I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 21
21 de minderheid," zou ik bijna zeggen: » Welnu, dan moet, die minderheid maar worden onderdrukt, want dan is zij de vlieg, die de gansche zalf bederft, en heeft zij in onze maatschappij geen recht van bestaan." Dr. A. Kuyper antwoordde in dezelfde zitting
o. a.
het volgende:
De geachte spreker (de heer Kappeijne) heeft zijn stelsel geconcentreerd in deze, ik zeg het met diepen ernst, ontzettende uitdrukking: ,/dan moeten des noods de minderheden maar onderdrukt, ioant dan zijn zij de vlieg, die de apotheïcerszalf stinkend maakt." Dat enkele woord is mij een volkomen genoegzaam antwoord op mijne vraag, gisteren gedaan waarde ambtgenoot, waar zit gij ? Zit gij werkelijk in dien somberen hoek, waar het despotisme, waar de tirannie, waar het- Staatsabsolutisme zijne tente heeft opgeslagen? Wat is absoluut? Absoluut is wat geen grenzen heeft, of wat geen andere grenzen heeft 'dan het zich zelven gelieft te stellen. Nu vraag ik den spreker: waar zijn bij uwe Staatstheorie de grenzen die de staatsmacht beperken? En hij weet ze zoo weinig aan te wgzen dat als er teii slotte in de conscientie althans zich nog eene grens voor de staatsmacht zou aanbieden, hij zegt: Verpletter die minderheid, en neem die vlieg, die mijne kostelijke zalf bederven zou, weg Daartegenover, hij vroeg stelsel tegen stelsel, stel ik dit dat de staatsmacht wel tei' dege haar grenzen heeft en dat die grenzen het product, de resultant moeten zijn van de worsteling tusschen den Staat en de levensvragen der maatschappij. In die maatschappij bestaan zelfstandige kringen, wier eigenaardig gezag niet ontleend is aan den Koning op aarde, maar aan den Koning daar boven, en in hunne worsteling met den Staat zijn zij het die de grenzen bepalen, waar binnen het Staatsgebied zich te beperken heeft. Wanneer een vader liefde, eerbied en gehoorzaamheid van zijne kinderen eischt, ontleent hij het gezag daartoe niet ann de Grondwet maar aan Gods ordening, want hij is vader over zijn kind „bij de gratie Gods", even goed als onze Koning bij de gratie Gods regeert over het Koninkrijk der Nederlanden. Zegt nu de geachte spreker dat de staatsmacht dermate moet uitgebreid dat ten leste zelfs de conscientie zou moeten onderliggen; en vraagt gij mij dan wat mij tegenover dat streven als laatste steunpunt geldt, als onwrikbare vastigheid, waardoor het vrije leven der maatschappij kan gewaarborgd worden, dan antwoord ik: dat biedt u het geloof. Het geloof, dat is geen confessionele belijdenis, maar dat geloof, hetwelk de innerlijke verbondenheid van mijn persoon in het diepste van mijn hart is aan dien God, die leeft daarboven, en aan wiens almacht ik door het geloof de macht kan ontleenen om, indien al de Staat zijne gansche macht tegen mij teerde, des noods alleen pal te staan en te toonen, dan de conscientie, mits door het geloof aan een hoogere macht verbonden, eene grens gesteld is, die zelfs de Staatsmacht niet duurzaam kan overschrij:
!
:
m
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's