RUSTKLOOS VOORT.
Amsterdam, 13 Jan. 1893.
Met ongemeens büjdsciiap zagsn we, dat, nog kort voor het einde des jaars in een dorp, dicht bij de Residentie, de aansieliing van Gereformeerde ambtsdragers had kunnen plaats vinden.
Ons aantal vaa 700 Gereformeerde kerken beweegt tot dank aan God, maar is volstrekt geen oorzaak, om op de behaalde lauweren in te sluimeren..
Doel en toeleg van ons streven Is nooit geweest en mag nimmer worden, om een groep naasi: esa groep te vormen. Wat or, s drijft is Qeahistprisck b-sginfel.
"God de Hfeere heeft van ouda een werk in dezs landen gedaan, toen hij de zuivere prediking der v/aarheid hier Jiet doorbseken, en aan aJle oorden des lands de harten vjiilüg maakte, om voor zijn waarheid Ie buigen.
Aldus is ons vaderland gereformeerd; op die wij.s is ons nationale leven Calvinistisch gev/orden.
En nu weteii we uitnemend wel, dat het destijds lang niet al goud was v/at er blonk. Dit is in de dagen der Remonstrantse maar al te spoedig en al te bitter anders g.ebleken.
Geveinsde onderwerping was toen het wachtwoord der hoogere klasse, en in gehtele stieken van ons land, met name in Drente en een deel van Groningen, heelt men meer met geweld gecalvinsseerd, dan dat de zielen voor Christus gewonnen werden.
Dit nu betreuren we; en het is in ons oog een rechtvaardige straf, dat juiit deze massa-bekeering, deze geveinsde toetreding en gewelddadige annexeericg uitgeloopen is op de moderatie en tolerantie, die ten leste heel het Calvinisme er onder bracht.
Doar die gerechte kastijding geleerd, wenschen wij dan ook alle paden te mijden, die opnieuw tot aulk een massale tolbetaiing aan het Calvinistne leiden konden. Wat geestelijk bloeien zal en vrucht dragen, moet een \vsrk uit God zijn, en Gods werk door de overtuiging des harten.
O. i. is het, in dit licht bszien, zelfs een zegen, dat de ongerechte maatregelen der Ov-erheld ia - den aanvang dezer eeuv/ en de onverklaarbare uitspraken der rechterlijke macht, ons fae.'-chermd hebben tegen het gevaar, om nogmaals daze onafzienbare massa's ons te zien toegewezen.
Er heeft nu leca schifting, een schei-iiag, een verbijaondéring plaats gegrepen. De onderstelling ligt niet zoover, dat wie thans voor de Gereformeerde kerken opkomt, er iets voor over heefc, er dus iets van meent, en uit geestelijk motief meê optrekt.
We aeggen dit niet van allen. Altoos zijn er kinderen, die met hun ouders meegaan, waar ze eigenlijk liever terugbleven, gelijk er onder de Synodalen kinderen zijn, die liever meegingen, maar terug m.oeten blijven om hun ouders. Dat volgt vanzelf uit de banden des levens. Pure individuen zijn we nu eenmaal niet.
Maar globaal genomen is er tocli geen beter mitjdel tot kerkreiniging dan smaad en baete. Als ge om uw medegaan met de Gereiormeerde kerken in veler oog een min gewsnscht man zijt, en duchtig in uw beurs moogt tasten bovendien, dan ontslaat hst vermoeden, dat een heoqer motief u hierover heen zet.
De kleine vier honderd duizend, die thans reeds de Gereiormeerde kerken erkennen, zijn dus te beschouwen als een macht, die tamelijk zuiver het Gereformeerde leven bedoelt.
Wat hier later uit ^vorden zal, is nu nog niet te zeggen. De kinderdoop blijft de vraag stellen, wat ge doen zult met uw gedooptcn, die niet tot het htilig Avondmaal wenschen te komen: *
Doch die vraag houde ons thans niet cp. Waar we bij den aanvang van het jaai op ingaan wilden, is, dat we niet zeKgenoegzaam mogen zijn, noch een te hoogen dank van ons zelven koesteren, maar dat de syojpathie van ons hart most blijven uitgpan naar al wat er uit den Calvinistischen wortel nog onder het Synodaal Genootschap schüüt.
