Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In de Synodale

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de Synodale

19 minuten leestijd

Amsterdam, 6 Jan, 1893.

Loos ALARM.

In de Synodale kerk te Lelden was het mcE Kerstmis niet pluis.

Er werkt namelijk ie Leiden een tamelijk uitgebreide moderne Zondagsschool; nabootsing van onze Zondagsscholen, en, onder het patronaat van Ds, Hagen en dames uit den professoralen kring, luchtig blotiend.

Nu hcsfc deze moderne Zondagschool ooic dit eigenaardige, dat ze wel niets van Bethlehem gclooit, maar toch, o, zoo gaarne KersiieesE met de kinderkens viert.

Die krijgen dan een geschenkje, een versnapering, en se zingen een liedeke van „in duistern'.s licht"' ol van „engelen als goedt geesten", die volgens modern advies immers niet bestaan.

Het staat wel potsierlijk, nifis te geloo ven en dan toch de kinderen saam te trommelen voor een feest, dat buiten het kinderlijk geloof nieis is; maar de imitatie verlangt het zoo.

Alleen door ons na te doen, kan deze moderne Zondagsschool de lagere klasse tot iich trekker-, en zoo hoort ook zulk een Kerstfeestviering zonder Bethlehem tot de jaarlijksche reclame voor de moderne firma.

Zonder veel waarheidszin; om maar te slagen.

Ia die lijn vaii gedachten nu was men op het denkbeeld gekomen, om de reclame nog verleidelijker te maken, en had men besloten zijn modern Kerstfeest ditmaal in isen der groote kerkgebouwen te vieren.

Een daartoe strekkend aanzoek ging dan ook, naar wat men elders kerkvoogden noemt, maar te Tleiden „Gemeentecommissie" heet.

Ea ja waarlijk, de Gemeentecommissic gaf fiit op het aanzoek, en de Zondagsschool kreeg de kerk voor haar Kerstfeest.

Doch nu begon het lieve leven eerst recht.

De predikant Gunning oordeelde dat zulk een moderne imitatie van een Zondagsschoolkerstfeest in een kerkgebouw niet te pas kwam. Meer dan één zijner collega's vond er zich evenzoo door geschandaliseerd. Ouderlingen ook al. Ten.'lotte ook heel wat Diakenen. En zoo kwam een stuk in de wereld, geteekend door alle kerkeraadsleden op een achttal na, en gesteund door honderden gemeenteleden, waarin de Gemcentecommissie gebeden en gedrongen werd, om op haar fataal besluit terug te komen, en het kerkgebouw niet af te staan voor een Kerstfeest zonder Bethlehem, een feestviering zonder den Christus.

Deze Leidsche Gemeentecommissie, die zeer handelbaar schijnt te zijn, vond het nu ook maar weer beter, dat het feest niet doorging.

Zoo werd het eerste besluit herroepen, en het eind van het Hedeke was, dat hetgeen van moderne zijde als een kerkelijke reciame bedoeld was, nu eindigt met een feitelijke waarschuwing aan de Gemeente, ora deze moderne Zondagsschool op den index te plaatsen.

Dit is nu natuurlijk weer niet naar den smaalt van wie deze zaak op touw zett'en.

Vandaar veel boos geschetter tegen Dr. Gunning en de zijnen in de deftiger Leidsche kritsgen, en zelfs tot in de bladen allerlei scherpe, aarde critiek.

Naar ons voorkomt is hier ongelijk aan beide zijden.

De iWodernen hebben tegen zich, dat ze niet eerlijk te werk gaan.

Natuuriijk moet hun (niet voor God, t maat) onder menschesj de vrijheid onverlet en onverkort blijven, ook al wat ons om i trent Bethlehem en Ephrata's velden is w overgeleverd, als voortbrengsel der ver­ s beelding te verwerpen.

Bjpaalden ze zich er dan ook toe, om et geloof aan deze fewijde overlevering openlijk te bestrijden, hun eerlijke zin zou nverdacht blijven.

Maar wat voor de rechtbank der eerlijkeid niet kan bestaan is, dat ze het Kerstfeest, at zonder Bethlehem geea zin heeft, als istorisch feit aangrijpen, om onder miseidende vormen den indruk te maken, ls vierden ook zij dat feest nog mee.

