Uit de Pers.
Omtrent het onder onze leaders besproken Rapport, zegt Ds. Sikkel in de Zuidhollandsche Kerkbode:
De deputaten der generale synode in zake advies over huishoudelijke regelingen, zonden hun rapport voor de volgende generale synode bij de kerkeraden in.
Een eerbiedwaardig stuk van 61 halve bladzijden folio.
Wat een werk hebben deze mannen broeders, Prof. de Cock, Ds. Hessels en Ds. Feringa, daaraan gehad!
Al wat sinds 1834 in de verschillende synodale vergaderingen der gereformeerde kerken besloten en bepaald is, hebben zij bijeengebracht en geordend naar de volgorde van de artikelen der kerkenordening.
Alleen reeds als historisch stuk heeft dit rapport o hierdoor groote waarde en het is zeer te hopen, dat dit stuk in zijn geheel in de acta der volgende synode r opgenomen worde, of anders afzonderlijk verkrijg h baar worde gesteld. Bij elk punt der kerkenorde kan f elk dan aanstonds weten, wat daarover in de onder scheidene synoden sinds 1834 verhandeld is. waardoor in zeer vele zaken bij tal van moeilijkheden de duizend lessen, die de geschiedenis onzer gereformeerde kerken sedert de dagen der scheiding en der doleantie biedt, tot haar recht kunnen komen.
Aan al die beslissingen en uitspraken der synoden, nadat zij bij het desbetreffend artikel der kerkenorde gelegd zijn, knoopen de deputaten dan voorts in hun rapport hunne overwegingen vast, en komen zoo tot hun advies omtrent de gedragslijn, die thans voor de kerken moet gelden. En het is te verstaan, dat die overwegingen en adviezen heel wat van de overleggingen, het nadenken en de wijsheid dezer broeders gevergd hebben. We aarzelen niet, onze warme dankbaarheid en bewondering voor dit werk dezer deputaten uit te spreken. Zij bewijzen door hun rap port aan de gereformeerde kerken een ongemeenen dienst.
Niet alleen om den vorm, dien deze broeders voor hun advies kozen, of om den arbeid dien zij er aan besteed hebben, maar ook, en niet het minst om den inhoud der adviezen zelven, achten wij de kerken aan deze deputaten verplicht.
Zij toonen hierin duidelijk kennis en smaak te hebben van het gereformeerde kerkrecht, gelijk dat van mannen als de Cock, Hessels en Feringa mocht wor den verwacht. Het is dan ook hun streven, het getal bepalingen, die bij de uitvoering der kerkenorde door de verbonden kerken in het oog gehouden zullen worden, zooveel mogelijk te beperken.
Tot heden toe moest bij de uitvoering dier kerkenorde telkens door de synodale vergaderingen de weg gewezen worden, opdat de bedoeling der bepalingen dier kerkenordening niet zou worden misverstaan, maar de toepassing en uitvoering in de rechte lijnen loopen zou. De kerken toch waren door de reglementen, die in 1816 werden ingevoerd en door het stetsel-vsn kerkregeering, dat de landsregeering sinds in de landswetten gelden liet, de kluts kwijt geraakt, en hadden èn sinds '34 èn sinds '86 heel wat te worstelen en te tobben, om het rechte pad te vinden en te houden. De weg der kerkregeering was in de publieke en ofïicieele opinie verlegd. De nieuwe weg was een heirbaan, op welke alles en een ieder zich bewoog. Naar aller oordeel was er geen andere weg meer.
Het oude pad was smal en onaanzienlijk. Het was niet op genootschappelijke of coUegialistische wijze naar het moderne revoliitionaire idee van den Staat en de Staatsregeering door het middel der onteigening ontstaan, als een kanaal of een straat waarvoor elk zijn akker moet kten verknippen en zijn huis moet laten afbreken; maar het was gevonden door het oude principe der souvereiniteit in eigen kring te laten gel den. Men vond het aangewezen in het organisme van het lichaam van Christus zelf, gelijk zich dat in de plaatselijke kerken openbaart, en in de organische ge » " meenschap dier kerken aan den dag komt. Het was een paadje, als dat tusschen de hoeven en akkers doorslingert en dat dient om de natuurlijke gemeenschap levendig te houden, maar tegelijk om elks recht en grens veeleer te laten uitkomen, in plaats van die uit te wisschen.