Er zijn tal van dusgenaamde Synodale kesken ia Ncord-Brabant, Noord-Holland, Liraburg-, Drenthe-en een deel van Groningen, v/aar geen spoor of schaduw van het aloude Calvinisme meer t; ontdekken vak, ja, v/aar onwillekeurig de vraag rijst, of er ooit Calvinisten geweest zijn.
Maar ook al nemen we dit in aanmer-, king, toch mogen we daarom mst onze 700 ksrken nog niet stil zitten.
Van onze 700 kerken zijn er ruitn honderd dubbele in eenzelfde stad of dorp, zoodat, na lot stand gekomen ineensmelting, ds 700 op 600 dalen zullen.
Nu telde de Synodale keik ruim 1300 gemeenten, zoodat er nog 700 zijn, waar het Synodalisme, ongebroken in aijn kracht, doorgist.
Neem nu aan, dat voor Noord-Brabant ea Limburg hiervan een ico kerken afvallen, die niet dan een schijnbestaan leiden, en nooit eigenlijke kerken zijn geweest; en reken dat in enkele geheel verwilderde streken van Noord-Holland, Drenthe en Groningen, insgelijks een honderdtal wegvalt, dan blijven er ook zoo nog altoos 500 dorpen over, waar niet alle hope mag worden opgegeven.
Er is dan ook bijt.a geen classe oi ze I j kent bij name de dorpen, waar wel ter dege van ouds de kerke Gods geweest is, en I waar toch op dit cogenblik de goede Gere ' formeerde kerkformatie ontbreekt.
In sommige dassen zijn zsifs de bh^ekomene kerken nog veel kleiner in aaatal dan de kerk.n, die nog altoos lan zichzelven liggen.
Maar hoe dit ook zij, in bijna niet ééü classe kan men zeggen, dat er/2? V^5 ts doen overblijft.
Friesland, het ss zoo, deed wonderen, en ook ia een deel van Zuid-Holland is men sen heel emd heeti; maar heel het land over zijn we nog skchtï even over de hgllt. En daarom au wilden we, dat er geen jaar vooi bijging, zonder dat in elke classe altkans weer in één dorp de zake der kerk bp orde werd gebracht.
Stilzitten is ook hier achteruitgaan. Voort en verder, is de leuze, v/aaronder we nu eenmaal zijn opgetrokken; en indien heel teu ck.sse nu maar vroeg in het jaar uitaiaakt, op welk dorp ze den aanval zal nchien, en cp dat ééne dorp rusceiooj alle krachten concsïitreert, dan is er geen quaestie van, of elke classe is, eer het jaar om is, een kerk. rijker.
En dit zal ons gelukken^ mit^ het geen zucht naar machts'/ertoori is, dat ons leidt.
Niet zooals het Lsger des Heils, en gelijk de Metliodist, pronken met cijfers, die dan nog o, zoo onvast zijn.
Maar geh.-indeld uit plichtsbesef.
In de overtuiging, dat in elk dorp de Kerk van Cönsius tot Gods eere moet bloeier.
Uit den drang der liefde, om ook onze broederen en susteren, die nog gevangen zitten, vrij te maken.
Uu verkleefdheid aan onze vaderen, die het van ons, ais hun nakomelingen, vergen mogen, dat v/e het werk, door hen begonnen, niet overlaten aan den verderver.
Weer al 's Heeren erfvolk Siilmvergaderd!
MUIDERKERK.
De Synodalen te Amsterdam zijn er eindelijk weer eens toe gekomen, oi.i een tameiiik kleine kerk, met een hoogen toren, te bouwen.
Leven zat er op dit terrein maar weinig in deze lieden.
Verbeeld u een kerkelijke groep, die, gelijk z2 zegt, ongeveer honderd tachtig^ duizend zielen telt, had langen lijd maar tien Kerken, terwijl de Roomschen met niet ds helft van dit zielental er ver in de twintig be? aten.
Tien kerken op de 180, 000 gaf één per 18, 000. Denk u eens.
En nu is er in 1873 één keik bijgekomen, de Koepelkerk, en nu in 1892, bijna twintig jaren later, v/eer een.
Nu, hun ijver zij daarin gelooid.
Btter iets dan niets.
Elke kerk is weer winste.
Mdar één ding begrijpen we nu niet.
Deze nisuwe kerk heefc bijna twee tonnen gouds gekost, en bevat niet veel meer dan een kleine duizend zitplaatsen.
Hoe nu, ge kunt in al uwe gebouwen SE^tn op geen voeten of vaam na, een vijfde van uw zielental bergen.
Na bouwt ge weer een kerk, en voor het geld, waarvoor ge ruim 2000 zitplaatsen krijgen kunt, schepï ge er nog niet de heifc.
Eilieve, waarom dat.'
Is het omdat ge bang waart voor stoelen en banken te blijven zitten.'
Of wel, omdat een hooge toren u meer waard is, dan de prediking des Woords.' Welks terra van het dilemma kiest ge}
KLEINGEESTIG.
Te. Amsterdam wordt sinds lange jaren een Predikbeurtenblad uitgegeven.
Het eerste ontwerp voor zulk een blad diende Dr. Kuypsr bij den Kerkeraad van Amsterdam in, we meenen reeds in 1873. Niet aanstond." echter ging het plan door, omdat x^i^^ gebonden was aan een contract voor het dusgenaan; de Domineesbriefje, En eerst later, toen de ijverige uitgever J. Fl. Kruyr, bij wien ook ÓQ Heraut eerst verscheen, het denkbeeld overnam, en tot uitvoering bracht, is het nu reeds tamelijk machtige Predikbeurtenblad in de wereld gekomen.
In dat biad nu werden sinds jaren eerst de predikbeurten van de Synodale kerk, en daarna van de Ghristelijke Gereformeerde Gemeente enz. ptibiiek gemaakt.
Niemand nam daaraan ooit aanstoot. Het blad was en wilde zijn een dienend blad, en dus een blad zonder kleur.
Maar wat gebeurt.
De Doleantie van 1886 breekt uit. Het Predikbeurtenblad blijft aas den Synodalen kant. Daarnaast komt de Amsterdamsche Kerkbode. En zoo doet zich een tijdlang het zonderling verschijnsel voor, dat van de twee Gereiormeerde kerken hier ter stede, de ééne haar beurten aankondigt in de Kerkbode, en de andere in het Predikbeurtenblad,
Zoo bleef het dan ook van 1886—1892, al had niemand kennelijk met zulk een toestand vrede.
Dat duurde tot 17 Juni 1892.
Toen kwam. op de Generale Synode de vereeniging ook van de tv/ee Gereformeerde kerken te Amsterdam tot stand, en wierd beider eensluidende naam: Gereformeerde kerk te Amsterdam.
Gebonden door het contract, bleef ook thans de oudste dsr beide kerken haar opgaven naar het Predikbeurienblad zenden, edoch nu niet meer als Christ. Geref. Gemeente, maar als Gereformeerde Kerk A. Later zou men dan met de Kerkbode wel tot een schikking komen. Maar ja wel.
Daar steken de Synodale predikanten de hoofden bij elkaar, en deden den heer Kruyt weten, dat hun machtige toorn op hem zou worden uitgegoten, als hij het hart in het lijf had, om dien naam van Christ, - Geref. Gemeente 'm die van Geref. Kerk A te veranderen.
Dat mocht en zou niet.
En zoo is het dan gebevrj, dat nog zes maanden lang in dit Predikbeurtenblad beurten van de Christ. Geref, Gemeente zijn aangekondigd, ook al wist een ieder, en al was zelfs officieel door de Overheid geconstateerd, dat die naam als zoodanig niet meer bestond.
Lang hoopte men toen nog, dat deze mannen, waaronder toch ook verstandige en vroede personen zijn, nog tot bezinning zouden komen; en zoo bleei dit zaakje hangen.
Maar niets hielp.
Ot men kort of lang wachtte, de klein
geestigheid was dezen heeren te machtig. Ze konden niet ovar hun kleinzieligheid fceenkomen.
Ze hadden het eenmaal gezegd, en zoo moest het blijven.
In hun hocsgheilig predikbeurtenblad kon en mocht niet door verandering van titel blijken, dat er een vereeniging van Gereforineerde kerken was tot stand gekomen.
De heeren stonden nu eenmaal als de struisvogel met den kop achter den boom, en uit die positie mocht niemand hen uithalen.
Ea toen heeft de oudste Gereformeerde kerk te Amsterdam eindelijk gedaan wat onder die omstandigheden alleen wijs was.
Ze heeft den heer Kruyt geen moeite aangedaan, en het laten gewerden, dat de Synodale predikanten dit brandmerk der kleinzieligheid dragen bleven.
Er is een soort kwaad dat ongeneeslijk is. En in de Kerkbode gaan nu eerlang beide kerken , saam. Nu reeds vooslocpig. Straks in goede orde.
Ook hier dus uit hel kwaad hst goed.
NIJKERK.
Van drie zijden tegelijk vraagt men ons, of ons artikel Kerk-administratie op het geval van Nijkerk doelde.
Dat overkomt ons telken.s.
Toen we een vorig maal het aanbiddingslied der hostie vreemd op Calvinistische lippen vonden, vroeg men ons ook, of dit op deze en die zangvereeniging doelde.
Vrage men ons zoo iets toch nooit meer. Wij strijden voor beginselen, en waar deze hun toepassing vinden, laten we aan God over.
Nu men ons echter op Nijkerk wijst, willen we wel zeggen, dat ds. vergadering der Kerkelijke Kas het recht niet had, om zonder voorafgaand advies van den kerkeraad verandering in de beschikking over de zitplaatsen te brengen.
Over zulk een voorslag most eerst ds kerkeraad gehoord, en, tenzij financisele onmogelijkheid intrede, iWö^^ het advies van den kerkeraad gevolgd; want de beschikking over de zitplaatsen houdt een ^^w/^/j^è belang in.
Ten tweede zij opgemerkt, dat verloting van zitplaatsen op een dorp of in een stad, waar slechts één kerkgebouw is, geen zin heeft. Wel in groote steden met meer gebouwen. Maar niet in een plaats als Nijkerk, omdat men in zulk een plaats eenvoudig de deuren open kan zetten, en wie komt, dan gaat zitten waar hij wil. Zoo blijft er vrijheid, afwisseling, onderlinge schikking; en anders legt ge door het lot dwang op, of ontstaat er, erger nog, een ruilhandel, waarvan het profijt niet aan de kerk, maar aan den trekker van een goede plaats ten goede komt.
En wat de vraag aangaat, of het geraden is, in plaatsen waar eeuwenlang altoos de plaatsen verhuurd zijn, nu plotseling te zeggen: Dit mng niet meer om Jacobus 2, zoo komt hier, dunkt ons, allereerst zekere Christelijke prudentie te pas.
De kerkeraad, overtuigd dat er aan alle verhuren eens een eind moet komen, kon b.v. beginnen met het eerste jaar twee banken buiten de verhuring te houden, een tweede jaar vier, enz.
Op die wijs went men de gemeente aan nieuwe toestanden, en inmiddels heefc men gelegenheid, om betere overtuiging veld te. doen winnen.
Dit zou natuurlijk niet mogen, als er zonder Goddelijke dispensatie in Jac. 2 stond; Gij zult nooit zitplaatsen verhuten.
Maar zoo staat de zaak niet.
Volgens de beste uitleggers is de rijke man met zijn gouden rir.g, en die arme, met zijn slechte kleeding, niet eens een lid der gemeente, maar een vreemdeling, een Heiden, die even in kwam loopen.
Alleen het beginsel kan dus uit Jac. 2 afgeleid, en dit beginsel, in verband gezet met heel de leer des Evaügelies, laat natuurlijk niet toe, dat de armerg broeder op kerkelijk terrein minder worde geteld dan, , oi achteruit worde gezet bij den welgestelde.
