I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 101
13 andere heer Moens gewaagt van de Staatsschool alsof er van een volmaken ten nooit sprake is geweest. Hij wil door die school te ' te koste van tonnen gouds, de mogelijkheid om vrije scholen op wier in En maken. bezwaarlijker richten en te onderhouden, nog naam eischt hij dat? In 't belang van den Staat. Maar is hier de Staat hetzelfde als het volk? Ik bid den gemoedelijken gewezen godsdienstleeraar, thans inspecteur van 't onderwijs, zich toch eens godsernstig af te vragen of werkelijk ons volk gediend is van de dienstlooze school? Wij mogen toch de duizende Eoomschen niet voorbijzien; en dat onder de Protestanten de meerderheid van die volksklasse, waarvoor we de lagere scholen openden, de inoderne begrippen niet is toegedaan en de school met den Bijbel stelt boven een zonder het Woord des Heeren, zal de heer Moens zich nog wel herinneren. De moderne predikanten kunnen hem anders op dit punt alle mogelijke inlichtingen verstrekken. En toch wil men ons dwingen, uit onze beufs, scholen te helpen oprichten, die eerste wij niet verlangen, en ook zij niet, voor wie men ze in de
Overal, waar Bijzondere Scholen zijn, kan de plaats openen wil. zijn lager schoolgeld, de concurrentie in leerondanks Staatsschool, lingen-aantal niet volhouden. En vele ouders zenden nog hun kinen deren naar de Openbare School, door den nood gedrongen
—
handelen, alsof van dat alles niets bestond. Onze schoolmannen kennen maar één school de neutrale en omdat Is dit zij haar liefhebben, willen zij ons dwingen haar te betalen. geen tyrannie? Spreekt hier niet de weerzin uit tegen den godsdienst? Is dit geen „secte-haat?" Moet men, in plaats van ons te beschuldigen van heerschzucht, niet eerder zichzelf aanklagen? Voor zoover ik er over oordeelen kan, heeft dat streven om de vrije school te vermoorden, nooit in de bedoeling van den heer Thorbecke gelegen, al klonk in zijn mond het: «vrij", tot onze school gaan dan ook trougesproken, toch wel een weinig ironisch. wens vooruit. Het is veel gewonnen, dat we nu weten, wat wij aan elkander hebben. Laat ons krachtiger dan tot heden het volk toch
zal
men nu maar
:
;
We
bekend maken met de groote beteekenis van den strijd, wordt gevoerd. Hem, die Spanje's macht niet overmocht, Al brengen zal het jonge Holland, zonder geloof, niet verwinnen. wij hulde aan het Apostolaat, dat de heeren Moens en Kerdijk zich getroosten, wij moeten hen bestrijden, niet omd^t zij 't onderwijs verbeteren, maar omdat zij onze vrijheid te kort doen willen. En onze vrienden roepen wij toe waagt u niet roekeloos aan een openbaar dispuut, gelijk er thans op onderscheiden plaatsen gehouden worden. De onderwijs-quaestie mag niet met enkele citaten uit de geschriften van den heer Groen, en een zee van teksZij eischt ten en gemoedelijke toespraken alleen gevoerd worden. grondiger studie. Vraag het den heer Groen, vraag het den heer
inlichten; het die thans
:
Bijdrage ter toelichting der Van Otterloo, wiens voortreffelijke schoolquaestie," in 6 afleveringen thans kompleet, wij in aller handen wenschen. Wij hebben geduchte kampioenen tegenover ons, ,/
die
recht
hebben
van
ons
te eischen,
dat wij niet met papieren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's