Eii nu is het wel waar, dat ze voor deze ublieke misleiding meest (^«w^^j gebruiken, ij voorkeur zelfs jonge dames, die dit zoo iet voelen; maar er zitten toch mannen chter, en onder deze mannen predikanten n hoogleeraren, die zeer goed wetep, dat ier het boerenbedrog van de reclame in et pel is.

Hun poging om nu zelfs een kerkgebouw n d voor dat looze spel te misbruiken, verergerde uiteraard dat kwaad nog.

Pla voor zoover het een iegelijk betaamt zich van harte te verheugen over alle stuitirg van wat oneerlijk en misleidend is, verhelen we dan ook onze blijdschap niet, dat er voor dit spelletje een stokje is gestoken.

Hieruit volgt echter nog geenszins, dat we aan de reactie, die dit stokje er voor stak, onze onverdeelde sympathie gunnen.

Of zeg zelf, deden aan deze reactie niet velen mede, die der ethische richting zijn toegedaan ? Staan er op dat adres aan de Gemeentecommissie van Leiden niet predikanten, ouderlingen en diakenen, die er hnn eere in stellen tot de ethische richting gerekend te worden?

Ge geeft dit grif toe. Het feit is daa ook te notoir, om het te betwijfelen.

Goed, maar weet ge dan ook niet, hoe het onder de ethische heeren sinds lang regel wierd, dat ook zij de overleveringen van Bethlehem en Ephrata a!s een poëtisch verdichtsel beschouwen?

Ze voegen er dan bij, v/e weten het wel, dat deze poëzie „de hoogere werkelijkheid is, "

Maar ons, wie het om feiten en niet om phrasen te doen is, zal het dan toch wel vrij staan de vraag te stellen, met welk recht de ethische heeren de waarheid dezer traditiëa wel in twijfel mogen trekken eii op hun manier verklaren, en de modernen niet.

Zoo meet ge met twee taaten, en ook hier ontbreekt de waarheid.

Maar er is meer.

Gij, predikanten, ouderlingen en diakenen van Leiden beweert van Christuswege in het ambt te staan. Gij noemt u kerkeraad. En wat doet ge nu?

Als kerkeraad, staande in uw ambt, Iaat ge de loochenaars van den Christus in uw midden toe, ge laat ze week aan week optreden op uw kansel; en ge gunt ze keer op keer door boeking in uw boeken, toegang tot den Verbondsdisch,

Dit kwaad laat ge niet .slechts toe; maar zelf regelt ge het.

En terwijl ge acht, dat dit er mee door kan; dat ge hier zelf de hand toe moogt leenen; en den geloofsmoed mist, om in het heilige den leugen te weerstaan, maakt ge u thans als verzoekers op, om van de materiëale gemeentecommissie te vragen, dat zij een q; ebotiw aan de modernen weigere.

Is dan dit gebouw u heilig boven uw ambt?

Mag dan de Christus wel geloochend in den Dienst des Woords en" der Sacramented, en is het heusche kwaad waartegen geijverd moet, deze ontwijding van de steenen muren?

o. Kerneis en muggen!

En toch, onze Leidsche broeders hebben dit niet gevoeld.

Integendeel, ze vonden het heerlijk, dat ze eens even weer qetuiqen mochten; dat zich uit de lamwe loodkleurige v/ateren even weer een hand mochten opheffen van protest en verzet. Weer eens een oogenblik tegen de wereld en voor den Christus te roepen, was hun zoo heerlijk.

Dit waardeeren we dan ook van heeler harte.

Het spreekt ons tos, en we danken er God voor, dat er toch weer een zekere ijver voor Jehovah ontwaakte.

Maar neemt dit de bittere ironie weg, die in zulk een ondoordacht bedrijf ligt.'

Geen Zondagsschool in het kerkgebouw; maar wel de moderne predikant Zondags weer in datzelfde gebouw op den kansel! Een ironie, die haast tot een kerkelijke satire wordt.

De Leidsche broeders zullen dat zelve moeten toegeven, en kwaiijk weerspreken kunnen.

Eilieve, wat zullen ze dan nu.'

Nu ook weigeren voortaan den kernel langer door te zwelgen.'

Of over twee, drie inaanden zelve verlegen staan over het uitzijgen van deze kleine mug.'

