GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

Niet onjuist karakteriseert Ds, Gispen in de Bazuin de verschillende richtingen in haar strijd tegen het ongeloof, als hij schrijft:

De kerk, (ik spieek nu van alles wat kerk genoemd wordt, en niet uitsluitend van hetgeen wij als de ware kerk erkennen) de kerk moet onder deze macht der eeuw leven, zich handhaven, en haar leven onder de volken, met meer of minder gunstige omstandigheden, voortzetten, en meer verdedigend dan aanvallend optreden, handhavende haar goed recht.

De Roomsche kerk doet dit door voornamelijk hare werken van barmhartigheid op den voorgrond te plaatsen en daaruit de gevolgtrekking af te leiden, dat zulke vruchten niet kumien groeien aan een kwadea boom; de verstandelijke ontwikkeling, van hen die daartoe vatbaarheid hebben, met kracht en beleid te bevorderen; kunstenen wetenschappen en de liefde tot deze te beoefenen en aan te kweeken ; en, door daarvoor bekwame woordvoerders, het betoog te doen leveren, dat geloof en wetenschap niet vijandig tegenover elkander staan, maar dat de ware wetenschap juist gevonden wordt bij hen, die aan eene openbaring Gods aan de menschen gelooven, en als liet doel ook der wetenschap belijden : Gode alleen zij de eer!

De Protestantsche kerken kunnen, uit den aard der zaak, niet met eene saamgetrokken kracht tegen den geest der eeuw optreden, aangezien zij zelve voertuigen van dien geest zijn geworden, en krachtige instellingen zijn, die de heerschappij van dien geest onder het volk uitbreiden. Vandaar het verschijnsel der nieuwervvetsche volkskerken, door den staat gesubsidieerd en door het intellect, in het belang der opklaring, in stand gehouden en beschermd, voor zoover in die genootschappen nawerkt-en gist en kookt, al wat omgaat in en bij het denkend deel der natie, de verlichten, de mannen van het verstand.

Tegen dien geest der eeuw is en wordt echter, door voorgangers en leden van die volkskerken, getuigd en gestreden, op verschillende wijzen en met onderscheiden middelen. Om bij ons vaderland te blijven, kunnen we van het volgende spreken.

De apologetische methode, die zich ten doel stelde de openbaring te verdedigen tegen de aanvallen van het intellect, gelijk de oude leeraars zulks deden tegen het-Heidendom.

De critische methode, die de wijsbegeerte der eeuw en wat zij den weg tot kennis, liet wezen onzer kennis enz. noemt, aan een scherp wetenschappelijk onderzoek onder-vverpt, en het onhoudbare er van uitspreekt; maar ook tegelijkertijd de kerkleer aangaande God, den mensch, de zonde, de genade en de laatste dingen, zoodanig critiseert, dat het wezenlijke van al die leerstukken verdwijnt, en ternauwernood de namen nog blijven bestaan.

Verder de ethisch-practische methode, die den strijd op wetenscliappeliji< en dogmatisch-kerkelijk gebied opgeeft, en zich toelegt op de redding der zielen van den drank, de ontucht enz.; stichtingen van allerlei aard, voor oud en jong, voor mannen en vrouwen in het leven roept; daarin de goede zeden van het Christendom poogt te handhaven en te verbreiden; krachtig bevordert het Christelijk onderwijs in de volksschool, en poogt geheel het lager onderwijs aan de staatszorg te onttrekken, en aan de Christelijke school dezelfde rechtspositie te geven, die het neutrale staatsondenvijs bezit.

Voorts de ethisch-mystische methode, die de pantheïstische wijsbegeerte, vermengd met theosophische bespiegelingen, toepast op de openbaring en de overgeleverde kerkleer; de letterkundige chritische onderzoekingen aangaande den oorsprong en den inhoud der Bijbelboeken aanvaardt; en tot de slotsom komt, dat het Christelijk geloot niet staat of valt met den Bijbel, omdat dit geloof zijn grond niet heeft in een boek, maar in de getuigenis des Heiligen Geestes binnen in het hart van den geloovige en in het onmiddellijk aanschouwen van (iod en de eeuwige dingen.

