Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Practicisme

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Practicisme

9 minuten leestijd

VIII.

„Georganiseerde Ziekenverpleging" kan in ruimer of in enger zin worden opgevat.

Natuurlijk is er ziekenverpleging in elk gezin, bij krankte, 'tzij door huisgenooten, door familieleden, door vriendschap, of door het gewone dienend personeel. Hier daarentegen komt alleen de georganiseerde verpleging ter sprake, en blijft de gewone verpleging aan huis geheel" buiten beschouwing. Doch ook al bepalen we ons in deze artikelen tot de georganiseerde verpleging, dan nog is het heel iets anders, of men spreekt van ziekenverpleging ten behoeve van een enkele kerk, van een enkel ziekenhuis of van een enkel hospitaalschip, dan wel van ziekenverpleging als bedrijf of als levenstaak van een bepaalde orde of vereeniging,

Een kleine kerk ten plattenlande, wier Diaconie een of twee daartoe geoefende vrouwen of mannen aanwijst, om in geval van nood, 'de kranken der gemeente te helpen verplegen, heeft, zij het ook op zeer kleine schaal, een ziekenverpleging georganiseerd. Even klein in omvang, maar toch eveiizoo georganiseerd, is de verpleging op een hospitaalschip, of bij een ambulance, of kliniek. En alleen in groo'.ere hospitalen of ziekenhuizen neemt deze organisatie breeder afmeting aan.

Toch blijft de organisatie, op dezen voet, iltoos van eng begrip, wijl ze uitsluitend strekt om verpleging beschikbaar te stellen op één eng omschreven terrein, in een gasthuis, bij een ambulance, op een schip, in een kerk, of in een aangewezen kerkwijk.

Ziekenverpleging is dan geen doel, maar hulpmiddel. Er is behandeling van kranken en gewonden. Voor die behandeling is een inrichting in het leven geroepen. Aan die inrichting zijn geneesheeren verbonden. Er is een directie, die het huis of schip of de ambulance verzorgt. Er zijn instrumenten en medicijnen. Er worden operatiën verricht. Er worden baden gebruikt. Er wordt massage en heilgymnastiek toegepast. En dan bovendien komt er de verpleging d.& x zxék.& nog bij. Want onder die verpleging verstaat men dan niet de behandeling door arts of heelmeester. Niet wat de apotheker of de directie ten goede doet. Neen, „ziekenverpleging" beduidt dan uitsluitend de hulp die, meest door vrouwen, geboden wordt, om den arts te assisteeren, en voorts de zieken te helpen verzorgen.

In dien zin genomen is dus de ziekenverpleging iets bijkomstigs. Ze komt bij de behandeling bij. Ze is voor de behandeling een supplement. En dat wel in dier voege, dat men vroeger voor zulke hulpdiensten o«geoef^nd personeel huurde, terwijl men thans daarvoor verpleegsters bezigt, die onderricht en opleiding hebben genoten. Veelal met dit nevenbegrip, dat, terwijl het vroeger helpend personeel uit den stand onzer dienstboden werd aangeworven, thans voor deze verpleging door geoefend personeel, zich veelal jonge dochters uit onzen burgerstand, soms ook uit de hoogere standen, aanmelden.

Ook zoo echter blijft deze hulpdienst voor eene bepaalde inrichting nog altoos het enge karakter dragen, dat hij vervallen zou, als de inrichting wegviel. In oorlogstijd wordt een ambulance georganiseerd, en daarvoor personeel aangeworven; maar is de oorlog gedaan, dan wordt dat personeel weer afgedankt. Een hospitaalschip vaart uit met de groote visscherij; maar is die afgeloopen, dan wordt het schip in conservatie gelegd en gaan de verpleegsters naar huis. En zoo ook worden voor een nieuw ziekenhuis verpleegsters aangesteld, maar afgedankt als het ziekenhuis gesloten wordt. Vooral in tijden van zware epidemiën komt het veelvuldig voor, dat zulke gelegenheden tot ziekenverzorging tijdelijk worden opgericht, en kort daarna weer opgebroken.