KERKELIJKE ADMINISTRATIE.

Geheel ten onrechte beeldt meer dan één zich nog altoos in, dat hetgeen men voor de kerkelijke administratie geeft, een aalmoes is.

Dit nu moet er uit.

Ge moogt u niet toerekenen het loon bij God, dat Jezus aan een waarachtige aalmoes toezei, indien ge geld in de bus n steekt, of ia het zakje geeft, of op de schaal v legt, niet voQt de armen, maar voor den dienst der kerk. l

Een aalmoes is een daad van barmhartigheid. Het woord almoes zelf komt van het Grieksche woord Eleomosynee, en dit is weer afgeleid van eleos, dat barmhartigheid beteekent.

Zal er een aalmoes zijn, dan moet dus in uw hart de snaar der onferming geraakt worden, en eerst wie geeft, omdat deze snaar in zijn *hart ging trillen, geeft een aalmoes.

Geeft men dien aalmoes in het verborgene, om Godswille, dan heeft Jezus zelf u toegezegd, dat uw Vader in de hemelen, ie in het verborgene ziel, het u in het penbaar vergelden zal. Een belofte van wier vervulling reeds op aarde menig teeen gezien is; want het feit is onlouchenaar, dat bijna nooit iemand van geven rm werd ; wel, dat wie veel gaf door God og steeds milder gezegend werd.

Maar .... ea dit is het wat we onzen ezers bij den aanvang van dit jaar toch op et harte wilden drukken, met den aaloes en het loon voor den aalmoes heeft, at ge voor uw kerkendienst te betalen ebt, niets uitstaande, noch iets gemeen.

Stel er is, om het in kleinere cijfers te nemen, op een dorp een getal van honderd gezinshoofden, die saam, d« k«rk van Christus tot openbaring brengen, en nu van Christuswege gehouden zijn, om den Dienst des Woords en der Sacramenten in te stellen, een Dienaar te beroepen, een lokaal in gereedheid te brengen, een orgel te laten bespelen, licht te laten aansteken, belasting te betalen enz. enz. Welnu dan zijn dit al te gader uitgaven, die door deze honderd gezinshoofden voor gemeenschappelijke rekening gedaan worden.

Bedragen nu dia uitgaven 'sjaars/4000, dan moet ieder gezinshoofd, zoo aller middelen gelijk zijn, hierin jaarlijks / 40 betalen en van een collecte in de kerk komt geen sprake.

Mea doet saam uitgaven; men maakt saam schuld; en als de rekening inkomt, betaalt men ponds pondsgewijze elk zijn aandeel. Omdat men gelijk in kracht staat, gelijk op. Elk / 40. Door die honderd bankjes van f 40 krijgt men / 4000, De rekeningen worden afbetaald, de schuld afgedaan. Een hoogst eenvoudige administratie, en alles is in orde.

Betaalt men nu liever / i per week. Ook goed, dan betaalt men 40 wekenlang telkens per gezin / i, en de overige 12 weken niets.

Iets waarbij het er natuurlijk niets toe doet, of ge een lokaal huurt, of wel een eigen gebouw stichtct, en nu rente ea aflossing betaalt. In eik geval is lokaalhuur, rettta en aflossiüg, tracisfnènt vaa den Dienaar, kosten van Avondmaal, van licht, vuur, belasting enz., al te gader aangegane schuld, geldelijke verplichting, die ge op u hebt genomen; een uitgave, door u gemeenschappelijk voor gezamenlijke rekening ondernomen; ea aizoo een schuld, die ge even zeker af moet doen, als dat ge uw huishuur en uw bakker hebt te betalen.

Dit zou men dan ook steeds zóó, * en nooit anders begrepen hebben, indien allen van gelijk vermogen waren.

Dan toch ware het billijk geweest, dat een ieder gelijkop betaalde. De som zou slechts te deelen zijn geweest door het aantal aansprakelijke personen. En vanzelf zou elk zijn aandeel betaald hebben, '

Nu kwam echter & Q ongelijkheid van het geldelijk vermogen storend iu, sschenbeide.

Men kon niet gelijk op belalen. Er moest onderscheidenlijk betaald worden. Billijkheid eischte, dat er in kerkeiijke zaken naar Hand. II werd gehandeld. En zoo ontstond de vraag, hoe de ongelijke indeeling van de som naar de ongelijkheid van het geldelijk vermogen te regelen.

