Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Van de Voleinding.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de Voleinding.

17 minuten leestijd

CLXXIX.

ZESDE REEKS.

II.

Wij zien onze teekenen niet; er is geen profeet meer; noch iemand bij ons, die weet, hoe lange. Psalm 74 : 9.

De verwijzing naar het getuigenis der H. Schrift, dat er metterdaad miraculeuze verschijnselen ook van onheiligen kant zijn voorgekomen, gelijk dit het duidelijkst uitkomt in de nabootsing van wat Mozes en Aaron voor Pharaö deden door diens guichelaars en toovenaars, leidt er van zelf toe, om over hetgeen in onze dagen uit allerlei hoek door Occultisme, Somnabulisme, Hypnotisme, en wat niet al, als miraculeus zich aandient, juister te kunnen oordeelen. Laat men al deze sterk sprekende, vaak uiterst vreemde verschijnselen geheel buiten rekening, ontkent men hun realiteit, en ziet men er niets in dan bedriegerij, dan is het geheel natuurlijk, dat men ook hetgeen van Roomsche zijde uit Lourdes en andere bedevaartsplaatsen beweerd wordt, niet anders ^ ^an voor verzinsel en bedrog houdt. En dit nu juist gaat blijkens de feiten niet aan. Het is toch onloochenbaar, dat zich op allerlei wijs, ook nu nog, feiten en verschijnselen voordben, dip uit het gewone kader van het natuurlijk leyen zich niet verklaren laten. Ten deele mogen deze verschijnselen uit de eigenaardige werking van het zenuwleven zijn te verklaren; anderdeels moge dé'jgeheimzinnige band tusschen ons zienlijk "^Jl^ onzienlijk bestaan hierin meespreken; ook kan er een werking uit de natuur opkomen, die nog niet grondig genoeg is onderzocht; en eindelijk kan evenmin ontkend, dat inwerking op ons leven uit de ongeziene geestenwereld volstrekt niet is uitgesloten. Of dit ook van de goede geesten nog kan worden gezegd, zij nu voorshands daargelaten, maar dat er demonische inwerkingen denkbaar zijn, getuigt heel de Schrift. Juist deze beschouwing nu van het. algemeen verschijnsel, waarvoor we hier staan, maakt ons dan ook onbevangen, om wat ons van een Bedevaartsoord als Lourdes gemeld wordt, nuchter, maar toch ook zonder achterdocht te beoordeelen'. Ook hier toch komt het op twee zeer onderscheiden vragen aan; ten eerste op de vraag, of er metterdaad feiten van wondere genezing hebben plaats gegrepen en nog voorkomen; en ten andere hoe deze feiten, indien ze zich metterdaad voordoen, te verklaren zijn. Wat nu die eerste vraag betreft, zoo zouden we ons noch vrij noch gerechtigd achten, het metterdaad voorkomen van geheimzinnige genezingen te Lourdes te ontkennen. Juist zij toch, die in deze genezingen heilige werkingen erkennen, hebben geen poging onbeproefd gelaten, om op alle denkbare wijze een degelijk onderzoek in te stellen. Men is volstrekt niet over één nacht ijs gegaan. Eer is het onderzoek naar de realiteit van de beweerde feiten jarenlang voortgezet, ten slotte zelfs door de hoogere autoriteiten ; en toch is ten slotte zelfs een man als Leo XIII, die onder de hoofden van het Vaticaan, naar aller schatting, het hoogst stond, geëindigd met zich gewonnen te geven.

Zie hier in 't kort wat ons verhaald wordt. In Lourdes, een klein plaatsje in de Pjreneën, gebeurde het op den Hen Februari 1858, dat een eenvoudig landmeisje, Bernadette Sibirous genaamd, een molenaarsdochter van even 14 jaar oud, in de grot van Massabeille, naar haar zeggen, een verschijning van de Moedermaagd waarnam, die zich op gelijke wijs achtmaal in datzelfde jaar, altoos volgens haar beweren, herhaalde. De verschenene beval haar zich te werpen in een bron, die er nog niet was, maar die kort daarop ontsprong, en sinds zoo geweldig in kracht en beteekenis toenam, dat ze thans ongeveer 120.000 liter water per dag oplevert. Tevens gelastte de verschenene dit meisje om er voor te ijveren, dat op deze plaats een kerk zou gebouwd worden, en dat men van allen kant zou komen, om in deze kerk te aanbidden. Eindelijk dat toen, zoo wordt beweerd, het jonge meisje op 2 5 Maart 1858 vroeg, wie toch de verschenene was, het lieve kind hierop ten antwoord kreeg: Ik ben de onbevlekte ontvangenis ! Al spoedig ging het gerucht hiervan in heel den omtrek uit, zoodat ten slotte het kerkelijk hoofd van Tarbes er een onderzoek naar instelde; een onderzoek, dat bij den nuchteren eenvoud van het jonge meisje, al spoedig tot de conclusie leidde, dat het niet alleen geen zinsbegoocheling was geweest, doch dat er wezenlijk een wondere verschijning had plaats gehad. Vooral de herhaling van de verschijningen maakte indiuk, en het verrassende ontspringen van de nu zoo rijke bron, waarvan het meisje natuurlijk niets vermoeden kon, legde niet minder gewicht in de schaal. Toch bleef het gebeurde in dit eerste stadium niet veel meer dan een dorps-bezienswaardigheid. Men sprak er daar in de buurt wel van, maar zonder meer zou wat voorviel nooit wereldbeteekenis erlangd hebben. Hiertoe kon 't eerst komen, en kwam het dan ook van zelf, toen bleek dat er genezende werkingen voorkwamen, en dat deze genezingen zich allengs op zulk een schaal uitbreidden, en zulk een wonderbaar karakter begonnen aan te nemen, dat vele artsen zelven, hoezeer ook persoonlijk ongeloovig, ten slotte de feiten als feiten niet langer loochenen konden.

