GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Leestafel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafel.

7 minuten leestijd

I. H. LANDWEHR. HANDBOEK DER KERKGE­ SCHIEDENIS. Rotterdam, D. Bolle.

’n Tijd geleden heb ik hier de aandacht gevestigd op LANDWEHR'S BEKNOPT LEERBOEK DER KERKGESCHIEDENIS, verschenen in de BIBLIO­ THEEK VOOR GODSDIENSTONDERWIJS onderredactie van DR. A. TROELSTRA en DR. H. VISSCHER.

Thans zij 't me vergund dit te doen met 'n ander werk van den Rotterdamschen predikant en beoefenaar der kerkhistorie en wel met zijn zooveel breeder opgezet HANDBOEK DER KERK-GESCHIEDENIS; dat in vier deelen compleet zal zijn. Wel is dit werk nog in wording, maar de eerste twee deelen zijn toch reeds verschenen, en bovendien „vormt", zooals Ds. LANDWEHR zelf schrijft, „elk deel op zicbzelve een geheel". Daarbij komt, dat de schrijver ons in de INLEIDING een en ander omtrent het plan van dit zijn boek mededeelt.

Het reeds in 1910 verschenen Ie deel geeft de OUDE KERKGESCHIEDENIS, het lie deel, dat ten vorigen jare uitkwam, brengt ons de MIDDENEEUWEN. Het spreekt, dat men van iemand, die 'n Kerkgeschiedenis schrijft, niet kan vergen, dat hijzelf heel de stof uit de bronnen zou hebben geput. Zeker, alleen de vrucht van bronnenstudie, neergelegd in monographieën van grooter of kleiner omvang, kan bestaande kennis verbeteren en verrijken, en talk 'n doei kan zich dan ook alleen stellen wie 'n onderdeel der kerkgeschiedenis beschrijft, maar wie zich aan de beschrijving van < ^; kerkgeschiedenis in haar vollen omvang waagt, moet wel zijn doel wat lager stellen.

Hem is het slechts te doen, bestaande kennis mede te deelen.

En dat is al heel wat.

Want dat wil dan niet minder zeggen, dan de historie der kerk beschrijven naar wat men daarvan bij den tegenwoordigen stand der wetenschap weet.

Om nu dit doel althans te benaderen, is Doodig, dat men zich vertrouwd maakt met wat in de literatuur, vooral de nieuwere en nieuwste literatuur van het vak het voornaamste is, en ook dat men daarbij dan weet te schiften en te ziften.

Het wil mij voorkomen, dat LANDWEHR naar vermogen gedaan heeft om dit doel te bereiken, en ik grond dit mijn oordeel niet alleen op die eerbiedwekkend rijke litteratuur-opgave aan het einde van zijn iie deel, welke, naar hij zegt, bij de samenstelling van het eerste en tweede deel door hem is geraadpleegd, maar ook op hetgeen ik waarnam van de wijze waarop hij die litteratuur in zijn boek zelf heeft verwerkt.

Het spreekt weer, dat men ook hier niet den eisch mag stellen, dat hèèl de literatuur zou zijn geraadpleegd en verwerkt. Toch verwonderde het mij, dat ik naast GIESELER en NEANDER, althans wat „de eerste drie eeuwen" betreft, ook BAUR niet vermeld vond. Ik weet, dat mijn leermeester PROF. MOLI tegen BAUR, dien hij, min-vriendelijk, „een speculatieven philosoof" noemde, als historicus zijn bedenkingen had, en ook, dat de Hegeliaansche constructie van het oude Christendom, welke door den „vader der Tübingsche school" werd voorgedragen, thans vrij wel geantikeerd is. Maar dit alles neemt niet weg, dat zijn uiteenzetting van het GNOS­ TICISME, ook na wat later over dit onderwerp is geschreven, naar ik meen, nog niét geantikeerd is.

Had LANDWEHR, voor het samenstellen van zijn Deel I § 18 B. DE GNOSIS, — ook hiervan kennis genomen, deze § ware dan zeker anders uitgevallen. Met name ware ontstaan en karakter der Gnosis als Religionsphilosophie dan duidelijker aan het licht getreden. Dan, gelijk één zwaluw nog geen lente maakt, is het ook niet zoo'n enkel wetenschappelijk feccatum omissionis, hetwelk 'n handboek onbruikbaar zou maken.

En 'n bruikbaar handboek heeft Ds. LAND­ WEHR met dit zijn werk zeer zeker geleverd.

Men kan er door in de kerkgeschiedenis thuis raken, en goed ook.