Tot zoover draagt de Ziekenverpleging dus het uitsluitend karakter, dat ze voor het ongeoefende personeel, dat men vroeger uit den dienstbodenstand huurde, thans geoefend personeel uit hoogere standen aanwerft.

Geheel anders daarentegen, en veel ruimer, wordt het begrip Ziekenverpleging, als men te doen heeft met een orde of vereeniging, die de ziekenverpleging als bedrijf of eigen werkzaamheid op zich neemt.

Dan toch wordt da ziekenverpleging hoofddoel, en houdt op hulpdienst te zijn. En ook, dan neemt ze een algemeen karakter aan, en houdt op dien, st te doen voor ééne bepaalde inrichting.

Er is dan een kring van personen, die zich vereenigt in een orde of in een genootschap, om in ziekenverpleging een levenstaak te zoeken, en zich daaraan uitsluitend te wijden.

Beweegreden hiertoe kan óf een hooger beginsel óf alleen het zoeken van éér e levenspositie zijn.

Het laatste is het geval, zoo de vereeniging alle confessioneel karakter mist, niets gratis doet, en haar diensten verkrijgbaar stelt tegen betaling van een vast tarief Wie hulp voor zijn zieke noodig heeft, zendt dan naar het bureel van zulk een vereeniging, evenals ge zendt naar een bureel voor goederenvervoer, voor expeditie of anderszins. Gij hebt dan een bepaald soort hulp roodig. Die vereeniging is er op ingericht om zulke hulp te verleenen. En voor die hulp, die ge genoot, betaalt ge naar vooraf overeengekomen prijs.

Voor u is het dan een zaak van huur en betaling, en voor die vereeniging niets dan een bedrijf, om aan de leden een levenspositie te verschaffen, of ook om winsten te maken.

Geheel anders daarentegen komt het te staan, als de ziekenverpleging uit hooger beginsel als hoofddoel wordt gekozen.

Dan toch drijft niet het zoeken naareeij levenspositie, maar de drang der liefde, om de lijdende menschheid te hulp te komen.

Eigenlijke huur van diensten is dan uitgesloten. Wie betalen kan, betaalt dan ook wel, maar liefst in den vorm van vrije gift aan de instelling, die hulpe bood. Maar ook al kan er óf niet veel óf ook niets betaald worden, een orde of vereeniging die uit hooger beginsel zich aan ziekenverpleging wijdt, weigert zoolang er personeel beschikbaar is, haar diensten nooit. Zelfs heeft de ziekenverpleging bij de armsten voor de leden van zulk een vereeniging of orde een hoogere bekoring, naardien dan juist het hooge motief in volkomen zuiverheid werkt.

Het verschil van orde of vereeniging is hierbij van ondergeschikte beteekenis, en komt daarin het sterkst uit, dat bij een orde de toewijding van den persoon een meer volstrekt karakter draagt. Aan een orde verbindt men zich voor zijn leven; uit een vereeniging kan men weer uittreden, zoo andere levenspositie wenkt. Bij een orde ziet men af van eigen rekening en leeft van en werkt voor de orde. In een orde laat men zich alleen opnemen, zoo eeniglijk het hooger beginsel drijft; in een vereeniging kan men ook op zijn plaats zijn, al is het, dat het hooger motief versterkt v/ordt door de behoefte aan een onderkomen en aan levenspositie.

Maar onder welke van deze beide vormen ook optredende, in beginsel blijft deze soort ziekenverpleging geheel van de eerste verschillen, doordien ze in zulk een orde of vereeniging steeds hoofddoel blijft, terwijl ze in een hospitaal of bij een ambulance slechts bijkomstigen hulpdienst verricht met het oog op ééne bepaalde instelling.

Dit onderscheid blijft ook dan nog doorgaan, indien zulk een orde of vereeniging de ziekenverpleging in bepaalde gestichten op zich neemt, of ook tijdelijk eenige van haar leden voor zulk een inrichting beschikbaar stelt.

