GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Gere zij God in de hoogste hemelen!”

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

„Gere zij God in de hoogste hemelen!”

8 minuten leestijd

Eere zij God in de lioogste hemelen, en vrede op aarde, in de menschen een welbehagen. Luc. 2:14.

Er was wel oorzaak, waarom-Juist bij Bethlehem het Solt Dio gloria, d. i. het: »Eere zij God in de hoogste hemelen'", on; ? door Engelen moest worden toegezongen.

Of heeft niet de uitkomst maar al te bitter geleerd, hoe op geen enkel Christenfeest zoo weinig aan de eere Gods gedacht wordt, als juist bij de gedachtenisviering van Jezus' geboorte.

o, Op het Kerstfeest is men niet uitgesproken over het Kindeke van Bethlehem; en over de Engelen die nederdaalden. Het schoone, het aanminnige van die altoos eenige tafereelen in Ephrata's velden en in den stal van Bethlehem, trekt zoo aan. En zelfs, Avaar thans zoo menig prediker, helaas, het kinderlijk geloof in deze wondere verhalen heeft ingeboet, en ze .hem alzoo niets meer dan poczie zijn, daar voelt hij zich toch geboeid door de wijsgeerige gedachte, dat in Jezus van Nazareth hel leven óods md het leven des menschen ineenvloeide; en soms maakt die philosophie op den kansel hem nog welsprekend.

Maar onder al deze vormen gaat de bekoring van het Kerstfeest %'an het menschelijke iiit. Het is een kindeke des menschen, dat men in de kribbe begroet. Het is welbehagen in menschen dat men zich door Gods engelen laat toezingen. Het is onze menschelijke natuur, waarin de Heiland verschijnt. Het is een vrouw uit de kinderen der mensclien, uit wie hij geboren wordt. En heel dit Kerstmysterie, waarom is het anders dan om ons fncn$chen geluk te bereiden? a u e p z d z d d

Het is het kindeke, dat aller oog tot zich trekt. Het is van het heil ons door dat Kindeke aangebracht, dat het Kerstlied jubelt.

Maar... »dat God alzoo lief de wereld heeft gehad", om ons dat Kindeke te schenken; dat in Gods raad die Heiland ons beschikt; dat door Gods daad ons het »vrede op aarde" is toegebracht; neen, het wordt niet geloochend, het wordt niet tegengesproken; maar van wien merkt ge op het Kerstfeest dat hij er van ver-• vnld is ï Voor wien geldt het Soli Beo gloria ook als de Kerstvreiigde door het land ruisrht? z m w mdnt l p En toch, juist op uw Kerstfeest is immers dat »eere zij God in de hoogste hemelen, " de eerste toon uit het Engelenlied, dat u opnieuw in de ooren klinkt.

En die engelen kwamen toch niet uit zichzelven, maar waren door God gezonden. En ook, wat ze zongen was geen verzonnen lied, maar een lofzang hun door God zelven ingegeven.

Eens en voor altoos, voor alle tijden en eeuwen, zoolang de gedaante dezer wereld niet zal zijn voorbijgegaan, heeft de Heere onze God dus gewild, dat óók op het Kerstfeest, en op het Kerstfeest vooral, het kind des menschen van alle eigen eere zou afzien, om Hem, den God van alle ontfermingen, alleen eere te geven.

Zeer zeker mag en moet dat Kindeke u boeien, en moogt ge door al het bekoorlijke van het Kerstevangelie u aangetrokken gevoelen; maar niet om er utv God bij te vergefe? i, en uw Kerstfeest te doorleven zonder een opheffing der ziele tot Hem, die u én dat Kindeke én in dat Kindeke al den rijkdom van uw Kerstevangelie schonk.

Hij is en blijft de overvloeiende Fontein ook van dit goed. Dat Kindeke, dat de aarde ontvangt, is Gods eigen lieve Zoon, zijn Eengeboorne, het afschijnsel zijner heerlijkheid en het uitgedrukte Beeld zijner zelfstandigheid.

En die grootste, die kostelijkste aller gaven, heeft God laten worden uit een vrouw, heeft Hij uit Maria laten geboren worden, omdat Hij alzoo lief de tcereld had.

De herders die van de kribbe wederkeerden, deden dan ook wat de Engelen geboden hadden, want ze togen weer naar hun kudden nverheerlijkende en prijzende God''''; en toen straks de grijze Simeon het heilig Kindeke in zijn armen mocht drukken, loofde ook hij God.

Het Kindeke in de Kribbe spreekt nog niet; er gaat van dat Kindeke nog geen daad uit! Sprakeloos staart het van uit Bethlehem de wereld in. En ook Maiia leidt u niet af. Ze peinst, en luistert meer dan dat ze iets zeggen zou. Het is, zoo ge den Engelenzang uitzon dert, bij Bethlehem een stil, een zwijgend tafereel, als noodigde alles u uit^ om aan HemXz denken, tot Hem uw hart op te hellen, en voor Hem liefde en lof ten offer te mengen, die dit wonder uitgedacht heeft in zijn Raad, en verwerkelijkt naar den rijkdom zijner ontfermingen.