De gevierde prediker van ROTTERDAM, die zich, met zijn voortreffelijke, op bronnenstudie berustende monographie over LEDEBOER, naam heeft gemaakt als kerkhistoricus, heeft met dit zijn latere werk, dat uiteraard een, voor het grootste deel, compilatorische arbeid moest zijn, dien naam allerminst verspeeld. Noemde ik zoo even deze kerkgeschiedenis 'n bruikbaar handboek, ik meen er dit praedicaat aan te mogen toekennen op.grond zoowel van de volledigheid als van de overzichtelijkheid waarmee de stof is bewerkt.

En daarbij komt dan nog iets.

Alvorens van wal te steken, deelt LANDWEHR in eea korte INLEIDING zijn plan mee. Uit een

vergelijking van die INLEIDING met de Litteratauropgave voor de „Inleiding", blijkt, dat hij zich ijverig beeft bezig gehouden met de methodologie. O.m, noemt hij, als daartoe door hem bestudeerd, ook BERNHEIM'S „Lehrbuch der bistorischen Methode". Doch ook noemt hij daar als zoodanig: DR, A. KUYPER'S ENCYCLOPAEDIE.

En nu wordt de bruikbaarheid van zijn boek voor ons zeker niet weinig daardoor verhoogd, dat het een kerkgeschiedenis wil zijn, bewerkt naar de metbodie, die ook voor dit vak der Theologie ia de Encyclopaedie der ten ontzent herleefde gereformeerde Theologie is aangegeven.

Dit komt dan ook al terstond uit in de definitie op p. s: „kerkgeschiedenis is de beschrijving van de ontwikkeling der zichtbare verschijning van het lichaam van Christus op aarde in haar instilutairen vorm, " en verder waar LANDWEER dan wijst op het verschil tusschen „geschiedenis der Kerk" en „geschiedenis van het Christendom". Maar ook komt dit uit in wat hij op p. 3 speciaal schrijft over: METHODE. Bedenk ik nu, dat ten onzent, naar ik wel eens vernam, ook thans nog, gelijk voor dertig jaar, KURTZ' KIRCHENGESCHICHTE, in twee deelen, hèt handboek, en diens Overzicht — „de kleine KURTZ" — hèt repetitorium is, waaruit door de Theologanten „Algemeene Kerkgeschiedenis" wordt gestudeerd, — dan zou ik aan genoemde heeren in overweging willen geven, toch ook deze kerkgeschiedenis van LANDWËHH een plaats onder hun studieboeken te geven.

Ik schrijf dit laatste met 'n zekeren schroom. Niet omdat ik wankel in mijn overtuiging omtrent de bruikbaarheid van LANDWBHR'S Algemeene Kerkgeschiedenis voor gereformeerde Theologanten, maar omdat ik als akademisch docent er de maxime op na houd, van mij niet te bemoeien met anderer methodus docendi.

Wijl, zooals ik boven schreef, deel III en IV, welke de „Reformatie" en „de Kerk van den tegenwoordigen tijd" zullen beschrijven, nog niet verschenen zijn, kan ik daaromtrent slechts het vrij sterke vermoeden uitspreken, dat de calvinistische idee daarbij beter tot haar recht zal komen dan bijv. bij KURTZ.

Van harte wensch ik, dat de geachte schrij ver bij al zijn ambtelijk werk den tijd moge vinden om zijn handboek te voltooien.

Dan zullen niet alleen onze studenten er minstens een niet onbruikbaar repetitorium, maar ook onderwijzers en anderen, die de algemeene kerkgeschiedenis naar gereformeerde beginselen willen beoefenen, er een bruikbare handboek aan hebben.

’n Kleine opmerking tenslotte boude Ds. LANDWEHR mij nog ten goede.

Op p. S van zijn ie deel, waar bij het over de historiograpbie heeft — tot mijn verwondering ook vind ik het werk van wijlen Prof. TER HAAR over dit hulpvak door LANDWEHR in zijn literatuur-opgave niet vermeld — schrijft bij: „Van gereformeerde zijde is aan de beoe» fening der kerkgeschiedenis nog niet veel gedaan". Daar laat bij dan op volgen: „0< rer het reformatorische tijdperk, voornamelijk in ons land, is veel licht ontstoken door A. KUYPER en F. L. RUTGERS".

Met dat laatste ben ik bet goed eens. Maar wat het eerste betreft, kan ik met den geachten schrijver niet mee gaan. Ik denk toch aan al die dissertaties op kerkhistorisch gebied, waarmee aan de Vrije Universiteit den titel van dqctor theologiae is verkregen, en dan komt bet mij voor, dat het juister ware geweest, iadien LANDWEHR had geschreven: „Van gereformeerde zijde is aan de beoefening der kerkgeschiedenis nog al veel gedaan".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 maart 1912

De Heraut | 4 Pagina's

Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 maart 1912

De Heraut | 4 Pagina's