Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„De Verklager onzer Broederen.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„De Verklager onzer Broederen.”

8 minuten leestijd

En ik hoorde eene groote stemme, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid en de kracht, en het koningrijk geworden onzes Gods en de macht van zijnen Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verldaagde voor onzen God dag en nacht, is nedergeworpen Openb. 12 : lo.

Nog altoos breken ook de heilige idealen van ons hart op de bittere, harde werkeliikheid van een leven zonder mededoogen.

o, Ge hadt bij uw toenadering tot den kring van wie Jezus belijden, u dien kring in zoo heiligen glans voorgesteld. Wat de wereld niet kende, in dien kring van Gods gekenden moest het u tegenschitteren : het vuur, de gloed dier hoogere, heraelsche liefde, die met zichzelf niet rekende, naaf zich zeif niet vraagde, alle hoogheid had afgelegd, en gedrongen en gedreven werd door een bezieling, dis van Boven invloeide in liet hart.

In de kringen der wereld hadt ge uw hart zoo vaak pijnlijk aangedaan gevoeld, door een stuitend gemis aan trouw, door laaghartige benijding, door beörog en verraderlijke bejegening.

En nu waart ge in de tente der Christenen gevlucht, om een beschuiting te vinden tegen dien verzengenden wind. Ge hadt aan trouw, aan liefde, aan toeïïijding behoefte. Behoefte aan hooger zin en nobeler bedoeling. En dat alles nu zou in de tente 'der Christenen zoo ruimschoots uw deel zijn.

Daarvoor ontsloot ge uw hart. Ge liet door dien hooger staanden kring u boeien en winnen. En waarlijk het lag aan u niet, zoo de aansluiting aan dien kring niet aanstonds warm en welgemeend was.

En in het eerst waandet ge dan ook gevonden te hebben wat ge zocht.

Toen ge zoo pas uit den kring der wereld kwaamt, viel het u in het oog, hoeveel meer stofgoud er in die Christelijke kringen nog op e d e h de vleugelen blonk. De taal, die men er sprak, was gekuischter; de toon, die er heerschte, stond hooger; ei was teederder, nobeler, huislijker zin.

En ook er was meer tiejde.

Wel niet zoo sterk, als ge verwacht had. Maar toch, er was iets in dien kring, dat saambond, en dat ge in de wereld zóó niet hadt gekend.

Maar, helaas, die aanvankelijk warme, gunstige indruk hield niet lang stand. Iets wat aan tweeërlei lag.

Vooreerst hieraan, dat ge, aan de kringen der wereld van lieverlee ontwend, de tegenstelling niet meer zoo sterk gevoeldet, het verschil niet meer zoo merktet, en daarom dat leven onder Gods kinderen nu alleogs minder vergeleekt met het leven der wereld, dan wel met het heilig ideaal, dat ge u hadt voorgesteld. En daarbij vergeleken, viel het zoo tegen.

En dan kwam er nog iets anders bij. Eerst, toen ge zoo pas in dien kring binnentraadt, begroette een ieder u met een vriendelijken lach; men nam zich eenigermate voor u in acht, om ugeen wanklank te laten hooren; ge zaagt dien krm , ora eens zoo uit te drukken, op zyn Zondagsch.

Niet alsof men voor u veinsde. Maar bij nieuwe ontmoetingen neemt men zich vanzelf m acht. En ook om uw teederheid deed men voor u, wat vader en moeder altoos voor hun kinderen behooren te doen, ook al hebben ze saam iets: Er de kinderen niet te veel van laten merken.

Doch natuurlijk, dat nieuwe ging er allengs af. Men begon zich almeer gewoon tegenov u te gaan gevoelen, en toen eerst kreegt ge allengs een klaarder blik op het leven der Christenen onderling, gelijk het in waarheid is.

En toen zaagt ge wel, dat uw heilig ideaal ook hier, helaas, niet vervuld was.

Zelfs stuitte het te weinig ideale in dezen kring, om het gedurig aanroepen van den Naam des Heeren, u nog sterker tegen de borst En meer dan één bekeerling heeft zijn ure gekend, dat hij bijna was uitgegleden, en aa.i de booze gedachte had voet gegeven, ora maar weer terug te keeren in de kringen der wereld.

Niet, omdat er onder de Christenen zooveel Mamraondienst, zooveel geestelijke hoogmoed, zooveel inwilligen van het vleesch is. Want al mag niet ontkend, dat ook deze drie zonden nog maar al te bitter onder deze afgescheidenen van de wereld woelen, toch is en blijft het feit onloochenbaar, dat deze drie zondige machten onder 's Heeren volk aan den band leggen, en onderling gestraft worden.

Neen, hetgeen het meest stuitte, was het gemis aan warmer hooger liefde. Het niet voelen van dien gloed waaraan men de eigen ziel had willen verwarmen. Het opmerken, hoe ook in dezen kring zooveel napraat en achterklap heerschte. Zooveel naijver en benijding. Zoo weinig hartelijke, innige, teedere genegenheid.

Wel liefde in de wederzijdsche betuigingen. Wel hulpbetoon der liefde in nood. Wel een broederlijke toon in de omgang. Maar dat alles is nog het mysterie der hoogere, hemelsche liefde niet. Nog niet die kalme gloed, die saamsmelt. Nog niet die heilige teederheid, die ineen doet vloeien. Nog niet dat 'innerlijk dringen en persen van een hart, dat uit liefde in anderer geluk eigen vreugde en zielsgenoegen zoekt.

