I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 18
18 eene instructie de overweging van het ontwerp bij de Staten voorVooral ten aanzien van maatregelen, welke op vele bijaferaan ? zondere belangen invloed hebben, meenen de Britsche wetgevers dp raadpleging zoo ver mogelijk buiten hunne vergaderzaal te moeten uitbreiden. Hoezeer steekt bij deze hooge en bescheidene wijsheid de ligtvaardige haast onzer vergadering af!" De heer van Zuijlen heeft reeds II/2 jaar geleden in deze Kamer dezelfde gedachte aan de Regeering in overweging gegeven. En daarom, ik zou zeggen: de krankheid is aangewezen, doortastend handelen is noodig. Indien gjj niet kunt komen tot de pertinente verklaring die ik wensch, en kunt ge geen eigen advies laten hooren, houd dan consult. Maar liever nog ontving ik de gewenschte pertinente verklaring, en wel om de winst die dit bieden zou voor het volk, voor de Kamer en voor den Minister zelf. De publieke volksopinie houdt zich steeds Win'ste voor het volk. met deze materie bezig, maar redeneert, gelijk men zegt, in het honderd; zij zwalkt stuurloos op de golven van eene ongedisciplineerde discussie voort zij kiest niet het vaste punt waarop zij den Eerst als de Minister van Binnenlandsche Zaken blik kan rigten. een stellig woord spreken wil, zal zij een baken hebben waarop zij kan aansturen. Dan zal de publieke opinie hare taak kunnen afspinnen, eer de Kamer de hare aanvangt en bij de natie eene opinie doen rijpen, waarover de Kamer zal hebben te beslissen. Maar ook voor de Kamer acht ik het van belang dat men tot eene pertinente verklaring van zienswijze korae. Nog slechts weinige maanden scheiden ons van de verkiezingen. Nu is er eene opinie in de pers en in vele kringen der natie dat de Kamer niet meer geheel en al het orgaan is van de levensgedacbten die in den boezem der natie gisten, en dat zij uit dien hoofde niet meer het onverdeeld vertrouwen der natie bezit. Ik zeg niet, dat ik zoo oordeel, ik constateer slechts het feit. dat er aldus geoordeeld wordt. Hoe daaraan een einde te maken ? Het bost, dunkt mij, door de periodieke vei'kiezingen, mits deze zuiver als goud zijp, dat wil zeggen, dat men bij de verkiezingen in elk district wete, welke beginselen de tegenwoordige leden in deze alles dominerende quaesIk voor mij althans heb mede daarom zoo uittie zijn toegedaan. voerig mijne denkbeelden over de schoolwet gepreciseerd, opdat het publiek zou kunnen oor^eelen, het aan mijne kiezers overlatende in hoeverre die denkbeelden hun gevallen. Ook voor het Ministerie ten slotte acht ik een duidelijke, ondubEene Regeering moet leiden zinnige verklaring schier onmisbaar. en niet geleid worden. Met instemming hoorde ik daarom van den Minister van Binnenlandsche Zaken, dat het gezag zijns inziens bier uitgaat van den Koning, en dat hij er bijvoegde: »Wij, Regering, maken ons niet tot de geëraancipeerden der. Staten-Generaal; wij komen met onze overwegingen en denkbeelden, en laten het aan de prudentie der Staten ter beooi'deeling, of onze voorstellen :
al
zal
dan niet hunne goedkeuring wegdragen." Maar dan mag ook, het Kabinet in de trouw derr natie wortelen, de leidende poli-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's