I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 61
Concurrentiestelsel stelt het leven of den dood der vrije handen eener kunstmatige parlementaire meerderheid. Nog onlangs, bij het jongste onderwijsdebat, openbaarden de voorstanders der Staatsschool den toeleg, om 1. de kosten voor het onderwijs nog aanzienlijk te vèrhoogen, 2. van het beschikbaar onderwijzerspersoneel nog een geheel regiment voor de Staatsschool aan te werven, en 3. de kosten van het vrije onderwijs nog merkbaar op te drijven let wel, onder de uitdrukkelijke verklaring, dat aan wegneming onzer grieven van verre niet werd ge3.
Het
school
in
;
dacht.
Eeeds nu worstelt de, vrije school tegen het onmogelijke. Zo heeft gebrek aan vastheid, aan geld, aan personeel. Reeds nu is de profetie -niet gewaagd, dat ze, komt er geeu verademing, zal moeten bezwijken. Toch wordt openlijk de toeleg geproclameerd, om haar last driedubbel zwaar te maken, en of di'e toeleg zal worden gekeerd, dan wel onder de triomfkretén onzer Liberalisten gelukken zal, hangt af van .... een enkele stem in de Kamer; van den uitslag eener enkele verkiezing; van de vraag of de concilian ten in ons parlement, nu reeds, zoover gaan durven. 4. Het Concurrentiestelsel, gelijk dit thans vigeert, leidt niet tot de door wedijver het onderwijs vnnne. Voetstoots stemmen we toe, dat er zeer enkele gevallen aa wijsbaar zijn van ouders, die, in beginsel voor de vrije school, om haar voortreffelijkheid de Staatsschool kozen. Ook dat er ouders zijn, die, in beginsel voor de Staatsschool, om het deugdelijker onderwijs hun kinderen op de vrije school deden. Maar deze uitzonderingen beheerschen den toestand niet. Van paedagogisehen wedijver tusschen de Staatsschool en de vrije school is slechts in zeer enlcele steden en dorpen een schijn aanwezig. In den regel beslist het beginsel, dat men belijdt. Christenouders zenden hun kinderen liever naar een Christelijke school, ook al tobt ze met haar onderwijzerspersoneel, liever dan ze aan de Staatsschool toe te vertrouwen. En omgekeerd bekreunt men zich zoo weinig om paedagogische uitnemendheid, dat men gewoon is, zelfs zonder zweem van onderzoek, elke Christelijke School als Confessioneele pest en broeinest van onverdraagzaamheid te haten. Zoo is de wedstrgd van het paedagogisch op het principieel en politiek terrein overgebracht, en niet de opvoedkundige, maar schier uitsluitend de staatkundige concurrentie heeft tot opbeuring van ons schoolwezen geleid. Zoolang derhalve met Concurrentie in zake de volksschool steeds concurreeren met den Staat bedoeld wordt, komt ze ons onhoudbaar en verderfel^k voor, en het is alleen die concurrentie, die we beuitkomst dat
streden.
Dat ook in het sociale schen zou, ja, dat eerst sche uitnemendheid zou Edoch, voet bij stuk!
systeem der volksschool concurrentie heersysteem de wedijver tot paedagogiprikkelen, spreekt van zelf.
in dit
gelijk het
Handelsblad
zegt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's