Het heet alles »broeder" en szuster". Maar die heerlijke naam moet zoo vaak o, zooveel onbroederlijken zin bedekken.

En wie zelf iets van de ware liefde, de liefde uit God kent, moet als kenner, helaas, zoo dikwijls bij zich zelven getuigen: Neen, en nogmaals neen, de liefde Gods, , de liefde Christi heeft ook over dien kring van 's Heeren volk nog haar wondere macht niet herkregen.

Nu is één ding hier goed in : Het wijst u van uw broederen op uw Vader die in de hemelen is.

Om Hem, en niet om uw broederen moet het u te doen zijn.

Wie zich bekeert van den dood tot het leven, wordt niet tot de broederen, maar tot Christus, niet tot Gods volk maar tot God £«//bekeerd En waar wij, juist omgekeerd, zoo vaak de broederen meer dan Christus, meer het volk des Heeren dan den Heere zelve zoeken, is het geheel natuuriijk, dat God ons dat afleert. Hij is een jaloersch God Hij wil zelf gezocht en aangebeden zijn; en dan krijgt ge de liefde der broederen eibij Maar de liefde voor Hem moet vooropgaan. En eerst waar dit zoo is, zal het tegenslaan van den kring der Christenen geen oogenblik uw geloof bedreigen; maar u eer omgekeerd in ootmoed uzelven doen afvragen, wat gij, gij zelf doen kunt, om den toon der liefde onder de broederen te verhoogen.

Het is zoo, ge kunt God niet liefhebben, of ook de liefde voor de broederen moet in u werken. Maar de broederen liefhebben is heel iets anders dan de hïoed.crsnVi.eivinden. Een moeder heeft haar kind nog lief, ook al schreit haar hart ora het verdriet, door haar kind haar aangedaan. En zoo nu zal ook Gods kind. Gods andere kinderen liefhebben, ook al vielen ze hem nog zoo tegen, en al deden ze hem nog zoo ^veel verdriet.

Dat komt omdat de : > Verklager dar broederen" er achter zit.

Want Satan heeft dit dubbel booze, dat bij Gods kind niet alleen bij God, maar ook bij de broederen verklaagt.

Greep dat booze, listige werk van Satan niet plaats, o, ge zoudt eens zien, hoe op eens geheel de verhouding der Christenen onderling een geheel andere wierd.

Er zou dan niets meer te bespeuren zijn, van dat onderling elkaar verdriet aan doen, van dat benijden, en tegenover elkander gaan staan. Veeletr zou elk kind van God eerst zien op de wonde van zijn eigen hart, om voorts door de wonde in het hart van zijn broeder tot niets dan tot mededoogen en ontferming bewogen te worden.

Maar nu de »Verklager onzer broederen" gedurig aan de deur van ons hart allerlei booze dingen van Gods kinderen fluistert; ons tegen hen prikkelt en tegen hen opzet; ja, ons telkens diets maakt, dat die anderen eigenlijk geen kinderen van God zijn, — nu doet de laster zijn giftig werk, vergiftigt ons eigen hart, bluscht het vuur van mededoogen, en went ons aan wantrouwen en allerlei boos vermoeden.

En dat duurt dan, tot God er ons oog voor opent.

Tot de Heere ons naar zirhzelven toelokt, en inleidt in de verborgenheid van zijn Tente, en ons het beluisteren doet, hoe die »Verklager der broederen" ons ook bij God •verklaagt, en hoe onze Middelaar daar tegen pleit, en hoe alleen Goddelijke ontferming al dit verklan a e h h gen der broederen, en ook dit verklagen van ! ons bij God, ontwapent.

En dan gaat er ons een licht op. Dan ontdekken we op eens Satan.

Dien Satan, van wien we ook vroeger wel gehoord hadden, en over wien we ook vroeger wel hadden gesproken, maar met wiens boos bestaan en gruwelijk listig werk we dusver nog niet hadden gerekend. Doch nu zien we het.

Ja waarlijk Satan is er, en brouwt zijn kwaad onder Gods volk nog al door. Hij belastert den een bij den ander. Hij spreekt kwaad. Hij wekt achterdocht. Hij stookt boozen handel. Verklagen is zijn hclsch bedrijf, waarvan hij nooit aflaat.

En daar hebben wij het van aangeleerd. Aan dat booze werk zijn wij medeplichtig geworden.

Insteê dat we met de liefde Christi dien »Verklager onzer broederen'' hadden teruggesiootcn, en met een »Satan, ga achter mij!" onze ziel bevrijd hadden.

o. Als er kinderen Gods zijn, die dorsten naar hoogeren vrede, dorsten naar inniger liefde, en die Satan geen kans tegen God noch tegen hun broederen willen geven, laat ze dien »Yerkiager der broederen", het masker dan toch van het demonisch-gelaat afrukken, en laat ze weer liefhebben., liefhebben wie uit God geboren zijn, ze liefhebben met iets van de liefde üods.

KUYPER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 januari 1893

De Heraut | 4 Pagina's

„De Verklager onzer Broederen.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 januari 1893

De Heraut | 4 Pagina's