Vooral op die genezingen kwam hfet hier natuurlijk aan, en deze waren het dan ook, die allengs aan de > teekenen en wonderen" van Lourdes zulk een wereldvermaardheid gaven. De toevloed van bezoekers en pelgrims nam steeds toe. In 1899 reeds was het persoonlijk bezoek gestegen tot 395.428 reizigers, terwijl er in ditzelfde jaar bovendien nog 164.000 pelgrims met de Bedevaarttreinen aankwamen. Die bedevaarttreinen waren allengs door de Spoorwegmaatschappijen, in verband met de kerkelijke leiders, georganiseerd, en ook deze namen zoo hand over hand toe, dat b. V. in de periode van 1867—1903 niet minder dan .4721 zulke treinen binnenreden, saam met een pelgrimsaantal van bij de vier millioen, en hieronder 292 treinen uit het buitenland; Er is dan ook geen tweede voorbeeld van zulk een belangstelling, als zich hier uit schier alle landen van Europa openbaarde. Ook uit ons land toog men er in grooten getale heen. Voor ons als buitenlan& ers draagt nu uiteraard wat aan Bernadette Sibirous, dat veertienjarige meisje, in die grot overkwam, geen beslissend karakter. Wel. toch is van Roomsche zijde er op gewezen, dat zulk een eenvoudig landmeisje van 14 jaar nog te onrijp was, om zulke voorvallen te verzinnen, maar voor ons kan in zulk beweren nooit overtuigende kracht liggen. Inbeelding en hallucinatie kunnen zeer ver gaan, ook op jeugdigen leeftijd. En als men nagaat, wat ook onder ons Gereformeerden soms bij vroeg stervende kinderen reeds op 7 en 8-jarigen leeftijd is waargenomen van klare inzichten in het geestelijke dat hen bewoog, zoo ligt er voor ons volstrekt niet iets onmogelijks in, dat bij dit meisje metterdaad geestelijke verrukkingen hebben plaats gegrepen, die toch elk objectief karakter misten. Zulke waarnemingen en uitingen zijn bij zulk een jeugdig gemoed op zich zelf volstrekt niet ondenkbaar, en veertien jaar kan reeds een tamelijk gerijpt bewustzijnsleven met zich brengen. Voor ons wordt het vermoeden, dat er sterk sprekende hallucinatie in het spel kan geweest zijn, daarom te meer waarschijnlijk, omdat de Heilige Schrift ons geen enkelen grond oplevert, om aan zulke buitengewone werkingen van de Moedermaagd te gelooven. De Schrift getuigt hieromtrent niets, laat er zelfs geen plaats voor, We kunnen ons daarom in de voorstellingen van dit meisje in geen geval vinden. Al is er iets wezenlijks voorgevallen, dan moet 't in elk geval zich feitelijk anders hebben toegedragen, dan zij 't in haar verbeelding waarnam. Evenmin ligt er voor ons iets overtuigends in datgene, wat men omtrent het ontspringen van die nu zoo krachtig werkende bron opmerkt. De Pyreneën zijn een bergland van zeer gecompliceerd karakter, en dat in zulke bergstreken zulke bronnen ontspringen kunnen, leert het verleden. Ook hieraan hechten we daarom geen te hooge beteekenis.

