I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 64
Wat
zin niet.
uu
doet
komt op met
die partij? Zij
koud hebbeu, maar
het
het Staatsonderwijs
onedel.
water
is
uiet koud.
Welk
belang heeft die partij
van dat water, tegen het gebruik waarvan „Burg.
Weth.
en
men moet daarom wat
doet
gebied
lijk
die
den graad van koude
Daar
billijkheid.
Het
hoog.
schijnt wel iets voor* doch
doet juist de antirevolutionaire parüj
wil
dat
spr. ziet,
;
wat hier in Groningen op kerkezonder
;
te vragen,
en nobelste deel van het volk geweerd wórdt, stuurt
die haar aan dat doel nader willen brengen.
Hij
'
wenschelijk, dat iedere partij
is
op het doel, dat haar als het goede doel voor oogen
te kiezen,
daarom
bij
gemoedsbezwaren heeft?
niet tot hare kleur behoort;
bekwaamste
het
partij los
sonen
dat
acht,
wat
wilt het water
gij
voorgevallen, levert daarvoor het sprekendst bewijs
is
daardoor
of
komen op de
zij
toch niet te veel toegeven.
goed
zij
alles uitsluit
zij
te zeggen,
Spr. vindt dergelijke tegenwerking van
die
uitsluiting
zelfde
staat,
door per-
Spr. acht die partij
de andere partijen en kan zich
bij
anders geen gezonden toestand denken.
„Burg. en Weth. willen de beginselen en meeningen der antirevolutionaire' parlij
de
in
schoolcommissie
hun onbedacht bij
vertegenwoordigd
zien
wil
spr.
:
aannemen, dat
pen gevloeid
is,
maar van beginselen kan
de vaststelling van de wet, niet
bij
de uitvoering.
Burg. alsof
en
een
uit de
Weth.
stellen
met
een als
zoo
men
anti-revolutionair,
Het komt
eerste
er sprake van bekeering zou
is
een
slechts
kunnen
spr.
voor, dat
men
met een anti-staatsschoolman, maar
heeft niet te doen
het
woord
voor, hetgeen spr. als eene utopie beschouwt,
anti-staatsschoolman bekeerd zou worden.
daarbij niet onderscheidt;
Maar
het
dit
alleen sprake zijn
zijn,
uitvloeisel
van het
laatste.
zou ook de geheele commissie
bekeerd kunnen worden, wat de Baad van Groniogen wel niet wenschelijk zou achten.
Maar
de
er bekeering plaats
hetzij
waarschijnlijkst,
commissie
het gevolg
en
die
het
hebbe of geen bekeering, en
van het een en ander spoedigst
zal
dit laatste is het
een eindelooze
strijd zijn in
daarvan vermoeid werd, zou ophouden lid
te
blijven."
Het einde van het debat was, dat van de 24 raadsleden de helft den hoogleeraar Gratama verklaarde, terwijl de andere helft, na zich blijkbaar vooraf verstaan te hebben, eenparig op zich voor
den onderwijzer Rijkens stemde. Hierop dient gewezen .> Van tweeën één toch. Of de aitsluiting, het ondanks openlijke voordracht van Burgemeester en Wethouders voorbijgaan van een man als Prof. Gratama, vloeit uit den geest der Wet van '57 voort, die dan uit haar eigen vruchten geoordeeld wordt. Of wel, ze strijdt met den geest dier wet, maar is dan, erger nog, een smadelyke hoon, aan alle voorstanders der vrije school in een uitnemenden geestverwant ats Prof. Gratama aangedaan Wat kiest de liberale partij ? Haar uitlatingen worden meer en meer verdacht. .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's