Drie wegen stonden hier open.

De zekerste weg was: hoofdelijk de kosten omslaan, naar ieders vermogen was. Wat het meest toelachte was : door een ieder zelf te laten uitmaken, wat hij schuldig was, desnoods zonder dat een ander hier van wist. En een middenweg ontsloot zich : in het verhuren van de zitplaatsen.

Doch welken dezer drie wegen men ook koo.s, nooit gaf men voor de kerk een aalmoes. Omslag, collecte of plaatshuur kon noch mocht ooit een ander karakter dragen, dan het laten betalen door een iegelijk van die som, die hij, naar evenredigheid van zijn vermogen, schuldig was in degezamelijke uitgave bij te dragen.

Het was en bleef altoos: Betalen van schuld. Zich kwijten van een plicht. Geld geven om de uitgaven te voldoen.

En daarna eerst kwam de aalmoes, de gift der barmhartigheid voor den arme.

Toch stonden die drie methoden in zedelijke waardij niet gelijk. Als het tot omslag komen moest, stond de Gemeente van Christus het laagst. Als het door plaatshuur moest gevonden worden, liep ze gevaar tegen Jacobus 2 te handelen. £n eigenlijk was alleen de vrije collecte in overeenstemming met de eere van Christus' gemeente.

Heerscht Christus in zijn gemeente, zóó, dat Mammon er niet heerscht, maar den Christus onderworpen is, dan zal niemand in de gemeente, om geld uit te sparen, zich aan zijn verplichting onttrekken; dan zal niemand in de gemeente zijn verplichting kleiner rekenen dan die is; en dan zal het einde zijn, dat er vanzelf, en zonder moeite, ruim inkomt wat er inkomen moet.

Maar, helaas, zóó heerscht de Christus nog op verre na niet. Voor Mammon staat er in zoo menig huis, waar Gods kind woont, nog altoos een klein kapelletje. En dan... ja, dan gaat het begeerig hart rekenen, em trekt van zijn eigen verplichting zóó ere zooveel af. Niemand ziet het toch in de collecte. God wel, maar daar rekent men niet mee. En zoo is de uitkomst dat er veel ie weinig inkomt.

Gevolg js dan natuurlijk, dat zeer snkslen, wier hart vrij gemaakt is, dat tekort voor anderen weer mogen aanvullen; en zoo komt deze onheiügheid over de gemeente, dat A, b. V. 'sjaars ƒ 20 op zijn. kerkelijke bijdrage schrapt, en dat B. die ƒ 20, die A. feitelijk aan de kerk ontstal, , voor A. mag bijpassen.

Dit is kras gezegd, we weten het wel, en toch niet te kras.

Als ik zelf mijn kleermaker niet betaal, ea ik laat hem door een ander betalen, al kan ik het zeer goed zelf doen, ^ sta ik oneerlijk voor God.

EEDEN.

Inzake de Vrijmetselarij is er één punt, at in een eigenaardig licht verschijnt, t. . het afleggen van de JMafonnieke eeden oor de verschillende Loges en graden.

Gelijk men toch weet schuilt de kracht er Loge voor geen gering deel in baar Geheimzinnigheid. Ze is een geheim genootschap. Ze schuilt in het duister. En eoogt daardoor het dubbele doel, voorerst om door dit geheimzinnige de nieuwsierigheid te prikkelen, en anderzijds omi oor dat geheim karakter haar invloed uit e breiden.

Om nu dit geheimzinnig karakter te bewaren, vergt de Loge telkens en telkens breed omschreven eeden.

Die eeden zijn ceden in den striksten Z!D van het woord, want ze worden bij God gezworen> met de sterkste en plechtigste uitdrukkingen.

En door die ceden verbindt de neophyt zichi oiet alleen om niets te verraden van wat hem geopenbaard zal worden, maar om ten opzichte van de overige leden der loge, en met name van dezelfde en van hoogere graden, een gedragslijn te volgen, die hem zal worden voorgeschreven.

Nu is deae eedsquaestle een formeele quaestie, die geheel buiten hst overige doel van de Lege ligt, maar een quaestie die reeds als formeel een eigen critiek toelaat.