Dan volgt de juridisch-conjessionecle methode, die het oog richt op de quaestie van recht en onrecht. Uitgaande van de bewering, — dat de hedendaagsche volkskerk continueert of voortzet de Gereformeerde kerk, uit de dagen der reformatie, en mitsdien is de wettige openbaring van het lichaam van Christus in ons land, — beschouwt zij den feitelijken toestand als in strijd met het recht, wijl de formulieren van éénheid niet zijn afgeschaft, de bevoegdheid daartoe zelfs niet bestaat, en in de reglementen van de nieuwerwetsche volkskerk zelfs handhiviog van de leer geëischt wordt. Een man zonder hoofd is krachtens deze methode toch een man met een hoofd; wijl degene die hem het hoofd afsloeg, daartoe het recht niet had, en dus een wederrechteiijke daad pleegde. Feitelijk moge de man dus zijn hoofd kwijt zijn; rechtens bezit hij het nog.

Ten laatste van alle komt dan de Gereformeerde beginselen-methode. Deze method? gaat uit van de grond-of moedergedachten, die door Calvijn en, op zijn voetspoor, door de beste Gereformeerde schrijvers, uit de H. Schrift zijn afgeleid, aan de belijdenisschriften het aanzijn schonken, en toegepast zijn op kerk, staat en maatschappij, om heel het leven, of het aardsche bestaan, te regelen naar het Woord Gods, en alles te schikken en te richten tot verheerlijking van God, die zich in zijn Woord geopenbaard heeft.

Deze methode stelt intellect tegenover intellect, stelsel tegenover stelsel, wetenschap tegenover wetenschap, kunst tegenover kunst, staatsinrichting tegenover staatsinrichting, maatschappijkunde tegenover maatschappijkunde; m. a. w., leeft zelfstandig uit een eigen beginsel, en streeft er naar, kerk, staat en maatschappij, - naar de gevolgtrekkingen, die in dif beginsel liggen, in te richten en te regeeren.

Als ge dit goed begrijpt en doorziet, zal het u niet verwonderen, '^at deze methode beurtelings als rood-revolutionair en totaal verouderd weerstaan wordt, en dat, waar al de andere methoden ook in verschillen, zij hierin overeenkomen, dat de Gereformeerde-beginselen-methode moet tegenge gaan worden, wijl zij óf tot eene zeer consequente revolutie voert, óf de menschelijke samenleving drie eeuwen achteruit brengt. Men noemt deze methode ook wel het Neo-Calvinisme, om haar te onderscheiden van het oude Calvinisme, wijl het o. a., b. V. in de leer van de Overheid ten aanzien van de kerk en de daaruit afgeleide verhouding van kerk en staat, tot andere gevolgtrekkingen komt, dan de Gereformeerde of Calvinistische schrijvers uit vroeger dagen en de confess-e zelve.

Deze Gereformeerde-beginselen-methode heeft, ofschoon zij de jongste is, al heel wat beweging en splijting in den lande te weeg gebracht. Wel een bewijs, dat zij dieper gaat dan de oppervlakte en werkelijk eene methode is van beginselen.

Over hare zelfs vermoedelijke uitkomsten te oordeelen, zal het thans leveiide geslacht, naar den mensch gesproken, wel niet gegeven zijn. Want beginselen zijn als zaadkorras, die langzaam werken, en ten laatste den hardsten grond doen splijten en een weg zich banen voor haar eigen leven.

Dat echter die werking het eerst en het meest op kerkelijk gebied geschiedt, ligt in den aard dier beginselen zelve. En vandaar de quaestie over de opleiding tot den dienst des Woords, en de vraag of deze, naar den eisch van het beginsel, Universitair of Seminariaal moet zijn. Die vraag staat met alles in verband wat, in de wereld van het denken, thans aan de orde is. Zij is een deel, zij het ook een belangrijk deel, van geheel de Calvinistische levensopvatting. En doordien de toestanden op elk gebied zoo ingewikkeld zijn, is vergissing en misverstand, ook onder de uitnemendste mannen, mogelijk niet alleen, maar bepaald aanwezig, in het wetenschappelijke, kerkelijke en politieke, waaruit nog veel kan voortvloeien, dat ons de vraag herinnert., ; «Wachter, wat is er van den nacht ?

Onze eenige aanmerking zou zijn, dat in deze schets niet genoeg uitkomt, hoe, krachtens zijn historisch^n adelbrief, alleen het Calvinisme, evenals Rome, met een principieele, alles omvattende levens-en wereldbeschouv/ing tegen de Revolutie het Evangelie overstek.

Alle overige Protestantsche richtingen leveren stukwerk^ en zijn daardoor én in den strijd met Rome én in den strijd met het Rationalisme tot geen afdoend verweer in staat. .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 juli 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 juli 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Bladeren