Dit oude paadje der gereformeerde kerkregeering was door hel aanleggen van de coUegialistische genoot schappelijke heirbaan sinds de dagen van Napoleon en van den triumf der revolutionaire beginselen veraiht en verlaten, Niemand kon het meer betreden zonder zich de bespotting en verachting van den laatdunkenden geest der eeuw op den hals te halen. Het gold zelfs niet meer als weg voor overheid en publiek. Wie het betrad, geleek veeleer op eenen landlooper, die den rechten straatweg ontweek met oneeriijke bedoelingen, dan op een eerlijk mensch, die de goddelijke rechten ontzag en eerde.
En de enkelen, die er zich toch aan houden wilden, lieten geen spoor achter. Het paadje dreigde geheel te vergroeien, , en voor goed verloren te gaan.
Bovendien, wie ontkomt aan de macht der publieke en offlcieele opinie? Elk wou toch wel gaarne het onaanzienlijke wegje wat verbreed hebben en het hitr en daar wat verkorten door een enkel hek om te trekken, of een enkelen akker er aan op te offeren. Men maakte dan toch wat beter figuur in de oogen van het publiek. Men moest toch ook eenigzins met zijnen tijd mee. En het bood toch.ook voorj'de gemeen schap zooveel gemak en voordeel, al kortwiekte het wat den afzonderlijken hoevebewoner in zijn recht; in het recht van zijnen God.
Zflo ging het als van zelf. ook bij de beste bedoelingen. En waar er zooveel moed, zooveel onbevan genheid tegenover den tijdgeesten zooveel nauwkeu rige onderscheiding noodig was, om naar de bedoe ling, waarmee men_ in '34 en '86 optrok, ook in de regeen'ng der kerk niet slechts de wijde poort te schuwen en door het enge poortje in te gaan, maar ook den breeden we^ uit het hart te zetten en nauwgezet het smalle pad te bewandelen, daar hadden de syno den der kerken telkens heel wat te doen, om de ligging en richting van het paadje eier vaderen en de plekjes, waar zij hunne paaltjes gezet hadden, goed te onderscheiden en met ernstigen drang aan de kerken te wijzen. Ja, het moet zelfs niemand verwonderen, dat meer dan eenmaal in onze synoden zelven een verkeerd spoor voor het echte werd aangezien, zoodat men telkens weer een eind terug moest, en, waar men eerst al bepaald had, dat het spoor hier toch loopen moest, straks toch weer moest bekennen, dat dit de oude weg niet kon zijn.
Maar dank zij al dien arbeid der kerken, bijna 60 jaren lang, is thans het pad, dat naar de belijdenis en de kerkenordening geldt, steeds voor aller besef meer duidelijk geworden, en het was nu de arbeid der ge noemde deputaten, om de hekken, die hier en daar bij de onderzoeking scheef getrokken of omgevallen waren, weer op te zetten en het pad. dat in de erve der va deren, in de erve des Heeren, naar het recht doet wandelen, met afwijzing van alle bijpaadjes tot volle gelding te laten komen.
Daarmee vervallen een groot tal van bepalingen, die tot heden toe dienden bij het in kaart brengen van den weg, dien de kerkenordening bedoeld heeft.
En in het flink opruimen van allerlei besluit en be paling, om alleen het nu duidelijke spoor der kerkenorde te wijzen, zien wij dan ook de grootste verdienste van den arbeid dezer deputaten. Tal van noodbruggen breken zij , - if. Hier stoppen zij een gat in eene haag; daar leggen zij nieuwe graszoden op een plek, waar de voet het recht' der plaatselijke kerken, dassen of provinciën wat platgetreden had; ginds graven zij een scheidingssloot op de oude diepte, nu de kerken her over het recht eens werden. Ten slotte blijft schier niets dan de kerkenorde over.
Zoo moet het ook.
Zelfs zal, waar de bescheidenheid der deputaten nog een enkel plankje liggen liet, de synode, door hen zoo uitnemend voorgelicht, het werk hierin wel tot voltooiing brengen. Dat zal zeker ook de grootste satisactie zijn, die deze kloeke trouwe broeders kunnen verlangen, en die wij hun dan ook van harte gunnen en toewenschen.
Lange jaren zal dan aan den dienst, dien zij in dezen aan onze kerken bewezen hebben, worden gedacht.
Aan dit laatste alleen twijfelen we.
Een Synode kan niet met stoom werken. En toch zelfs al deed ze dit, dan nog is het ondenkbaar, dat men binnen een toch altoos eng beperkten tijd zulk een reeks van geheel zelfstandige onderwerpen grondig bespreke en tot een algeraeene beslissing brenge. Ook al ware er niet anders te doen.
KUYPER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 21 mei 1893
De Heraut | 4 Pagina's