I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 154
'
menigte moest komen, en hiermee was de consciëntiekreet gesmoord. Het stuk was vernageld. Dit doe ons dubbel op onze hoede zijn, om thans niet andermaal ia dezelfde fout te vervallen en nogmaals door verwarring van consciëntiekreet een Staatsrechtelijk vraagstuk te verspelen wataanvankelijk gewonnen werd. Spreek uit, dat het schi-eiend onrechtvaardig zou zgn de kansen voor de Vrije school nog slechter te maken dan ze zijn. Zeg, dat als de Vrije school er niet was, de Gemeentekas nog heel wat meer voor het Openbaar onderwijs zou hebben uit te geven. Vraag, of het niet billyk is, of het niet haar zedelijk recht zou zyn, dat men althans dit uitgespaarde geld aan de Vrije school restitueerde. Stel de quaestie of een Nederlandsch -burger, die een godsdienstige opvoeding voor zijn kind wenscht, minder recht op Staatsbescherming heeft, dan een ander burger, die op de school van geen godsdienst wil hooren. Bepaal u tot deze klare, duidelijke punten, die onder bereik van eiken Nederlander vallen, en ge zijt onverwinlijk sterk, door aan de kiezers een vraag voor te leggen, waarop ze kunnen antwoorden. Maar ook, laat u van dat standpunt afdringen, verlies u in legislatieve byzonderheden, daal af op de heidepaden van het Staatsen de natie volgt u niet meer, recht, ze laat u redekavelen en haspelen; ze wil wel gelooven dat het zoo goed zal zijn; maar geen snaar meer in het volksgeweten, die een hoorbaren toon geeft. Met het beginsel hebt ge tot uw gehoor de natie met quaesties van wetgeving krimpt uw gehoor tot een tiental dagbladschrijvers en een club politieken in. Men versta dus wel, dat we er van verre niet aan denken, om bij de stembus van Juni een gedetailleerd omschreven wetsvoorstel aan de orde te brengen. Laat de natie over recht of onrecht; laat ze over vrijheid of tyrannie oordeelen; laat ze kiezen tusschen een dorre tabel of levende Landshistorie laat ze uitspraak doen over het feitelyk dwingen naar een school zonder godsdienst van wie er niet zgn wil ; laat ze een Salomo's gericht houden over het kind tusschen den Staat en de ouders!
—
—
—
;
;
haar terrein. blgft ze binnen haar sfeer. Om quaesties van uitvoering te regelen, bestaat er een wetgevende macht. Slechts tegen één gevaar willen we waken. Onze natie is ook praktisch. En als nu tot het laatste toe werd rondgebazuind, dat de voorslag onuitvoerbaar', dat er geen wettelijke regeling op te 'vinden of uit te denken was ; dat het kortaf gezegd een onmogelijk voorstel dan bestond er metterdaad kans dat velen terugschrikten. was; Dat dit groote woord van onuitvoerba.ar, onmogelijk niets dan een vogelverschrikker is, ora de musscheu van het zaadkoren af te houden, spreekt van zelf.
Dat
is
Daarmee
—
'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's