I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 133
21
Omgekeerd zijn in Portugal én Spanje de niet-KB,th.o\ieken nauwIgks aanwijsbaar en vormen de 40,000 Protestanten en 25,000 Joden op de. ruim zeven en twintig millioen Roomscbe inwoners een te kleine minderheid, om op 's Lands wetgeving invloed te kunnei\ oefenen. Daar uit dien hoofde de moeilijkheid, waarvoor de Schoolquaestie ons plaatst, in die landen niet bestaat, kan hun wetgevende arbeid ons bij de oplossing dezer quaestie niet te stade komen. We bepalen ons daarom ten hunnen opzichte tot de algemeene opmerking, dat het onderwijs in den godsdienst der Staatskerk er van Staatswege aan de volksschool is opgedragen. Uitvoeriger moet daarentegen onze mededeeling zijn aangaande het Engelsche schoolwezen, gelijk rlit door de Bill van 9 Augustus 1870 geregeld is. Engeland en Wales, waarvoor deze Bill geldt, heeft bijna 24 millioen inwoners, waarvan ruim 1 8 millioen tot de Staatskerk, ruim vier millioen tot de Dissenters, ruim één millioen tot de Koomsche Kerk behooren, en een 40,000 Joden zijn. Houdt men hierbij in het oog, dat ook de leden der Staatskerk in drie groepen gedeeld zijn, naarmate ze tot de ritualistische, oudkerkelijke of Evangelische partij behooren, wie stemt dan niet toe, dat de uit den gemengden aard der bevolking moeilijkheid, die zich in de Schoolquaestie voordoet, ook voor Engeland alleszins bestaat ? Hoe nu tracht de Engelsche wetgever dit bezwaar te over"
'
winnen
?
wet gaat uit van het beginsel, dat allerwegen in het land voldoende gelegenheid voor alle kinderen, die in de schooljaren vallen, moet bestaan, om behoorlyk lager onderwijs te ontvangen, zonder dat de godsdienstige opvoeding schade lydt. Om dit te kunnen beoordeelen, stelt zij vast wat tot een behoorlijk lager onderwijs vereischt wordt, en legt aan de overheid de verplichting op, om allerwegen, in zooverre het particulier initiatief tekort schiet, openbare scholen te openen. Ze deelt daartoe het land in schooldistricten in en beveelt dat uit de cijfers worde opgemaakt, of en in hoeverre in elk dezer districten aan de behoeften voldaan is. Daarbij wil ze: lo. dat buiten rekening blijven alle kinderen in wier onderwijs op behoorlijken voet door streng confessioneele scholen wordt voorzien, en 2o. dat als openbare lagere school erkend worde elke school, die aan de ouders der kindereu de Zijn
om al dan niet het godsdienstig onderwijs by te wonen. Als openbare lagere school, zegt artikel 4 der acte, zal erkend worden elke school, die voldoet aan deze vier vereischten: a. dat geen godsdienstige vereering van eenig kind tegen den wil zijner ouders zal gevergd worden, en dat het Omgekeerd, van geen godsdienstige vereering zal worden afgehouvrijheid laat,
den, die zijn ouders het voorschrijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's