I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 42
10
met hoe weinig ingenomenheid de eischen van den heer Moens in Kamer waren ontvangen. Vandaar onze afwachtende houding, die we tot op het Kamefi debat hebben aangenomen. Vandaar het zeer verklaarbai'e feit, -dat ook onze afgevaardigden in de Tweede Kamer, nog steeds op neutravan het program des heeren Moens door gelijktijdige lizeeriug erkenning van onze rechten hoopten. Te meer grond bestond hiervoor, daar de Tweede Kamer de Eerste niet gevolgd was in haar protest, ten tijde der Troonrede, tegen elke tegemoetkoming aan de consciëntie-grieven van het de
.
grooter deel der natie. Eerst hangende het onderwijs-debat kwam aan het licht, tot welk een rechtsomkeert men in het liberale kamp, ook in de Tweede Kamer, besloten had. Ter ontveinziug van eigen verlegenheid ter bedekking van haar ter weeroprichtiug van haar innerlijke wanhopige verdeeldheid gezonken moed, gevoelde men ook daar een schelklinkend, forsch aangrijpend, door zijn overmoed verblindend program van noode te hebben, zou men bij de Juni-zon de slinking van eigen krachten ;
;
niet jammerlijk zien doorgaan.
Zóó forsch was zelfs de keer die dit besef in den stand van zaken bracht, dat niet slechts de voormannen en heethoofden, maar vooral ook de Godefroi's en Van Eck's, die men wel eens als den Conservatieven nasleep der Liberalen aanwees, wedijverden met wie het warmst enthousiasme, met de gloeiendste bewoordingen, niet slechts op ï-ealiseering, maar zelfs op onverwijlde realiseering aandrongen van het doodelijk program voor alle vrije ondervvys Verzwaring van druk zonder rechtdoening op uw grieven Daarmee was de teerling geworpen! Wat men van niemand, óók niet van onze richting vorderen kan, is het begaan van zelfmoord.
Binnens- en Buitenskamers. Drie stellingen meenen we dat vaststaan, Het dusver gangbüre liberale stelsel, nog kortelings door 1. Thorbecke in zijn narede bepleit, oordeelt dat de Staat slechts dan de hand aan het onderwijs heeft te slaan, als de veerkracht der burgerij ter inrichting en instandhouding van een 'degelijk onderwijs te kort schiet.
Diesovereenkomstig eischte het stelseldat aan de bijzondere ruimschoots gelegenheid werd geboden om haar kracht te beproeven. En even uit dien hoofde werd het gedeeltelijk monopolie, dat 3. door de Wet van '57 aan den Staat werd gegeven, niet krachtens het stelsel, maar in weerwil van -het stelsel, met verwijzing naar de exceptioneele toestanden van ""het oogenblik verdedigd. 2.
school
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's