I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 153
Hiervan
partij te
trekken ten bate harer financiën, ware in hooge mate onrede-
lijk.
Immers, het zou
zich
voor
zijn „een zieh geldelijk verrijken ten koste van ouders, die de opvoeding van hun kinderen een schier dubbele uitgave getroosten."
Schrapte de. wetgever de vrijheid van onderwijs, dan ware hier niets aan te doen. de wetgever daarentegen van het bestaan der Vrije scholen kennis neemt,
Nn er
meê
rekent, ze opneemt onder de paedagogische krachten der volksontwikkeling,
zou deze finantieele bezuinigingsleer
ten koste der ouders onverantwoordelijk en on-
redelijk zijn.
De gedachte kwam niet in ons op, dat hiermee tevens de regeling van het stelsel was aangegeven. wisten zeer wel, dat'de toepassing van zulk een denkbeeld naar de verschillende toestanden, die in het leven zieh voordoen, gestadige wijziging moet on-
We
dergaan, en dat derhalve ook bij dit denkbeeld, zal het practisch uitvoerbaar worden, een wettelijke regeling behoort, die aanwijst, hoe men zich in 'die verschillende toestanden hebbe te gedragen. Daarom lieten we' onmiddellijk volgen .•
Zonder vooralsnog
in de quaestie
van uitvoering te treden, die tot meer dan
bepaling aanleiding zou geven, wenschen
op
het
scholen
we daarom thans de aandacht
e'e'ne
uitsluitend
hoofdbeginsel te vestigen. Elke gemeente betale aan de gezamenlijke Vrije in haar ressort de gelden terug, die deze
Subsidie
is
een attlmoes\ reaiitutie een
Van inmenging Ze bedoelt
in
X:tc>^tinff
haar uitsparen.
van voor een ander gedane vttffavfin.
anderer hnishouden noch van willekeur kan daarbij sprake zijn.
niets anders dan het probleem op te lossen, hoe
men
tot
algemeene
verhooging van het peil onzer volksontwikkeling geraken kan zonder dat het Vrije schoolwezen daarbij tot zelfmoord worde gedoemd.
Daar houden we nog aan
vast.
de stembus wordt niet over wettelgke regeling in details^ maar over een algemeen denkbeeld uitspraak gedaan. Voor het forum onzer kiezers mag niets anders gebracht dan wat onder hun bereik valt. Bij
Onze kiezers nu zijn niet gepromoveerd in het Staatsrecht en nog minder geroepen om de artikelen voor onze Staatswetten te dicteeren. Zoodra men van een volksquaestie een Staatsrechtelijke quaestie maakt, ontglipt ze aan de bevatting der natie. Door dat te kwader ure te doen, heeft men de kracht van Groen's conscientiekreet opzichtens artikel 194 gebroken. Heel de natie, zelfs de eenvoudigsten in den lande, kunnen en moeten weten, of ze in naam van ons verleden eq van onze toekomst willen opkomen voor de rechten van den godsdienst en de landshistorie op onze volksschool. Toen nu van liberale zijde verklaard was, dat art. 194 der Grondwet zelfs de serieuse behandeling van dit vraagstuk buiten de orde stelde, lei Groen zeer terecht onze natie de kreet op de lippen: »Dat dan allereerst dat ellendig artikel worde herzien."
Maar zie, insteê van' bij dit hoofdbeginsel te blijven staan^ oordeelde men ter kwader ure, dat nu ook het Staatsrechtelgk vraagstuk van nieuwe Grondwetredactie voor de vierschaar dor groote
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's