Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Ik ben met u”.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Ik ben met u”.

8 minuten leestijd

In net, ik ben met «tieden, alte de dM; en töt de voleinding der werd£ Amen. Mattfa. 25 : 20.

Met Jenus öpituding ontittat er een geheel |[ewijcigde rcrhooding tnsichen Jeznt en zijn jongeien.

Tot , op Golgotha verkeerde Jezus met 4^n discipelen in de wereld-Hij doorleefde Ittet hen een gewoon xaenschelijk leven, zooah het leven van den menich hier in deze wereld pleegt toe te gun. Wel was er in Jezus de qpira|baiing vwa zijn wondermacht, en gebeurden er bok andere ongewone teekenen aan Jezus, zooals hij zijn Doop aan de Jordaan en in zijn verheerlijking op Ata berg Tabor; maar, deze bnitengewone tuischenvoorvallen uitgezonderd, leefde Jezus in deze wereld gelijk de jongeren zelf in dese wereld leefden, gebonden gelijk zij aain tijd en afstand, aan de wisseling van dag m nacht, en behoefte kennend aan spijs en drank en nachtrust.

Maar sa Jezus opstanding is dit alles geheel anders geworden. Hij is in het leven teruggekeerd, maar niet meer op gelijke wijze als certyds, en niet meer op gelijken voet als vóór Golgotha. Er is geen sprake van dat Jeiius die veert^; dagen en veertig nachten lang met zijn discipelen verkeerd heeft, met hen op en neer zou zijn gegaan, verbleef waar zij verbleven, en gelijke behoeften kende als zij. Jezus leeft niet meer met hen, maar verschijnt hun. Neemt ge al de verschijningen s»& m, dan verkrijgt ge niisschien een tijdsruimte van tien, twaalf uur, maar van een t^darmmte van veertig dagen is in de verste verte geen sprake. Jezus maakt nog den indruk van in hetzelfde lichaam als voorheen op te treden, maar toch U er zoo sterk verschil, dat ze keer op keer Jezus niet kennen en dat Tbomas eerst zelfs weigert te gelooven dat 't Jezus is, die voor hem staat. En al eet hij i^sch en brood, er staat niet dat Jezus dit neemt om zich te voeden, maar alleen dat hij 't zicik getroost om zijn jongeren te overtuigen, dat hij geen schijngedaante is, maar waarlijk htm Heer en meester. Hiermee hangt dan ook saam, dat Jezus plotseling in het gezelschap van zijn jongeren kan binnen komen, zonder dat de dtnr hem geopend wordt.

Kortom, er is een gansch imdere verhouding in> getreden. Niemand buiten zijn discipelen heeft Jezus waargenomen of gezien. Alleen aan zijn jongeren il het voorrecht te beurt gevallen, met hem in contact te treden. En zoo ziet men aan alles de vervnllisg van wat Jezus gezegd had, dat de wereld hem niet meer ZQU zien; dat hij voor de wereld er niet meer zijn zou; dat hij in het leven der wereld niet meer zou ingaan; en dat zoo ook zijn jongeren wel gemeenschap met hem zouden erlangen, maar toch altoos op heel andere wijze, dan ze dit tot dusver gewoon waren. Jetus verschijnt hun wel in hetzelfde lichaam, maar dit uit Maria ontvangen lichaam il door en na de opstanding in een geheel anderen staat ingetreden. Het ondergaat een zichtbare en principieele verandering. Het is nog niet bet lichaam der hemelvaart, maar het is bezig dit te worden, en als straks de Heere aan Paulus bij Damaskns of aan Johannes op Patmos zich vertoont, is die wijziging, die verandering, die heetlijkmaküg vaU zijn lichaam steeds verder voortge^n. En zoo is hij dan nu ook gezeten aan de rechterhand des Vaders in de hemelen, wel nog altoos in zijnmenschetijk lichaam, maar dit lichaam hemels gebe* nedijd.

Nu heeft dieselfde Jezus, op 't oogenblik dat hij de aarde verliet, aan zijn jongeren de gewisse, zekere en niet te breken gelofte gegeven: „Ziet, ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld". Reeds uit die woorden zelf blijkt, dat Jezus deze heerlijke belofte niet beperkt heeft tot de elf discipelen, die hem op den top van den Olijfberg omrhigden, maar in hen aan al zijn geloovigen gelijke toezegging deed. Zijn jongeren zijn gestorven, maar de dagen des toevens duren nog steeds voort, en de voleinding laat zich nog steeds wachten. En toch, al die dagen, tot aan de voleinding, heeft Jezus 't ons toegezegd, dat hij met de zijsen, met zijn volk, met zijn geloovigen zou zijn.

