I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 77
21
-
Verbeeld u, de Openbare school lijdt aan atrophie der hersenen. Ze helpt het denken onzer natie achteruit. In ernst, wat men ooit zou vermoed hebben, dat nooit. Dat het godsdienstig en zedelijk leven binnen haar muren schraal bedeeld, deels zelfs benadeeld was, viel te gissen. Dat over onze vaderlandsche historie meer een banale kennis in den vorm van cijfers, namen en gemeenplaatsen, dan degelijke inzichten zouden verbreid worden, was wel eens gezegd. Maar bet denken achteruitgegaan Het denken de vrije uiting van een welgevormd oordeel Maar immers, daar was heel ons schoolwezen op aangelegd. Daarop kwam het in de schoolwet eigenlijk aan. Dat was, zoo niet het één-en-al, dan toch het hoofddoel, welks bereiking men ons waar!
!
;
borgde. Zelfstandige, zelfbewuste, zelfdenkende burgers, met een eigen oordeel en onafhankelijk inzicht te vormen, was immers het heil van het land, en juist uit dien hoofde stelde men een staatsrechtelijke premie op het» denkend deel der natie" in onze kieswet en weigerde in het belang van den Staat, zelfs aan de gemoedsbezwaren gehoor. Wie zou dan niet denken, dat op dit punt het openbaar onderwijs ten minste puik puik in zijn resultaten zou zijn ? Wie ter wereld had het zich anders kunnen voorstellen, dan dat de producten van het openbaar onderwijs met opzicht tot dit punt overal en zonder exceptie gaaf, geurig en van uitnemende qualiteit zouden zijn ?
En
nu deze verklaring
lees
„Wat de
mag men
opstellen betreft
examen onderwerpen,
:
van jouge menschen die zich aan een eind-
het stellen in de moedertaal, verwachten,
bij
dat
zij
blijken
geven van eigen gedaehtenleven en vau eigen opvatting.
>Dat hebben de meeste geëxamineerden niet gedaan." Ook deze :
„De onguQstige schrijven
afloop
van het
examen
in de geschiedenis schijnt vooral toe
aan het weinig nadenken van de geëxamineerden
te
de behandeling der
bij
gebeurtenissen van vroeger tijd."
Of deze
:
„Den meesten candidaten
ontbrak
aan zelfbewuste, th^retische kennis van
het
de taal en haar spraakkunst."
Voeg
er deze
bij
:
„De kennis der spraakkunst.. ledig, bij
der zelfstandige naamwoorden
„In
de groote kunst
te dragen,
«De
.
was
verre de meeste examinandi zeer onvol-
bij
sommigen kinderachtig gebrekkig. waren
om hunne
bij
bijna allen een
onwetendheid
van
te buiten
ware terra incognita.
gedachten ordelijk, klaar,
hadden maar zeer weinigen het
ging alle grenzen
Zinscheiding, spelregels, de geslachten
sommigen
in
tot
een betamelijke
bondig
en
vlpt voor
hoogte gebracht.
de letterkunde van hun eigen vaderland
en was inderdaad allerschandelijkat."
•
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's