Van 's menschen zij is daarom in Bethlehem alles zoo in nederheid en kleinheid weggedoken. Een stedeke zonder aanzien; een stal zonder geriefelijkheid; een vrouw die tot de minderen wordt gerekend; gemeene herders in het ruwe veldgewaad.

En daarom, er is hier in het menschelijke niets, dat u aftrekt. Al wat Bethlehem tot een middenpunt van glorie maakt, komt van Hoven, is uit God, is Goddelijke grootheid.

Niet met het aanminnige in dat Kindeke zult ge uw spel drijven, maar het Vleeschgeworden Woord in dat Kindeke aanbidden.

Want had dat Kindeke reeds uit de Kribbe u kunnen toespreken, het zou niet geweest zijn om u op zijn aardsche moeder, maar om u eeniglijk op zijn Vader in de he^nelen te wijzen; om Hem te geven de eere en den prijs zijns Naams.

Neen niet als mensch, maar als zondaar wordt ge bij Betlehems Kribbe geroepen, en het is juist uit dat zielsbesef, dat het »Eere zij God in-de hoogste hemelen" moet opkomen.

Al dat nadruk leggen op het menschelijke verheft ons, en wekt de hooge gedachte in ons, dat onze menschelijke natuur zoo voortreffelijk is, en dat het die hooge, voortreffelijke natuur der menschen is, die door de komst van den Christus geëerd v^-ordt. Daarom roept men zoo telkens van het Godmenschelijke. Dat zijn wij dus, dat is onze natuur die door het Goddelijke wordt gekroond.

Maar heel anders wordt het, zoo ge als een zondaar, als een zondaresse stil-eerbiedig tot die kribbe nadert.

Dan toch is er niets, dat u verheft of u een hoogen dunk aanbrengt.

Integendeel, dan is het alles zelfbsscliaming, stille verlegenheid, en verbrijzeling der ziele.

Ge voelt dan op eens den afstand tusschen uzelven, die in zonde ontvangen en geboren zijt, . en dit Goddelijk Kindeke dat ^ontvangen is van den Heiligen Geest."'

Al wat menschelijk is wordt dan bij die kribbe vernederd. Juist bij den glam van dat heilig Kindeke komt de schadmu der zonde, die op uzelven rust, dan zoo donker uit.

En wat u dan boeit en aantrekt het is niet meer het aandoenlijke, het is niet meer de poëzie, waarin hel alles gehuld ligt, maar, heel andeis, de zalige wetenschap, dat wie in dat Kindeke geloojt niet zal verderven, maar et eeuwige leven hebben.

Jezus is dan de liefelijke naam, die langs e" wolken ruischt, niet omdat »het Kindeke n doeken gewonden''uw gevoel gaande maakt, aar omdat hij zijn volk sal z: Tlig maken van ijn zonden.

En ook, het is dan in die kribbe de Zone ods, die rijk was, en arm is geworden om wentwille, opdat hij door deze menschelijke rmoede van zijn aardsch bestaan, u, o, Kmd es Heeren, zou verrijken.

En zoo leert ge dan bij eigen zielservaring erstaan, wat dat Eere zij God in de hoogste emelen eens voor Gods engelen was, en wat et op uw lippen moet beduiden.

Want immers uw zonde is niet een jammerijke krankheid, die door haar ellende het oddelijk mededoogen kon gaande maken, onder tegelijk Hem te wonden in zijn majesteit.

Inlegendeel, uw zonde ging tegen uw God in; oedde tegen uw God vijandschap; stiet Hem f; en was een afdolcn verre van den God die gemaakt had.

En nu is dit het wondere, waarover alle ngelen nooit uitgezongen zijn, dat uw Scheper en uw God; dat het eeuwige Wezen in ijn majesteit, desniettegenstaande nog een raad er Behoudenis voor u had; en dien raad ijner Ontferming in Bethlehem heeft vervuld.

Zoo is het de overvloeiende volheid van e goedertierenheden des Heeren, die u bij ie kribbe overstelpt.

Uw God is bij die kribbe van Bethlehem oo groot.

Want of ge nu al van kindsbeen af met dit ysterie der Goddelijke barmhartigheid bekend aart, en het daarom niet zoo raadselachtig eer vindt, toch is het dit heilig mysterie waar e Engelen verlangden in te zien, en waaruit og m uw sterven al uw vertroosting u zal oevloeien.

Hoe dieper ge dan dok in dit mysterie ineeft, hoe rijker uw Kerstvreugde zal zijn.

Daardoor toch eerst wordt die kribbe iets ersoonlijks ook voor u. Een gave Gods ook o C w aan uw ziel geschonken. En ook een gave, waarvan de rijkdom ook door uw eigen ziel is ingedronken.

Wie nu zóó, met geestelijke toepassing op zijn eigen ziel, bij die kribbe nadert, dien moet de eere Gods wel op de ziel wegen. En als ge dan die engelen uit hooger sferen het lied des lofs voor hun God in de hoogste hemelen hoort aanheffen, dan kunt ge niet zwijgen, maar ? noet ook gij het van de aarde nastamelen: Voor Hem die in den hemel is, al mijn prijs en al mijn lof.

KUYPER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 december 1892

De Heraut | 4 Pagina's

„Gere zij God in de hoogste hemelen!”

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 december 1892

De Heraut | 4 Pagina's

Bladeren