteit hieraan bevorderlijk was. Een kunstig systeem hadden ze hierop uitgevonden. Een wet der vrijheid zou onze Schoolwet zijn; ieders overtuiging eerbiedigen het heil van volksontwikkeling verhoogen en aan de kweeking vatt alle Christelijke en maatschappelijke deugden dienstbaar zijn. In ernst, wat verlangde men meer? Edoch, let op de keerzijde. Christendom boven geloofsverdeeldheid sloot behendiglijk de deur voor allen geopenbaarden godsdienst, voor de Schrift, voor den naam van Jezus Christus als Verlosser, maar liet haar op meer dan een kier staan voor den zelfuitgedachten godsdienst van het Modernisme, voor den Catechismus van het Nut en de vooi'stelling van Jezus naar de leer onzer moderne Samosateners, d. i. als genie der vroomheid. Eerbiediging van aller overtuiging smoorde op de lippen van leermeester en scholier het protest tegen den Godloochenaar, maar mocht niet zoover gaan om ook den sectehaat der geloovige Christenen te ontzien. Vrij zou het, onderwijs zijn, mits onder dien verstande, dat elk en een iegelijk, die, na zijn cijns voor de Staatsschool betaald te hebben, het geld voor een tweede school op eigen kosten niet bezat, d. w. z. acht tienden der natie, van deze vrijheid, anders dan in schyn, waren uitgesloten. Zoo gelukte het een Volksschool in het leven te roepen, die schijnbaar in het stelsel der vrijheid paste. Een stelsel, dat concurrentie in- en schoolplicht uit'siooi en, sterk door zijn spelen met den Christelijken naam, zonder openlijken dwang het doelwit zou bereiken. Zoo ingenomen was men dan ook met dit stelsel, dat men luide profeteeren dorst, hoe nu eerst de nationale ontwikkeling een vaart zou nemen. Had den moed om u een gesfacht verder te denken, een geslacht, op die wonderschool gekweekt, en ja, ge hadt wel eens van Neerlands luister in de dagen der Eepubliek gehoord, maar van den volksbloei, die nu te komen stondt, hadt ge geen begrip Bijna twintig jaren verliepen sinds, en wat is er van dio hoog;
—
dravende fanfare geworden ? God.sdiensttwist zou voor zoo
fel
Als
als
thans.
een
eenig
altijd
uithebben en nooit woedde hg
volk zou onze natie zijn
waren we sterker verdeeld.
saamgesnoerd ea nooit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's