De vraag rijst toch: Mag, naar luid van Gods Woord, mag een Chiistejsmensch zich laten vinden tot het afleggen van een eed, ten eerste buiten noodzaak, en ten tweede op een hem onbekende zaak?

Laat de Christelijke leer van é& n eed, gelijk die uit Gods Woord gekend wordt, ïulk een eed toe?

Ook op deze vraag kan het antwoord nooit absoluut gegeven; gelijk er in de gevallen der conscienlie bijna nimmer in volstrekten 2in een generaal antwoord is te geven.

Ais ik een kind in de Oost heb, en iSïïï!föö", 'u}t de Oost herwaarts gekomen, j zegt mij, dat iiij omtrent mijn kind iets allerbelangrijkst weet, iets dat ik als vader moet weten, maar dat hij bet mij niet kan zeggen, of ik moet vooraf onder eede beloven, dat ik niets van wat hij mij zal mededeelen, aan derden zal openbare», zoo kan er een gevoel van noodzaak aanwezig zijn, en kan het vertrouwen, dat zijn persoon mij inboezemt, 7.66 sterk spieken, dat ik om mijns kindswille moet toegeven.

Op dit voorbeeld wijzen we, niet cm zulke eedzweringen aan te bsvelen; integendeel, geen kind van God zal er anders dan in hst alleruiterste geval toe overgaan; maar het blijkt uit dit voorbeeld dan toch, dat er gevallen denkbaar zijn en bestaan kunnen, waaiin het sweren op een onbekende zaak niet absoluut verboden is.

Kan men nu echter staande houden, dat zulk een absolute noodzakelijkheid aanwezig is voor iemand, die lid van de Loge wil worden ?

Ons dunkt, in geenen deele.

Als iemand lid van de Loge wil worden, doet hij dit óf omdat hij vermoedt, dat in de Loge eenig mysterie schuilt, dat van eenige beteekenis is; óf omdat hij de bescherming der confrerie zoekt.

Het eerste komt zeer zelden voor.

Want wel gaat er zeker geroep uit, dat de Loge zekere geheime leer over de eeuwige dingen be2.it; maar zelfs dit vermoeden kan noch mag voor een kind van God prikkel zijn, om de Loge te zoeken, daar immers het naspeuren van een hoogere of diepere waarheid bij de Loge rechtstreeks in strijd zou zijn met de belijdenis der Christelijke Kerk.

Uit dit motief kan alzoo de noodzakelijkheid voor zulk een eed nooit worden afgeleid.

En wat het andere motief: De bescherming der confrerie betreft, zoo ligt het in den aard der zaak, dat uit zulk streven nooit noodzaak kan geboren worden.

Zoolang er duizenden en duizenden zijn, die buiten deze bescherming leven, staat het bo ipso vast, dat gij ook buiten deze bescherming kunt. En stel al, dat het missen van deze bescherming u schade be^ rokkende, zoo kan al zulke schade toch tiooit noodzaak scheppen, en dus nooit een eed, die in zich zelf ongeoorloofd is, rechtvaardigen.

Moeilijk kan men dus tot een andere conclusie komen, dan dat het zweren van de ma9onnieke eeden een zweren is op een onbekende zaak buiten dwang van nood, «n al zulk eedzweren is den Christen ongeoorloofd.

Ook hieraan gevoelt men weer, hoe noodzakelijk het is, dat de Kerk van Christus niet enkel den weg < f^s levens, maar ook den weg door het leven, onderwijze in catechisatie en prediking.

Ook het stuk van den eed is een uiterst gewichtig stuk, dat wel lang sluimeren kan, in toestanden, waarin ons bijna nooit een eed anders dan bij de Overheid voorkomt; maar dat op eenmaal zijn beteekenis herwint, zoodra ge met stichtingen als de Loge in aanraking komt.

De ketk heeft tegenover de Loge, zoodra ze onder de Belijders post vat, niet alleen materieel, maar ook formeel een jroeping.

Materieel, door het valsche in de Loge te iormuleeren, en hiertegenover de belijdenis der waarheid, met verwerping der ketterij, te stellen; en anderzijds formeel^ door het zweren van de Maqonnieke eeden als in strijd met Christenplicht te brandmerken.