Wat houdt nu die rijke belofte in ? Is plaatselijke gemeenschap of bijstandverleening toegezegd? Beteekent het zeggen: „Ik ben met u", dat dejongeren steeds Jezus' tegenwoordigheid zonden gevoelen, of alleen, dat zijn bescherming hun dimmer zou onttrokken worden? Veelal wordt het alleen in de laatste beteekenis verstaan, soodat het ze^^eu wil: „Qlj kunt op mijn hulp staat maken. Als gij in nood tot mij roept, is mijn hulp en bescherming u vooruit verzekerd. Gij kunt op uw Heiland staat maken. Mijn schild hef ik over u op." En natuurlijk, ligt óók die heerlijke toezegging in Jezus woord zeer zeker in, maar toch, hiermee is de schat die in dat woord van Jezus schuilt, allerminst uitgeput.

Reeds uit de zaak zelve volgt dit. Zal Jezus in de ure des gevaars mét ons zijn, en ons helpen kunnen, dan moet hij ona kennen, ons hooren als we roepen, de omstandigheden doorzien waaruit onze nood opkomt, en beschikken over alles in onze omgeving, waardoor ons verlossing uit den nood kan toekomen. Als ge in een oogenblik van bange verleiding of versoeking, beswijking vreezend, naar Boven roe^t: „Mijn Jezus, mijn Heiland red mij", dan figt hierin opgesloten, dat Jezus uw stil gebed beluistert; dat hij weet in wat gevau ge verkeert; dat hij ziet waar voor u het gevaarlijkste punt ligt; en dat hij macht heeft om de verleiding èn in uw hart èa in het opzet van den Verleider te breken. Zoo kau h@t niet anders, of in JesiM' bck> £|; « dat hy al de dagen iivr< »M M/< i^», Il hcdodd, d«t J«sas op OAB let, op ons n^erkt* alles van ons af weet, en macht bezit om op ons hart, op onze opgevhig, en op geheel den toestand, waarin we verkeeren, in te werken. Al is nu, Jezus phuitselijk in den hemel, en al zal hij ZQn troon niet verUten alvorens de lue van zijn wederkomst slaat, toch belet dit niet, dat hQ zich met u, en gij u met hem in gestadige gemeenschap bevindt, en dat Jezus geen oogenblik te denken is, als van n afgescheiden.

Dit nu komt tot stand deels door iets dat buiten u ligt, en deels door iets, dat in u plaats grijpt. Dat uw Heiland en Koning door zijn Genade, Godheid, Majesteit en Geest van alle ding kennis draagt, alle ding doorziet, u persoonlijk geheel uw leven door aanschouwt, en beschikt over alles wat noodig is, om u met zijn hoede te omringen, is iets dat n vaH buiten af toekomt; maar ook als die hnlpe u van buiten ai toekomt, komt ze u niet als een vreemde toe. Juist als uwer natuur deelachtig, is de Ciuristus het Hoofd van het Lichaam geworden, en zoo zijt Gij in dit mystieke Lichaam als e^ der leden ingelijfd. Uit dit Lichaam raakt gé nimmer jneer uit. Ook als gij zelf er u niet van bewust zijt, zijt ge er toch nog in. De adem tocht, die in dit Lichaam het leven tintelen doe^ is de ademtocht v^ den Christus. Van Hem als 't Hoofd vloeit 't leven door heel het aderenweefsel aan alle leden van het lichaam toe. Et bestaat dus welterdege een hand, die n aan Hem hindt ea. verbindt, en die band kan zelfs door geen zonde van uw zijde loS' gerafeld en gebroken worden. Zoo min ais de nieren in n los van uw hart, en uw hart los van uw hoofd is, qia^r alle leden en deelen in uw lichaam dpor het leven zelf ip u saam hangen, zoo hangt ook gij, bij dagen en bij nachten, in voor-en in tegenspoKl, alleen krach tens uw geloof, met uw Hoofd saam, 'is Hij van u en zijt gij van Hem onafscheidelijk.

De belofte: „Ik ben met u" beduidt dus volstrekt niet alleen, dat Jezus' hulpe u in den nood is toegezegd, maar wel ter dqge ook, dat Jezus met en bij u is, en dat gij met en bij Jezus blijft tot aan het einde.

Voor u is 't nu maar de vraag, of het niet alleen too is, maar of ge er ook besef, bewustzijn en ook genieting van hebt, dan wel of ge in geesteloozen slaap verzonken, uw schat in Jezus niet kent, ook al blijft die schat u toebehooren;

Van Jezus belofte gaat daarom niets af, geen tittel en geen jota. Hij is en blijft bij en met u. En voor u blijft 't alleen de vraag, of ge met helder geloofsbewustzijn in die gemeenschap inleeft, en of 't Safe in the arms ef Jesus^) ooi uw deel mag zijn.

1) Veilig in Jezui armen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 april 1912

De Heraut | 2 Pagina's

„Ik ben met u”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 april 1912

De Heraut | 2 Pagina's