Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

Van de rectorale oratie van Prof. De Cock aan de Theologische school te Kampen, geeft Ds. Gispen in de Bazuin dit kort verslag;

De rede is gesplitst in drie deelen.

Na in de inleiding er op gewezen te hebben, dat wij ééne heilige .ilgen^eene Christelijke kerk, die het ware ea levende lichaam van Christus is, gelooven, maar vele, • niet minder dan 200 kerken of kerkgenootschappen waarnemen, omdat deze alleen zichtbaar en dus •waarneembaar zijn, toont de redenaar, in het eerste deel aan, welke de verhouding der kerk tot den staat in den loop der eeuwen geweest is.

Eerst was er geene verhouding tusschen de Christelijke gemeenten en den staat of de burgerlijke overheid. Maar daarna volgde eene vijandige verhouding van de zijde des staats. De staat vervolgde de kerk en poogde haar uit te roeien.

Met Constantijn den Groote veranderde dit echter geheel. De kerk werd staatskerk, werd met den staat vermengd, en de strijd tusschen Paus en Keizer ontbrandde, totdat, in de elfde eeuw, kerk boven staat de Paus boven den Keizer kwam te staan, de Paus de zon en de Keizer de maan werd om het heelal, bij dag en nacht, te verlichten.

Maar met de fiervorming in de 16de eeuw trad een nieuw tijdperk in. De poging van Luther en anderen om de kerk, in hoofd en leden te hervormen, vond tegenstand bij vele machthebbers in kerk en staat. De eenheid der kerk ging verloren. De regeerende vorsten gebruikten hunne macht om óf de hervorming tegen te werken óf te bevorderen. Zoo kwam er, in verschillende landen, eene andere kerk dan de Roomsche. Van eene vrije kerk in een vrij land had men toen nog geen begrip. Het volk had, en moest hebben, de religie van zijn vorst.

Zoo was het ook in ons land. De Gereformeerde kerk had het voorrecht om zoowel den lantaarnopsteker als den hooggeplaatsten ambtenaar onder zijne leden te tellen. "Wat dit beteekende, wordt duidelijk gemaakt met de historie van Ds. Koelman en de publicatie, waarbij aan Koelman het verblijf in Zeeland verboden werd.

Dan wordt hel tijdvak der revolutie behandeld, waarin de scheiding van kerk en staat, op het pafitr, tot stand kwam en hoe de kerk in ons land, ook in al die wisselingen deelde.

In het tweede deel wordt de vraag beantwoord: welke de verhouding tusschen de kerk en den staat behoort te zijn.

Het antwoord op die vraag wordt niet gezocht in eenige idéé of in eenig begrip, maar in de woorden der H, Schrift.

Eerst wordt daarbij uiteengezet de geheeF eenige beteekenis van het Israëlitische volk in zijn oorsprong, ontwikkeling en doel. Israels toestand kan daarom nooit ten regel gesteld worden voor de verhouding van kerk en staat bij eenig ander volk.

Die verhouding moeten we uitsluitend leeren kennen uit de Schriften des Nieuwen Testaments.

De geboorte van den Christus werd door een engel aangekondigd en van stonden aan draagt het rijk van den Messias het kenmerk van een rijk, dat niet is van deze wereld. Deze gedachte wordt op de.duidelijkste wijze uitgewerkt en, met de eigen uitspraken des Heeren en zijner Apostelen, toegelicht en bevestigd. Het besluit is, dat de vrijheid van geweten door geene wereldsche macht beperkt mag worden, en de vrijheid van godsdienstoefening, dus ook de vrijheid der kerk in haar inwendig zelfbeheer, worden in de Schriften des Nieuwen Verbonds overal gehandhaafd.

Het derde deel, zeker het belangrijkste voor de practijk, behandelt de verhouding van onze (de Christ. Geref. kerk) tot den staat.

Onze kerk is nog geen 60 jaren oud.

