I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 29
29 dan ook den tusschenschakel van het historisch betoen paarden en ruiters verzwolgen in de diepte en de hard geplaagde, fel verdrukte minderheid door 's Heeren ar in werd Vergete
drijf
hij
niet,
verlost.
Het onschuldig Lam. Kent men in den kring onzer lezers den ongex'oepen eerste volgnummer der moderne Plakaten?
steller
van
het
Zijn
beeld
anders licht gegrepen!
is
Hij gaf het
u
zelf.
Kappeyne noemde onschuldig Lam."
zich
in
de
zitting
van
9
December
r>een
Kamer derwijs op het dwaalspoor bracht? indruk van ontembare kracht, van voor niets terugdeinzenden moed, wat wil men, van een snuivend, stampvoetend ros, of van een bruUendeu, manenschuddenden leeuw, had men ontvangen. .... en zie er was de teerheid van het lam schier de Wie
toch publiek, èn land, èn
Een
,
,
zachtheid der duive. Misschien zal zoo verrassende autodaguérreotype een toekomstig zoöloog op den inval kunnen brengen, of Neêrlands veestapel in het jaar des Heeren 1874 ook lammeren met hoorntjes teelde, ons ligt in die zelflammekens die duchtig stooten kunnen bekentenis waarheid. Kappeyne is een onzer uitmuntendste Kamerleden. Diep als weinigen huist hem het gevoel voor recht en voor wat billijk is in de borst. Zyn kennis slaat haar fundamenten zeldzaam ver in lengte en Er is in haar soliditeit, gepaard aan nauwkeurigin breedte uit. heid. Zijns is een geest, die tegelijk het kleine en het groote omHij heeft een oog voor het bosch en voor den boom. vat. Meer nog. Die kennis kent geen karigheid. Hij vreest niet, als het corps halfweters, dat een aalmoes aan ,
,
—
den minkuudige hem verarmen zal. Zijn schat van geleerdheid is een goudmijn waarin hij ieder hulpbehoevende vrij delven laat. Die mijn put men toch niet uit. Verre van u te weren, biedt hij u zelf ter ontginning van nieuwe goudaderen de gewillige, behulpzame hand. ^ Er is in Kappeyne's natuur metterdaad een goedhai'tigheid, die soms naar het weeke zweemt. Wie nam tot hem zijn toevlucht, zonder dat hij geholpen werd? Wie sloop in zijn tente en kreeg niet een hart onder den riem ? Tegen kleine tyraunen kan hij het opnemen voor den verdrukte. Geniepige kwellerij kan hij geeselen tot ze druipstaartend in haar hoek kruipt. Zóó de innerlijke onwaarheid van onze Schoolwet, die onder het mom van neutraliteit, van Christelijk vernis glinsterend, propo,
ganda
drijft
voor moderne ideën.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's