Dwang kan dus in het eind noodzakelijk worden. Maar toch, de weg der kerk zij en blijve zoo lang het ook maar eenigzins kan de weg der overtuiging; van het winnen der zieien van binnen uit naar buiten, van het hart naar de daad.

En zij het nu al, dat jn andere landen bet gevaar ernstiger dreigt, en de macht der geheime genootschappen zich op maar al te bedenkelijke wijze ook op maatschappelijk, justitieel en politiek gebied openbaart, toch zal de kerk van Christus met geestelijke wapenen altoos de machtigste zegepraal bevechten, en zal dan eerst van bannissement kracht uitgaan, zoo de geestelijke strijd vooraf ten einde toe is volstrèden en uitgestredan.

Er moet in wie de Mafonnieke-eeden sfwoer, een verzwakking en verachtering van zijn Christelijk geloof zijn uitgebroken. Wie „frisch en groen" in zijn geloof staat, kan geen Vrijmetselaar v/orden, tenzij hij half idiotelijk handele. Verwaklcering van het Christelijk geloof, verheldering ia de Christejijke belijdenis, gepaard met klaarder inzicht m wat tegen den Christus ingaat, is en blijft daarom de actieve macht, die ons al zulk bederf als in de Loge schuilt, vaa het lijf moet houden.

RECENSIE.

De Uitlegktmdige wenken, of Korte aan~ teekeningen op den Brief aan de Ephesen, van Prof. Dr. A. H. de Hartog, die de heer Ferahout te Amsterdam in het licht zond, zijn thans compleet verschenen.

De bundel is niet te lijvig geworden, en toch omvangrijk genoeg om een stevig boekdeel te vorme.'j, 365 pagina's groot. Ook is ds druk ruim en v/ijd, zoodat liet prettig leest. Feitelijk is tegen de uitgave als uitgave dan ook alleen dit bezwaar in te brengen, dat boven aan ds pagina's nergens staat in welk hoofdstuk srsen is, of van welk vers wordt (gehandeld; iefs wat het opslaan zeer hindert.

Al zulke werken moeten met een titel op den kop van ejke bladzijde worden uitgegev.2n, desnoods met de pagina onder aan de blad? .ijde. In den regel toch gaat men zulke werken niet achtereen uiilezen, maar slaat zt op, als m^n over een bepaald vers iets weten wiL

Bij tweede uitgave zal hier dan ook wel op gelet worden; en die tweede uitgave verwachten we vrij stelh'g, omdat de inhoud zoo genietbaar naar den vorm en zoo zaakfijk en degelijk naar den inhoud is.

Het is alles zoo helder gesteld, zoo vloeiend uiteengezet, zoo la de juiste bewoordingen ingekleed.

Iets wat dan ook niemand verwonderen zal, die weet, dat Prof. de Hartog nu reeds zes jarea aan de studie van dezen éénen brief gewijd heeft, ea er dus zoo in doorkneed Is, dat geen man beter dan hij ons den rijken inhoud van de? en brief in bondigen vorm en voor een pracrLsch doeleinde kon vertolken.

Bij onzen uitgever, den heer J, A. Wormsc-r, verscheen het VlIIe deel van de Bibliotheca Reformata, Alt. voor ditmaal het vervolg biedt van Baslingius, verklaringen op den Catechismus der Gh7'-istelyke Religie. Dit werk was, gelijk men zich herinnert, in het Latijn op uitnoodiging van de kerken geschreven, en is later door Ds. Van Corput, van Dordrecht, in het Neder] andsch vertaald. Van deze vertaling nu biedt deel VIII de verklanng op Zondag XXVI—LI, en wei in zuiveren herdruk van de editie van 1594. Deze herdruk is bezorgd door Prof. Dr. F. L. Rutgers, die eveneens het Vlle deel uitgaf, en wiens bekende „zorgvuldigheid" den lezer allen waarborg biedt vo: !r de zuiverheid van den tekst.

Thans volgt op dit VlIIe deel nog een negeride of laatste deel.

Niet omdat er niet nog veel te publiceeren ware, maar omdat het contract met de uitgever dan afloopt;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 januari 1893

De Heraut | 4 Pagina's

In de Synodale

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 januari 1893

De Heraut | 4 Pagina's