Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

„Een luipaard zijn vlekken.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Een luipaard zijn vlekken.”

7 minuten leestijd

Zal ook een moorman zijn huid veranderen of een luipaard zijn vlekken ? Zoo zult gij ook kunnen goed doen, gij die geleerd zijt, kwaad te doen. Jeremia 13 : 23.

De vlekken van een luipaard staan prachtig. In die vlekken zit het schoon van zijn huid. Én al het gevlekte en gespikkelde wild gedierte zou zijn sieraad inboeten en zijn aan-

trekkelijkheid voor het oog verliezen, zoo het van den nacht op den morgen alle plek en vlek en spikkel uit zijn tijgerachtig bont verloor.

Vergis u dus niet, als ook tot u dat woord van des luipaards vlekken komt, en denk niet aanstonds, dat dit u niet raakt, en u niet aangaat, omdat geen innerlijk verwijt u aanklaagt. Misschien is er in stee van verwijt yitl zelfbehagen bij u. Ingenomenheid met allerlei eigenschap van uw karakter. Zekere onderstelling, dat de gewone uitingen van uw hart zelfs prijslijk zijn. Schier een wetenschap dat ge met veel in u moogt pronken.

Pronken zooals de luipaard pronkt, wiens schoon in zijn vlekken ligt. Dat ieder, wien het om zgn huid te doen is, in die plekken en vlekken geniet. Er lof voor heeft en een goed oog. Ze prachtig keurt en er uw naam om zal %erheffen.

En dat dit loven van veel in uw hart, en veel in uw karakter, en veel in uw gedraging door anderen er u eindelijk ongemerkt toe geleid heeft om ook u zelven in den spiegel van uw hoog en behaagziek hart, o, zoo schoon in uw huid te vinden; prachtig vooral zooals ge licht en schaduw wisselen ziet om die zich kronkelende vlekken.

Ge verstaat, wat dit bedoelt?

Er is altoos tweeërlei groep van zonden in u. Zonden die ge weet, en zonden waarvan ge niet weet. En nu hebt ge in te zien, dat juist die tweede groep het gevaarlijkst voor u is.

Van de vlekken van den luipaard roept Jeremia II. toe! U, als kind van God! Want er volgt: »o Jeruzalem, zult gij niet rein wezen! Hoe lang nog na dezen!" En als ge nu hoort van die vlekken, dan denkt gij, dan denkt een ieder aan zijn zonden die hij kent. De driftige aan zijn drift. De geldzieke aan zijn geldzucht. De ijdele mensch aan zijn ijdelheid. De lasterende tong aan haar gifspuwen. De nijdzieke aan zijn benijden. De leugenachtige aan zijn onwaarheden. De wellusteling aan zijn zondige hunkeringen. Kortom, een iegelijk van ons aan zijn speciaal boezemkwaad.

Dat zijn zijn vlekken. Daarvan weet hij opperbest, dat hij reeds lang moest gewasschen zijn. Om van die vlekken gewasschen te worden ging zijn gebed rusteloos op. Op het uitwasschen en doen verdwijnen van die vlekken heeft hij zelf al des vollers kunst en al de kracht der geestelijke zuurzouten beproefd.

o, Waarlijk van die vlekken hoeft niemand meer hem te zeggen, ddt het vlekken op zijn hart, vlekken op zijn persoon en in zijn karakter zijn.

Maar dit nu is niet genoeg.

Het oog, eeniglijk en te uitsluitend op die u bekende zonden van uw hart gericht, is vaak stekeblind voor andere, niets minder erge zonden, die op den bodem van uw hart als slangen en als adders omkruipen, en waar ge door een onbegrijpelijke zelfverblinding niets van merkt. Ja, erger nog.

Onder die groep zonden van uw hart, waar ge geen oog voor hebt, is altoos ook een onderdeel, waar ge in plaats van iets kwaads iets goeds in ziet. Aldus uw eer stellende in wat u eigenlijk uw schande moest zijn.

En ddt, ddt nu zijn eerst de echte vlekken van den luipaard aan u!

o. Die prachtige huidl

Waar de menschen u om nazien en aanstaren en bewonderen.

Waar ge het zelf, o, zoo goed in hebt, waarin ge geniet, en waarin ge zwelt van zelfbehagen.

En waarvan toch uw God zegt: »Juist van die vlekken moet ge gewasschen worden! o, Jeruzalem, zult ge niet rein zijn! Hoe lang nu dezen!"

