I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 111
23 behalve en 30. Wat thans wellicbt bereikbaar schijnt, is alles »een beuzeling", heel wat anders dan »een kluitje in het riet," gaat veel 'verder dan onze voorloopige eischen ooit gingen. Niemand heelde zich dus in, dat, al werd ons deze eisch gegund, onze stryd tegen het on-Nederlandsche in onze Grondwet uit zou zyn. Die strijd komt hierbij ternauwernood te berde. Al vloeide ons het goud als een stroom toe, nog zou die strijd onverzwakt en onverflauwd blijven bestaan; terwille van de histoter wille van onze nationaliteit; uit plichtbesef; om het rie; In
den
afwachting daarvan is het alleen de vraag: Hoe zullen we onbesuisden aanval afweren, waarmee de HH. Moens en
feilen,
Kerdijk ons nog het weinigje willen ontrooven, dat we hebben? Hoe zullen we leven blijven ? Dat is geen staatsrechtelijk vraagstuk, maar een kreet om zelf-
behoud.
Daar
is
ieder toe gerechtigd.
Ook de niei-Kiezer. De moeder minstens' evenzeer
De eenvoudige ten als de vader. plattelande niets minder dan de spitsvondigste advocaat. Hoe men dat nu stuurt of inricht, is ons in zeker opzicht onverschillig.
Indien slechts gezorgd wordt dat de- verbetering van het onderwijs niet aan de belangen onzer school, maar ook onze school niet aan de verbetering van het onderwijs worde opgeofferd, is ons
de vorm
Weet
om het even. de Liberale pers, die zelf erkende: Elke verbetering van
de
maakt de positie der bijzondere school slechter, en dus toestemde dat we er zoodoende onder raken, een beter redmiddel, dan wij aangaven, niets zal ons liever zijn. Slechts één ding eischen we: Men late van zijn hardvochtige, onbarmhartige houding af. Men zegge niet langer wat het Vaderland schrijven dorst: ï-Ge zult er wel van slechter conditie meê worden; edoch dit is Staatsschool
onvermijdelijk!'' schrijft men niet als men van landgenooten spreekt. De gelden waarvan de Staatsschool en de gelden waarvan de bijzondere school leeft, komen ter laatste instantie liit dezelfde bron,
Zóó
t.
w. uit de kas der burgerij.
Daarin schuilt de moeielijkheid. Immers het spreekt wel van zelf, dat er in den boezem der natie slechts een beperkt aantal tonnen gouds voor onderwijs beschikbaar Neem dat cijfer zoo hoog ge wilt. Toch, ieder stemt het toe, is. heeft ook dat cijfer zijne grenzen. Nu trok de Staatsschool dusver reeds zoo onevenredig veel naar zich, dat er voor
de Christelijke school slechts een zeer bescheiden
deel overbleef.
Dacht
men
aan
verandering,
dan zou
er derhalve
eer sprake
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's