I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 25
25
we
Grif geven
het salaris der onderwijzers te laag, dat hun intellectueel gehalte eer rijzen dan dalen moet, en, mits er billijkheid ware, zou niets ons liever zijn, dan de Staatsschool in dit opzicht te verbeteren. Zoolang de Staatsschool, krachteiis ons vigeerend stelsel, onmisbaar is, wenschen we niet dat zé slecht zij. Maar let wel, de Staatsschool te dien opzichte verbeteren, zonder dat u herstelling van gi-ieven worde geschonken, wat is het anders, dan willens en wetens het doodconnis teekenen der vrije school? Immers: lo. dat meerdere geld voor de Staatsschool zullen de neutralisten niet zelf, maar uit de schatkist, dus ook uit uw beurs, betalen. Dat meerdere gaat van' uw bijdragen voor de vrije school af. 2o. Als de trkctementen en het personeel op de Staatsschool worden uitgebreid, 'jnoet gij dezelfde uitbreiding geven aan uw school, of ge ligt bij uw concurrentie onder. Dat meerdere zult ge geheel te betalen hebben uit een beurs,
hun personeel
waar minder
te
toe,
klein
dat
is,
is.
Als de Staatsschool een 300 onderwijzers meer trekt, zal het beschikbaar personeel voor u al minder worden, en ge ten leste 3o.
verplicht zijn,
uw
school te sluiten,
uit gebrek
aan onderwijzers.
Concurrentie is als de weegschaal. Tenzij een verzwaring van gewicht in de schaal links met een evenredige bijvoeging in de schaal rechts gepaard gaat, is het evenwicht verbroken en zwikt de evenaar door. De eisch der Liberalen, dat de Staatsschool voortreffelijker worde op gemeene kosten, zonder dat op onze g?-ieven zal worden gelet, herinnert aan de Rehabeam's tactiek: Mijn vader heeft u met geselen gekastyd, maar ik zal u met schorpioenen kastijden. Tot zulk een wetswijziging, op zulke conditiën mede te werken, ware meer dan onnoozel, ware ontrouw aan eigen zaak.
De opening der loopgraven. Reeds
het optreden van het tegenwoordig Ministerie was te dat het zijn pijnlijkst probleem zon vinden in zijn ver* houding tot de Eerste Kamer. De partij van het gevallen Kabinet is in de Tweede Kamer slechts een enkel lid boven de volstrekte meerderheid sterk en door haar verleden ontzenuwd en verzwakt. Maar anders staat het aan de overzij van het Binnenhof. In de Eerste Kamer is de liberale partij, van den ouden stempel, niet slechts heerschende, maar oppermachtig. De enkele leden, die tegen haar streven zich verzetten, staan op zich zelf, zijn weiaigen in aantal en missen elk staatkundig prestige. Gesteld dus al, dat het ons tegenwoordig Kabinet gelukte, aan den lastigen aandrang der liberale hoeren in do Tweede Kamer voOi'zien,
bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's