Dit zit in de motieven, in de dr^fveeren, in de beweegredenen van ons laten en ons doenl Zal het goed zijn, dan moeten die drijfveeren, die beweegredenen, die motieven van ons doen en laten, niet enkel schoon schijnen en schoon voor het oog zijn, maar zulk een schoonheid ook wezenlijk en innerlijk bezitten.

En hieraan nu hapert het telkens!

Er is dan een drijving en strooming van onderen in de diepe wateren van ons hart, en door die drijving komt eigenlijk al wat we doen tot stand.

Maar nu is er buiten die drijving in die diepe onderwateren van ons hart, ook een nadenken over onze drijfveeren, ook een bewust ingaan in onze beweegredenen, ook een berekenen van onze motieven. En nu gebeurt bij u en bij elk zondaar onveranderlijk dit, dat zoo dikwijls er een onzuivere drijving in de benedenste wateren van zijn hart is, er in zijn nadenkend en uitrekenend bewustzijn een edeler drijfveer en een zuiverder motief voor in de plaats zal schieten.

Dat doet ge niet met opzet. Dat komt vanzelf zoo. Dat is de schaamte in u, om uzelven uw zondig motief te bekennen, en de poging uwer ziel, om, kon het, aan dat slechte motief te ontkomen.

Het is de leugen; maar de leugen die niet in u op zou komen, zoo er geen betere weet in u was, en zoo u geen schaamte bekroop, om u zelven zulk een boos motief te bekennen.

Een gansch schaamtelooze verbergt niets meer. Hem zijn zijn drijfveeren om het even.

En hierin nu juist steekt het ontzettend gevaar van ons hart, dat zelfs achter de leugen vaak nog een nobeler motief schuilt; en dat er, gelijk een leugen om bestwil en een leugen uit liefde, zoo ook een ziëlsleugen, een doorgaande karakierleugen bestaat, die begint met juist uit verkleefdheid der ziel aan het edele en goede voort te komen.

En geven we daar eenmaal aan toe, o, dan weeft die leugen ons allengs een geheele kleedij, waarin we ons uitdossen. Dan gaan we de zoo gevaarlijke kunst verstaan, om onze drijfveeren te blanketten. Aan wat eigenlijk zelfzuchtig was een glimp van liefde te leenen. Aan het ijdele een glimp van wat edel is en rein!

En eindelijk komt het dan zoover, dat we er innerlijk verontwaardigd over worden, als niet ieder , een woord van lof heeft voor de (? , %oo prachtige vlekken van onzen luipaard.

Er is studie van ons hart noodig, om op liet gevaar, dat hierin voor onze zielen schuilt, bedacht te wezen.

Studie van uw hart, eilieve, maakt ge dat ? Let ge op de uitgangen van uw leven ? Zoo als de pinken van uw oog uw oogappel bewaren, dat er geen stofje in vliegt, bewaart gij zoo uw hart dat er geen vlekken op komen! Bewaart ge uw hart boven al wat te bewaren is, zooals ge 's nachts uw huisdeur bewaakt? En gelijk ge waakt dat niets giftigs in uw mond komt, hebt ge zoo geleerd ook aan de ingangen en uitgangen van uw hart de wacht te houden?

o. Als iemand een dronkaard is, of erg driftig, of een schandelijk wellusteling, dan ziet ieder de vlekken, en is er geen zelfbedrog, en draagt vriend en vijand loog en droogwater aan, om deze vlekken te doen verdwijnen; en. God zij dank, dan lukt dit ook soms. Dan prikkelt de conscientie. Dan werkt de publieke opinie. Dan dringt het eigenbelang. Want wijl het dan om eer en goeden naam gaat, wordt ieder allengs voorzichtig.

Maar als iemand lijdende is aan stil verborgen zelfzucht; aan nederig aangekleede hoogheid van hart; aan vriendelijke pronkzucht met eigen lieftalligheid en hartelijkheid en minzaamheden; aan ordelievende heerschzucht; aan zacht toegeeflijke plichtverzaking; of aan een strenge stoïcijnsche plichtliefde; — o, dan is het moeilijk om ook maar in te leeren zien, dat dit vlekken zijn.

Want dan groeit ons hart er in.

De publieke opinie looft er ons om.

Ondiepe vrienden vinden het zelfs prachtig in ons, dat onze huid zoo sierlijk geplekt en gevlekt is.

En toch, bij Gods kind moet het anders wezen.

> o, Jeruzalem, zult gij niet rein zijn? Hoe lang na dezen!" luidt in den naam van Jehova dan het roepen van «ijn profeet aan ons hart!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 januari 1887

De Heraut | 4 Pagina's

„Een luipaard zijn vlekken.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 januari 1887

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken