Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

10 minuten leestijd

Om zich een denkbeeld te kunnen maken, hoe er in Transvaal gepreekt wordt, leggen we aan onze lezers een brokstuk voor uit een predicatie van Ds. Postma, onlangs den 26 Februari, naar aanleiding van den watersnood, te Pretoria gehouden.

Er openbaart zich onderling tusschen de christenen hier ter plaatsA, en in ons land veel maal een geest, strijdig met de onderlinge christelijke liefde en achting, waardoor de een den ander uitnemender moet achten dan zichzelven. Als kinderen des Heeren is men geroepen met elkander te wandelen in ootmoedigheid en zachtmoedigheid, elkander verdragende in liefde, elkan ders overtredingen in liefde bedekkende om tergepaster ti)d in de eenzaamheid in liefde elkander op de afdwalingen opmerkzaam te maken, om alzoo elkander met den waren geest der lietde op te bouwen in het geloof van onzen Heere fezus Christus. Treurig is het, dat wij zoo weinig zien van dezen waren wandel der liefde, en waar wij geroepen zijn der waarheid getuigenis te geven, moeten wij verklaren: er is veelmaal zoo weinig christelijke verdraagzaamheid, er wordt zooveel jalouzie geopenbaard over de geringste belangen des levens, deswege gaat men er zoo licht toe over zijne medechristenen om allerlei oorzaken te oordeelen en te veroordeelen. Wanneer men soms de opnaerkingen hoort van christenen over hunne mede christen, de bedenkingen, die op geheimzinnige wijze geopperd worden, dan zou men, zoo men alles aan neemt, uit deze gesprekken tot de gevolgtrekking moeten komen, dat die personen die zoo beoordeeld worden geene christenen kunnen zijn. Hoort men weder anderen over die sprekers oordeelen, dan wordt weer hetzelfde ons voorgesteld. Ja, waarlijk, dat toont een zoeken van zichzelven, een zoeken van eigen eer ten kosten des naasten, geen ooimoedigeu christelijken wandel. Het brengt voor onze aandacht het beeld van den jood, door Paulus in den zendbrief aan de Romeinen ons voorgesteld, den jood op den rechterstoel om anderen te veroordeelen; en met het woord van Paulus moeten wij u toeroepen: »Wie zijt gij, o mensch die anderen oordeelt? want, waarin gij anderen oordeelt, veroordeeh gij u zelven; want gij, die anderen oordeelt^ doet dezelfde dingen."

Een andere oorzaak, waarom God. die ijvert voor Zijnen dienst, zoo gedurig de roede Zijner bezoeking over ons land uitstrekt, is het groote verzuim, dat er bij ons volk opgemerkt wordt in de behartiging en de bijwoning; van d«n op«nb»r«n godsdientt. Wij ««ggen ? ^S& SSSSSSiSS!S bij ons volk, want dit verzuim bestaat niet slechts bij ééne gemeente, of bij één kerkgenootschap, maar algemeen in het land. Waar de voorrechten in onze dagen vermenigvuldigd geworden zijn, zsodat er nu op de meeste plaatsen in ons land evangeliedienaren zija en telken sabbat het brood des levens door Gods gezanten met rijke hand uitgedeeld wordt, bemerken wij niet meerdere belangstelling. Men doet nog als vroeger, want tal van gemeente-leden zijn nog bij de oude gewoonte gebleven, toen op vele plaatsen maar enkele malen een evangeliedienaar kwam om te prediken en de sacramenten te bedienen. Van buiten komen zeer velen, die niet te ver af zijn, maar één of tweemaal in het jaar om de groote kerkgelegenheden bij te wonen. Och, waar men jzoo doet, wordt alles zoo doodsch, gelijkt dat opgaan die enkele malen tot de kerk wel aan een bedevaart, waarmede men zijne ziel voor dat jaar weder gerust gesteld heeft. Kan het zoo blijven voortgaan, geliefde toehoorders? Toont men niet door deze nalatigheid, dat men geen behoefte heeft aan het brood des levens, waardoor ook gedurig de ziel verkwikt moet worden? Toont men daardoor niet, dat men nog geen waar gevoel heeft van het ééne noodige voor zijne onsterfelijke ziel, dat God ons door Zijnen Geest schenken wil bij Zijn dierbaar woord? Wordt niet door dh verzuim de gedacine des harten geopenbaard: «Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn, " en moet men^ daar niet uit besluiten ; velen vinden meer genoegen in hunne aardsche bezit tingen en de bezigheden des levens en versmaden de heerlijke heilgoederen. die God in Christus door Zijn Woord ons geopenbaard heeft. Maar niet alleen bij de gemeente die van buiten moet opkomen; ook bij velen hier in de stad, die steeds onder het gehoor konden zijn, merken wij verzuim en vertraging. Velen beginnen het als eene vaste gewoonte aan te nemen om maar éénmaal op den rustdag hunne schreden naar Gods huis te richten. Zij vinden voor dit verzuim alle nietige verontschuldigingen die niet in de weeg schaal kunnen gesteld worden tegenover het hoogste belang, waartoe zij tot Gods huis opgeroepen worden. Wil toch beseffen, geliefden, het is eene gevaarlijke gewoonte, waaraan gij u went; gij vormt u daardoor eene verkeerde gedachte van den rustdag, dien men op die wijze voor het grootste gedeelte doorbrengt in ledige rust en waarop men zich overgeeft aan ge makzucht en daardoor steeds trager wordt tot den dienst des Heeren. O, volk des Heeren, denkt er toch over na als de Sabbatsklok telkenmale oproept naar het huis des gebeds, en men ziet dan ten tweeden male zulk een kleine schare daar heen gaan, welke gedachte geeft gij aan de wereld, die den Sabbat niet viert? Zij denken er van: gij meent het toch niet zoo ernstig; anders zouden de roepstem en de herhaalde opwekking niet te vergeefsch zijn. Gij sterkt de wereld in hun ongeloof, en in plaats van dat gij tot licht in de duisternis der wereld zijt, wordt gij zelf met de wereld medegevoerd in den geest des tijds. Ja, het is de geest des tijds om den Sabbat te gebruiken als een vrijen dag en op dien dag ontspanningen te zoeken, waarvoor men zich geen tijd gunt in de dagen der week; en de eerste schrede op dien weg is verzuim van den ingestelden openbaren godsdienst. Inwoners van Pretoria, laat ons toch waken tegen al het verkeerde, dat wij alreeds op den Sabbat in deze stad aanschouwen, en laat toch het volk des Heeren door hunne nalatigheid niet de oorzaak zijn, dat ook deze stad hierin de groote steden der wereld gelijk zal worden.

Eindelijk is er nog een zeer groot gebrek bij de inwoners des lands — bij het volk des Heeren —•, waarom in het bijzonder door den ramp van den grooten watersnood een roepstem Gods tot ons ge kuraen is. Er wordt al te weinig christelijke liefdadigheid en milddadigheid gevonden; en ook hier is het even als met den openbaren godsdienst. Waar de inwoners des lands vroeger grootendeels behoeftig waren, maar daarna in dit land rijkelijk gezegend ge worden zijn, velerlei bronnen van inkomst als door Gods hand voor ons geopend zijn, bleef men in zijne giften aan de armen en noodlijdenden ook nog maar bij de vroegere gewoonte. De jaren van overvloedige zegeningen hebben in dezen geene heilzame uitwerking gehad, hebben geene vruchten gedragen - neen, die milde zegeningen hebben de harten afgeleid tot den Mammon eu den dienst der wereld in plaats van daar door met dankbaarheid tot God en Zijnen dienst vervuld te worden. En, waar menigeen vroeger in nooddruft waarlijk mild en uit liefde zijne gaven wijdde aan den dienst des Heeren en de behoeften der armen, worden nu uit den overvloed kleine giften soms met moehe afgeperst. Omdat wij dit opmerken, daarom gevoelen wij, dat door die ramp van den watersnood een krachtige roepstem tot Gods volk gekomen is om ons op te wekken tot liefdadigheid. Ziet waar^vele huisgezinnen van alles beroofd zijn, en wij uitgerioodigd worden om in hunne behoeften te voorzien, daar roept die ramp ons toe om te bedenken, dat Gods verschoonende genade over ons nog groot is, dat wij ook van alles konden beroofd zijn, en alzoo moeten gevoelen: met alles behooren wij den Heere toe, wij moeten los zijn van onze aardsche goederen en vrijwillig en mild onze gaven offeren, waar God zelve ons roept tot milddadigheid. Niet geringe giften, niet weinige penningskens, die wij denken overig te hebben, neen, dat zou ons ten oordeel strekken; want daardoor toont men, dat men nog niet opmerkt de roepstem Gods die door dat geduchte oordeel tot het volk v.in ons land gekomen is. Denkt na over de vele armen en noodlijdenden die er zijn in de oudere landen der wereld, hoeveel daar aan liefdadigheid moet ge daan worden, hoe mild de offers bij zulk eene gelegenheid daar invloeien, en waar ^ zich voor de eerste maal zulk een nood voordoet in ons land, zullen wij ons dan door liefdeloosheid bezondigen tegen die duidelijke roepstem Gods, ons opwekkende tot milddadigheid? Hoort ook hier weder het woord van Amos: »de strik zal van de aarde niet weggenomen worden" waar de liefde der wereld het hart beheerscht, daar is de liefde des Vaders niet; dat is de zonde, die scheiding tusschen ons en God maakt.

Dezer dagen werd ons harte diep gegriefd bij eene opmerking die wij hoorden, waar men te kennen gaf: de Regeering des lands kon ruimschoots uit de schat kist voorzien in de ramp door den watersnood veroorzaakt vóór er een beroep op de burgers des lands gedaan werd. De Regeering heeft haar plicht gedaan door met eene goede som dadelijk in den eersten nood hulp te bieden. Verder kan de Regeering niet gaan. Nu moeten de verdere behoeften onzer noodlijdende christen vrienden door onze christelijke liefdadigheid vervuld worden En zelfs, zoo de Regeering er toe in staat ware en het recht had uit 's lands schatkist zonder onze hulp geheel het verlies van die ramp te dekken, wij zouden als evangeliedienaren krachtig ge tuigenis moeten geven tegen deze handeling; wij zouden u als christenvolk moeten toeroepen: Wilt gij een verder oordeel Gods over u brengen door die ge duchte roepstem Gods, die tot ons gekomen is te veronachtzamen? Wanneer wij van harte, gevoelen de woorden onzes Hcilands, die om onzentwil arm geworden is, «zalig zijn de barrohartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden, " dan zouden wij God danken voor die roepstem om los te worden van onze tijdelijke goederen; wij zouden blijmoedige gevers worden, en ondervinden de zaligheid van het geven ook aan onze eigene zielen.

Geliefde toehoorders, wij moeten eindigen, daar de tijd spoedt, hoewel er nog meer ongerechtigheden door ons konden aangetoond worden, welke de oorzaken zijn, dat God zijn aangezicht voor ons verbergt en het land zoo voortdurend bezoekt. Nemen wij ernstig ter harte hetgeen wij heden overwogen hebben.

Kinderen Gods, merkt op! God heelt een twist met' Zijn volk wegens hunne ongerechtigheden, hunne nalatigheid en ontrouw, en zal niet ophouden met zijne bezoekingen, zoo wij niet de wegen der ongerechtig heden verlaten en met een volkomen en liefdevol hart ons overgeven aan Zijnen dienst. Kinderen Gods, hoort de stemme Gods! ontwaakt tot het gevoel uwer roe ping en wilt door Gods genade waarlijk worden tot lichten in de duisternis der wereld.

O, zorgcloozen, die daar gerust voortgevoerd wordt op den stroom des tijds! die geduchte roepstem komt ook tot u met ernst nog in het heden der genade. Die nacht van den watersnood, die eenige gelijkheid had aan den zondvloed, roept u toe met het woord Gods; bij het einde, dat wij allen te gemoet gaan, zal het met de goddeloozen zijn als in de dagen des zondvloeds, de vloed kwam en nam hen allen weg, en zoo kunt ook gij plotseling worden afgesneden uit het land der levenden om te verschijnen voor Gods rechterstoel, Hoe verschrikkelijk zijn alreeds op aarde Gods oordeelen 1 Maar dan is Hij voor u voor eeuwig een verterend vuur-Heden, zoo gi] zijne stem hoort, verhardt uwe harten niet.

God zegene deze geduchte roepstem aan ons aller harte. — AMEN.

Ginds water te veel, hier te lande dreigde er gebrek aan water.

Maar ginds en hier is het iéa roïputemvan denzelfden God, die door zijn machtige elementen oproept tot de vreeze zijns Naams.

KUYPER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 mei 1893

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 mei 1893

De Heraut | 4 Pagina's