„De ziel des menschen is een lamp des Heeren.”
De ziel des menschen is eene lamp des Heeren, doorzoekende al de binnenkameren des buiks. Spreuken 20:27.
De Schrifttaai is nog niet rijk aan namen voor al de verborgen dealen van ons lichaam.
In de jaren toen de Geest des Heeren de Heilige Schrift tot stand bracht, was de ontleedkunde nog niet wat ze nu is. Als er daarom sprake is van »de buik" moet ge dit niet kunstmatig verstaan, maar nemen als een algemeene uitdrukking voor heel het midden van uw lichaam. Vandaar dat het ook gebruikt wordt voor wat wij noemen ons gemoed.
Dat middenstuk nu van uw lichaam vergelijkt de Schrift bij een huis, en in dat huis denkt ze zich kameren die naar buiten, en kameren die naar binnen liggen, en omdat het middengedeelte van uw lichaam geen oogen heeft, stelt ze die binnenkameren voor als donker.
Maar in die donkere binnenkameren van uw lichaam zegt ze nu, dat de Heere een licht ontsteekt. Hij ontsteekt dat licht aan een lamp, en die lamp, waarmee de Heere licht in uw lichaam ontsteekt, is uw ziel.
Lees maar wat er in Spreuken 20 : 27 staat: > De ziele des menschen is een lamp des Heeren doorzoekende alle de binnenkameren des buiks".
Eenigszins vreemde woorden, maar die na deze korte toelichting genoegzaam duidelijk zullen zijn. Want wel wordt deze spreuk ook enkel overdrachtelijk van het gemoed verstaan, doch zonder reden
De dood is donker en somber.
Als de dood 4s ingetreden, is alle licht in ons uitgegaan. God, die Heere van dood en leven is, heeft dan het licht in ons oog uitgebluscht; en het licht, dat heel ons innerlijk lichaam doorstraalde, van ons weggenomen.
Het is alles ondergegaan in zwarten, duisteren nacht.
Ook bij krankheid en ziekte heeft dus onze ziel een taak in ons lichaam te vervullen.
Zij doet dus dienst als een van God ons gegeven lamp, om inwendig ons lichaam te doorzoeken.
Een teekenende, schilderachtige uitdrukking, om te zeggen, dat we door het besef onzer ziel merken en gevoelen, wat er inwendig in ons lichaam omgaat.
Want wel werkt het gevoel door onze zenuwen, maar in die zenuwen zelven zit het gevoel even weinig, als dat een telegram in den gespannen electrischen draad schuilt.
Stonden die zenuwen niet met uw ziel in geheimzinnig verband, en ving uw ziel niet, door middel van die zenuwen, de aandoeningen op, zoo zoudt ge niets ontwaren.
Zie het maar als men iemand gechloroformiseerd heeft. Dan heeft men het verband tusschen zijn ziel en zijn zenuwen een oogenblik opgeheven, en dan kan men u een been afzetten, zonder dat gij het merkt.
Het is dus metterdaad uw ziel, die dienst doet, om te letten ook op wat er in uw lichaam omgaat, en nu is het, naar Bilderdijks schoone opmerking de pijn, die ons als een middel van God gegeven is, om ons te waarschuwen, dat het in ons lichaam niet is gelijk het hoort.
Door, wat ge noemt, u onwel te gevoelen, onaangename gewaarwording te hebben, of als het erger wordt, het benauwd te krijgen, en pijn te lijden, doet God de Heere u bij de lamp uwer ziel ontdekken, dat het niet wel met u is.
Meestal zelfs doet Hij u bij die lamp uwer ziel ontdekken, waar het kwaad in uw lichaam schuilt, en stelt Hij u alzoo in staat den arts te ontdekken, wat hij niet zien kan.
Door diezelfde lamp uwer ziel ontdekt Hij het u, zoodra na ingespannen arbeid de kracht van uw lichaam opgebruikt is; want dan wordt ge moe. Door diezelfde lamp uwer ziel waarschuwt Hij u, zoo ge door onmatigheid in spijs of drank tegen uw lichaam zoudt zondigen; want dan voelt ge u bezwaard of nevelachtig. En door diezelfde lamp uwer ziel waarschuwt Hij u nu evenzoo, als ge door koude of ziekte zijt aangegrepen; want dan voelt ge u onwel.
Zeer uitgebreid is alzoo de dienst, dien onze ziel van 's Heeren wege ook in en voor ons lichaam waarneemt; want natuurlijk ze zegt u ook, of het middel dat ge aangreept, om uw gezondheid te herstellen, doel treft.