Dat dit beginsel nu nog lang niet genoeg doorwerkte, staat vast. De vooraanzitting in de Synagoge kan niet uit God zijn. En ook in dezen zin moet dus reformeerend gewerkt.
Maar daarom rekene men toch met en zvij'se. tijd
Niemand mag, omdat hij meer geld heeft, in de kerk iets boven anderen voor zich eischen.
Maar er zijn ook tegenbezwaren, die evenzeer onder de oogen moeten gezien worden.
En daarom zou ons voorkomen, dat de afschaffing van de verhuring, buiten advies van den kerkraad, zoo plotseling en met noodelooze oplegging van verloting, niet heeft plaats gehad in dien vorm, die het best den triomf van het goede beginsel verzekerde.
SCHAATSENRIJDEN,
Bij de behandeling van het Zesde Gebod had een inzsnder ook bespreking van het schaatseririjdea gewacht, waarschijnlijk wijl dit soms in gevaar van verdrinken brengt.
Hierop zij geantwoord, dat zeer zeker aüe roekeloos rijden op te bros ijs, op ijs met wlcdgatea, onder bruggen enz. zonder de noodige voorzorgen, een ongeoorloofd in gevaar brengen van zijn leven is.
Dit ligt dan echter niet aan het scbaatsenrijden, maar aan gemis van de nood/ge omeichiigheid. Als ik in een vigelantestap met een paard er voor, dat nu en dan op hol slaat, bega ik dezelfde roekeloosheid.
Dat schaatsenrijden soms aanleiding geeft tot brooddronkenheid, en evenzco niet zeiden van plicht en roeping af houdt, is even waar. Ook dan echter ligt het kwaad niet in het schaatsenrijden, maar in wat er bij komt of in wat ik er om nalaat.
Zoo is het met de zeïfveihe1fir.g op mooirijden, en zooveel meer. Altoos ligt dan het kwaad niet in het rijden, maar in wat er bijkomt.
Wilde men nu alies mijden of verbieden, wat tot zulke verkeerdheid aanleiding kan geven, dan zou men, gelijk de apostel Paulus zegt, de wereld, moeten uitgaan (i Cor. 5 : lO).
Daarom moet men in al zulke aangele» genheden de zaak op zichzelf beoordeelen, en doet men dit met het schaatsenrijden, dan is dit niet anders dan een frissche, gezonde beweging, waartoe, als God zijn stroomen met ijs bevloert, menschelijke kunstvaal digheid leidt.
Hierin nu is op zichzelf niets kwaads, maar eer iets goeds.
En daarom zouden we zeggen: Zie voor uzelven en voor uw kinderen toe, dat er geen roekeloosheid worde begaan, dat er geen brooddronkenheid bijkome, dat er geen plicht om verzuimd worde, die niet is in te halen, en ook dat men niet blufïe, maar laat oveiigens het ijsvermaak u door niemand gerooid worden.
's Winters niet op het ijsviak, en zomers niet, zoo ge er bij kunt, op de majestueuze ijsvelden der bergen.
RECENSIE,
Het Handboekje ten dienste der Gereformeerde kerken, door de broeders Feringa en Littooy bij den uitgever Le Comtre ter perse gezonden, heeft reuzenschreden vooruit gedaan.
Zoo achterlijk als het vroeger was, zoo degelijk ziet het e thans uit.
Haast zouden we niet weten wat er nu nog bij moest, om het volledig te maken.
Ook zijn onze vroegere bezwaren tegen druk, Itttersoort en papier geheel vervallen, zoodat we thans met goede conscientie dit handboekje kunnen aanbevelen.
MARANATHA heeft zich met nieuwjaar in een gewaad van meer moderne snit gestoken, zijn papier verbeterd, en zijn medewerkers vermeerderd.
Dit verblijdt om den redacteur Ds. Notten, én om het blad zelf.
Oïn Ds. Notten, wijl niets droever is voor een redacteur, dan allengs te merken, dat zijn blad krukken gaat. En om het blad, wijl Maranatha herinneringen uit zijn verleden heeft, die niet te loor mogen gaan, en een plaats inneemt, die geen ander orgaan vinden kan.
KUYPER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 januari 1893
De Heraut | 4 Pagina's