Van haar geestelijke zijde beschouwd kan men zeggen, dat zij zoo oud is als het menschdom. Maaiindien iemand ons vroeg: wie is uw vader, en men gal dan ten antwoord: Adam! zou dit licht tot misverstand aanleiding kunnen geven. Toch zou zulk een antwoord noodzakelijk kunnen zijn tegenover een Darwinist

Na een blik op de kerkgeschiedenis in ons land in verband met de opheffing der Gereformeerde staatskerk en de onwettige daad van Koning Willem I in 1816 wordt de afscheiding van 1834 besproken en aangetoond, dat de Ulrumers, die op 13 en 14 October van dat jaar de acte van afscheiding teekenden, niet doleerden bij de overheid, maar «ich separeerden van eene kerk, die zij achtten te zijn eene valschsche kerk. Het onderscheid tusschen Separatie en Doleantie komt hier natuuriijk ter sprake.

Het tijdvak van 1839 tot 1869 wordt evenzeer, ofschoon kort, besproken, om meer bepaal stil te staan bij onze tegenwoordige verhouding tot den staat, op grond der wet van 1853, de wet op de Kerkgenootschappen.

Het z.g. Collegiale kerkrecht en het «fatale» regie ment van 1869 houdt vooral den redenaar bezig. De bedenkingen, tegen den inhoud van dit reglement op geworpen, worden een voor een besproken enweder-. egd. Om niet te breedvoerig te worden moeten we dit stilzwijgend voorbijgaan. Slechts spreken we den wensch uit, dat niemand, die in deze dingen belang stelt, deze rede ongelezen late.

Dit gedeelte der rede is geheel polemisch tegen de theorie der Doleantie en verdedigend de Scheiding en de verhouding van deze tot den staat.

Dat deze rede tegenspraak zal uitlokken, achten we zeer waarschijnlijk en ook gewenscht-De gedachte, dat onze hedendaagsche staat is een Christelijke, een Protestantsche staat, leeft nog in de harten van tienduizenden, Hervormden, Doleerenden, Gescheidenen; Prof de Cock heeft den moed (dit openlijk te ontkennen. Voor dien moed zijn wij hem dankbaar.

Een verslag, toevoe gt: waaraan hij deze opmerking

Op een punt veroorlove ons de geachte redenaar van hem te verschillen. Het is waar hij op blz. 36, de onderstelling uitspreekt dat door het Koninklijk be sluit van 1852 de weg weder ontsloten is om, in rechte, ( aanspraken te doen gelden op de goederen, die thans in bezit zijn van de Ned Herv. kerk, of zoo alsZ.Esv. het uitdrukt; aan de Gereformeerde.ftói'W/wVtoekomen. Wat is toch: do Gereformeerde gezindheid; en welke goederen komen aan die gezindheid toe ? Is dat niet zuiver de Doleerende idéé ? Werpt die gedachte niet vele stellingen in deze rede uitgesproken omver ? »Komt er nog eens een tijd, zegt Prof. de Cock, als schrijft men dan ook Dec. 1990, dat de goederen van de plaatselijke gemeenten aan de gezindheid en niet aan de corporatie, die kerk of kErkgenoot schap wordt genaamd, toegekend worden, dan zullen, bij die veranderde gezindheid van de rechteriijke macht onze gemeenten nog blijken, zoo ik hoop, gemeenten te zijn, die onveranderd dezelfde gezindheid hebben behouden."

Dit is ons op 't oogenbük niet helder. Eene gezindheid, die niet is genaamd eene corporatie, kerk of kerkgenootschap, door eene veranderde gezindheid van de rechteriijke macht in het bezit gesteld van zekere goederen, komt ons, voor als nog, voor, te zijn eene gezindheid in nevelen gehuld een soort van geestelijk lichaam, dat aan onze zinnelijke'waarneming en aan de uitspraak der rechterlijke macht ontsnapt.

Polemiek zien we, in onderscheiding van Ds. Gispen, over deze rede niet veel te gemoet. Over het reglement van 1869 zijn de debatten o. i. gesloten.

Wie dit reglement, als in overeenstemming met de Gereformeerde beginselen van kerkreeht nog verdedigt, belijdt als Gereformeerd, beginselen die voor de rechtbank der historie dezen naam niet voeren mogen.

En waartoe dus verder geredetwist?

KUYPER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 januari 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 januari 1891

De Heraut | 4 Pagina's