Ze treedt dan op in gemengd karakter. Voor zooveel die bepaalde inrichting, instelling of stichting aangaat, is en blijft ze dan 'o. hulpdienst, maar voor de vereeniging die er de verpleging op zich neemt, blijft ze hoofddoel en eenig bedrijf. Nu is het ordewezen hierbij de vorm, dien de Roomschen kozen, en die thans ook in de Anglikaansche kerk van Engeland wordt nagebootst, terwijl de vorm van vereeniging meer past bij de belijdenis der Protestanten.

Omgekeerd komt het ook voor, dat een Ziekenhuis of Hospitaal zich tegelijk beschikbaar stelt voor verpleging aan huis. Dat is dan een tweede gemengde vorm, die beide denkbeelden vereenigt. Maar ook zoo blijft toch het principieel onderscheid standhouden. Dan toch wordt de ziekenkamer aan huis een succursaal van de Ziekeninrichting.

Men moet het onderscheid dus niet zoeken in verpleging aan huis of in het hospitaal. Het onderscheid op het terrein van ziekenverpleging schuilt ten principale uitsluitend in het verschil, dat we op den voorgrond stelden. Er is of verpleging in en verbonden aan een bepaalde inrichting, en dan is ze hulpdienst. Of wel, er is verpleging uitgaande van een bepaalde orde of vereeniging, die zich voor allen beschikbaar stelt, en dan is ze hoofddoel.

Een derde gemengde vorm is de ziekenverpleging in den dienst der Zending. Dan toch is ze verbonden aan een bepaalde inrichting, en wel in tweeërlei opzicht. Vooreerst, doordien ze zich in dienst stelt van een bepaalde kerk, en ten tweede doordien ze dienst doet bij een bepaald hospitaal of bij een bepaalde kliniek. Ze draagt dan het karakter van hulpdienst, en hoort tot de eerste categorie. Maar in dit bijzonder geval is ze ondenkbaar, zonder met de tweede categorie het hooger motief gemeen te hebben.

Zending beoogt ter laatste instantie steeds het winnen van wie buiten het Christendom staat, voor den Christus. De opneming in zulk een zendingshospitaal of kliniek, geschiedt, dus vóór alles als middel, om toegang tot den persoon en de gezinnen te erlangen, en zoo zich den weg te ontsluiten voor een prediking van den Christus. Doch hieruit volgt dan ook, dat men zich aan de verpleging van zulk een hospital of van zulk een kliniek alleen wijden kan, zoo men door de liefde van Christus gedrongen wordt. Voor dezen dienst toch is het eisch, dat men niet alleen als verpleger of verpleegster geoefend en opgeleid zij, maar tevens dat men doordrongen zij van den ernstigen toeleg, om wie nog van verre staan, voor den Christus te winnen, en dus zelf den Christus met heel zijn hart zij toegedaan.

Voor zoover nu het Practicisme di^xy^'s.'& .t ligt het in den aard der zaak, dat we uitsluitend te rekenen hebben met dé Ziekenverpleging, waaraan men zich uit Christelijke overtuiging wijdt.

De Ziekenverpleging in gewone gestich­ namiiininiTiTnïi ten en gasthuizen, blijft hier derhalve, voor zooveel ze door de besturen van deze gestichten zelve georganiseerd is, geheel buiten bespreking. Daarmee heeft het Practicisme niets uitstaande. Die gewone gestichtsverpleging in allerlei ziekehuizen en ambulances, voor zoover ze door gehuurd personeel geschiedt, dat geen anderen onderlingen band heeft, verschilt van de vroegere practijk alleen door het nu aanwenden van geoefende krachten.

Hier komt dus alleen die velerlei Ziekenverpleging ter sprake, waarin vooral jonge vrouwen van Christelijke belijdenis een middel hebben gezocht en gevonden, om haar geloof tot practische uiting te brengen. Er spreekt een behoefte uit, om den Heere niet alleen te belijden, maar ook iets voor Jezus te doen. En het is in dien zin en in dien geest, dat zoo velen, die anders hun leven doelloos zagen voorbijgaan, zich hebben opgemaakt, om in dit bepaalde werk der barmhartigheid haar leven aan haar Heiland te wijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Practicisme

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1900

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken