Een nieinve Voetius opqestadn
Een nieinve Voetius opqestadn. Voetius behoort, gelijk trouwens vriend en vijand toegeeft, tot die mannen van reusachtige afmetingen, gelijk het den Heere hoogstens éénmaal in den loop eener eeuw belieft er aan zijn kerk een te schenken.
Na Voetius is dan ook in Nederland nog geen enkel theoloog opgestaan, noch in de 17de, noch in de i8de, noch in deze eeuw, die zich ook maar van verre met hem meten kon.
Doch zie, tot aller verbazing komt Ds. Beuker ons op bid, 182 van zijn Een en ander verzekeren, dat hij een tweeden Voetius op het spoor is, hem ontdekt heeft, en met naam en toenaam noemen kan.
En wie dan die tweede Voetius is?
Geen ander dan de heer Ds. F. M. Ten Hoor, Christelijk Gereformeerd predikant te Harlingen.
Van hem toch schrijft Ds. Beuker letterlijk deze woorden: „Z? J. Ten Hoor is een soort Voetius der ipde eetiw, "
Nu zouden wij voor ons, , als men ons zoo iets zti, er lang niet meê gediend zijn, en ons niet anders kunnen voorstellen, dan dat men een loopje met ons nam. Ja, zelfs op een canoniek man als Professer Rutgers toegepast, zou zulk een vleitaal, deor hem wien ze gold, besiist worden afgewezen.
En hoezeer we dan ook een enkel woord van critiek aan Ds. Ten Hoor niet spaarden , toch is hij ons te lief en staat hij zedelijk te hoog in onze schatting, om ons ook maar even te kunnen vootstellen, dat hij er anders over denkt.
Ds. Beuker heelt zich hier weder voorbij gepraat, en de spreuk vergeten: *Du sublime au ridicule ilH'y a qu'unseulpas."
KUYPER,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 19 april 1891
De Heraut | 4 Pagina's