I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 26
26 het hoofd te bieden, hiermee is nog niets gemet goed wonnen ; de Eerste Kamer, lange jaren schier niet meegeteldj zal tegenover dit Kabinet van zich doen spreken, en, meer dan onze Ministers lief is, een hof van appèl worden voor de niet-ontvafikeiijk verklaarde eischen van de liberale party in de Tweede.-Reeds bij het adres van antwoord vertoonde zich dit opmerke-
gevolg
lijk
verschijnsel.
Ze sprong voor de moderne secteschool in de bres'met een vastberadenheid en wilskracht, die zeldzaam afstak bij haar vroegere lethargie.
^
Spelend, gelijk alleen hij dat kan, zocht de Minister Heemskerk dat scherp protest te neutraliseeren, door de coraische voorstelling, alsof de toenmalige verklaring niet aan het adres van den Minister, maar aan de Tweede Kamer ware gericht geweest. Slecht bekwam hem die ironie. Nauwlijks toch waren de beraadslagingen over de Staatsbegrooting in de Eerste Kamer geopend, of hetzelfde protest, nogmaals verscherpt en verduidelijkt, werd op de stelligste manier, nu zonder uitweg tot ironie over te laten, herhaald. De poging van den Minister om zich nogmaals met een » praatje" uit het gedrang te redden, mocht niet baten. Ze gaf der liberale oppositie slechts aanleiding, om in nog krasser en beslister termen haar wil aan het Kabinet te dicteerea en, op straffe van ongenade, gehoorzaming van haar decreeten te eischen. Zelfs een bij uitnemendheid ware opmerking van den Minister Heemskerk prikkelde slechts tot feller verzet. Men had vooral op het gevaar der * uiterste richtingen'^ gewezen. Maar van het juiste midden, veroorloofde de Minister zich hiertegen de opmerking, dat ook de Modernen zulk een uiterste richting vormden. En wat antwoordde de oppositie hierop? Dat ze met haar verdict tegen de uiterste richtingen allerminst vonnis tegen de Modernen sloeg, daar immers voor haar Staatsschool van de Modernen niets te vreezen, eer alles te hopen was. Verdediging en dupliek wedijveren in juistheid. De Modernen vormen in beslister zin nog dan eenige andere fractie een uiterste richting; en toch, tegen die uiterste richting
keeren de voorstanders der Staatsschool zich niet. Hoe zouden ze ook? * De secteschool van het Modernisme verloor met het afsugden van de uiterste richting, die men Modernen noemt, haar hechtsten steun. Uitlokkend is de positie van het Kabinet-Heemskerk tegenover znlk een Eerste Kamer stellig niet. Het mist tegenover de aaneengesloten meerderheid van de Kamer, die uit de » hoogst aangeslagenen" gekozen werd, elk middel tot verweer. Dat verweer ware ongetwijfeld te vinden in het proclameeren van een vaste, welgewikte overtuiging, die van alle dobberen en laveeren, van plooien en schipperen warsch, vooruit toonde waar men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's