Het heerlijke gevoel als de benauwdheid afneemt of wijkt; als de pijn aflaat of althans mindert; als het onwel u gevoelen plaats maakt voor frisscher zelfbesef; en ge dus merkt dat ge bij het medicijn baat vondt, het is alles een kennis omtrent hetgeen in uw lichaam omgaat, die u door uw ziel wordt aangebracht.
Lijdelijke onaandoenlijkheid omtrent uw lichaam, is dus door uw God niet gewild.
Als Hij een lamp ontsteekt in de donkere binnenkameren van uw lichaam, dan heeft dat een doel. Dan wil Hij, dat ge bij dat licht zien zult en er op merken wat in de geheimzinnige verborgen deelen van uw lichaam omgaat. Hij wil dat ge, met die kennis gewapend, uw lichaam zóó verzorgen en uw leven zóó in zult richten als dit noodig is, om uw welstand te verzekeren. En ook, dat ge, als er onraad in de binnenkameren van uw lichaam blijkt te zijn, raad zult schaffen, en de middelen zult aanwenden, om wat van streek raakte weer op streek te brengen.
Maar die lamp der ziel doet ook ernstiger diensten, eerst bij het leven dat komt, en straks bij het leven dat ondergaat.
Eerst bij het leven dat komt., want het is bij het licht, dat van die lamp in de binnenkameren des lichaams uitstraalt, dat een moeder haar kindeke reeds aanschouwt en liefheeft, eer het nog geboren is.
Die wondere, geheimzinnige liefde, waaruit straks de kracht geboren wordt, om të triomfeeren over de smarte, waarm het kindeke zal gebaard worden; en waaruit eenige oogenblikken later de bijna hemelsche zaligheid der moederweelde geboren wordt, als ze het wicht aan haar hart drukt, dat ze nu pas ziet, en dat ze toch reeds zag; dat nu eerst haar oog aanschouwt, en, dat haar toch niet vreemd is. Het kindeke dat ze reeds kende; waar ze reeds maandenlang in stille sympathie meê had saamgeleefd; en dat reeds lang eer het uitkwam, haar liefde gewonnen had.
Maar dan ook als het leven afneemt en straks heengaat.
Gemeenlijk in den vorm, dat men zich oud gaat gevoelen, en niet meer kan, wat men eerst kon.
Dan licht de Heere ons inwendig met die lamp bij, en bij dat licht merken we, dat het huis en in dat huis onze binnenkameren iets van de oorspronkelijke frischheid verliezen, en dat toont de Heere ons, om ons te zeggen, dat matiging plicht wordt, dat niet meer van het lichaam mag gevergd, wat het vroeger uithield; meer nog, om ons te waarschuwen, dat het met ons lichaam afloopende is, en dat het einde langzaam nadert.
Maar soms ook zendt de Heere ons die bange waarschuwing nog midden in de kracht van ons leven, als Hij ons bij die lamp onzer ziele zien doet, dat er in die verborgen binnenkameren een kiem des verderfs woelt, die ongeneeslijk is, en bestemd is om ons lichaam, zoo als men zegt, voor den tijd te sloopen.
En wijs is dus, die zich hier niet over heen zet, maar zich door zijn God laat waarschuwen, en zich voorbereidt op het einde, op de snelle ontknooping die komt.
Nog is er tweeërlei dat die lamp des Heeren in ons lichaam doet. Bang het één, vertroostend het ander.
Ook als de Heere met die lamp der ziele licht in de donkerheid van ons lichaam ontsteekt, is Hij de Heilige, en die daarom ook ons oog ontdekt voor de wrange vrucht der zonde, die in de binnenkameren der ziel merkbaar is.
Soms de vrucht van esn voorbijgaande zonde, als we ons, op wat Wijs ook, te buiten zijn gegaan, en de schuldige afmatting nawerkt. Maar soms ook, als ook in het lijdelijk lichaam de sporen nawerken van booze zonde, van zonde der jeugd, of zonden van den mannelijken leeftijd.
Die dan de lamp bijhoudt, is onze Recliter, die wil dat we ons verootmoedigen zullen voor zijn aangezicht.
Maar soms ook geeft die lamp des Heeren in de binnenkameren van ons lichaam zalige vertroosting.
Want eens moeten we toch van dit lichaam scheiden, en zal onze ziel een tijdlang ontkleed zijn.
Maar zoo bl§jt het niet. Eens komt de Heere weder op de wolken, en dan ontvangt, wie zalig insliep, zijn lichaam in heerlijken vorm wider.
En nu, ook daarvan doet die lamp des Heeren u eenige profetie gissen.
Ze toont u, dat er ook in uw lichaam, geheimzinnig en verborgen, iets is dat eeuwig blijft.
KUYPER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1892
De Heraut | 4 Pagina's