Wel daarentegen komt o. i. die beteekenis toe, niet aan alle, maar dan toch zeer zeker aan een niet zoo gering aantal genezingen van een bepaald karakter. Van Roomsche zijde heeft men dan ook aanstonds de noodzakelijkheid ingezien, om een Commissie van Controle ter plaatse in te stellen. Niet eerst later, maar reeds in 1858 ging men tot zulk een controle over. De hiervoor aangestelden waren zeer zeker ook geestelijken en mannen van het dorp, die belang bij de allengs gebouwde inrichtingen hadden, maar toch niet minder bestond en bestaat deze Commissie nog altoos uit artsen, en wel uit artsen van allerlei geestesrichting, terwijl tevens bepaald is, dat van elders komende artsen volledige vrijheid hebben om aan de onderzoekingen deel te nemen; gelijk dan ook door velen geschied is. Deze Commissie van Controle nu heeft van 1858 tot 1904, de periode waarover de ons ten dienste staande gegevens loopen, niet minder dan 3353 genezingen geconstateerd, waarvan de artsen zelve verklaarden, dat ze niet op normale en na'.uurlijke wijze te verklaren waren; terwijl n^ chemisch telkens herhaald onderzoek tevens gebleken is, dat het badwater, waar de kranken zich in baden, geen bijzonder element in zich draagt. Het doet alzoo denken aan Bethesda, waar evenzoo een bron was, die genezende werking van zich deed uitgaan. Niet omdat er in het water eigenaardige bestanddeelen waren. Dan toch zou de genezende kracht er bij dag en nacht gewerkt hebben. Reden waarom gewezen wordt op een engel, die gedurende één vast uur op den middag zulk een genezende roering in het badwater teweegbracht. Hoofdzaak echter blijft hier, dat afgezien van alle genezingen die desnoods nog. een psj'chische verklaring toelaten, niet eens, maar herhaaldelijk, ook zulke genezingen te Lourdes zijn voorgekomen, die geheel buiten het psychische en nerveuse terrein liggen, en daarom geen natuurlijke verklaring kunnen toelaten. Van dien aard nu zijn niet een enkele maal, doch meermalen genezingen artselijk geconstateerd van kanker, blindheid, tuberculose, en zelfs van beenbreuken. In niet minder dan 544 geschriften is over deze geheimzinnige feiten van allen kant medédeeling gedaan en zoo technische als geestelijke bespiegeling ten beste gegeven. De meeste van deze geschriften zijn natuurlijk in het Fransch uitgegeven, maar bij de honderdervan zijn toch ook in het Duitsch vertaald. Voor deze gegevens nu staande, achten we het kortweg loochenen van alle deze feiten ongeoorloofde oppervlakkigheid. Veeleer achten we, dat het feit van velerlei genezing vaststaat. Alleen maar, voor de verklaring van deze feiten kan wat van RoomscVie zijde b' weerd wordt, ons niet bevredigen. We kunnen hier niet mede meegaan. En juist daarom wezen we er eenigszins breedvoerig, op, hoe zich ookbuiten Lourdes, soms zelfs in enkele andere bekende bedevaartplaatsen, allerlei zonderlinge, mystieke verschijnselen voordeden, die deels psychisch, deels technisch, vreemd aandeden. Vooral in Azië vindt men zulks veelszins, tot zelfs onder den Islam, nu nog.

Niet ver van Baalbec, het oude Heliopolis, halfweg tusschen Beiruth en Damascus gelegen, bezocht schrijver dezes zelf het graf van een Mohamedaanschen heilige, en zag daar met haar slavin een vrouw te paard aankomen, die afsteeg, bij dat graf knielde en er uren lang liggen bleef, om te bidden. Hiervan nu zei de gids dat dit hier gedurig voorkwam, en dat het doel van zulke grafbezoeken was, om of zelf of voor iemand van de familie genezing van een kwaal of krankheid te erlangen. Gelijk verschijnsel alzoo. Ook te Lourdes was schrijver in de gelegenheid 't alles zelf en persoonlijk waar te nemen. Vandaar dat het hem niet vrij stond over dit geding heen te loopen. Wat hem minder gunstig aandeed, was de toon van weelde en genotzueht die in het stedeken van 9000 inwoners ten deele heerschte. Men ontving er niet den indruk van generale gebedsstemming. Maar met dit al voelde en zag hij de realiteit van 't wondere, en kon deswege, daar de gegeven verklaring voor hem onaannemelijk was, niet anders dan teruggaan op het algemeen karakter van soortgelijke verschijnselen, dat met het oog op Pharao's Psyllen en op de teekenen die in de Openbaringen onder het anti-Christelijk régime worden aangekondigd, voor hem de mogelijkheid van min heiligen oorsprong althans niet uitsloot. In elk geval blijft voor ons vaststaan, dat zulke teekenen en wonderen, al dragen ze ten deele nog een reëel karakter, geen toevoeging tot de Bijzondere Openbaring zijn, en alzoo het werk van de Profeten, van Christus en de Apostelen noch voortzetten noch aanvullen. Bij wat de Schrift ons meldt van de teekenen en wonderen die het machtige verschijnsel van Gods bijzondere Openbaring dragen, zijn het geen teekenen die aan een enkele plaats, of aan eenlocaliteit gebonden zijn, en buiten de leidende personen der Openbaring omgaan. Veeleer zijn de teekenen en wonderen, waarvan de Schrift ons bericht, steeds aan een persoon, aan een orgaan van de Revelatie, aan een getuige Gods verbonden, en strekken ze om hetgeen hij doet te volmaken.

Dit laatste volstrekt niet enkel in dien zin, dat zulk een teeken of wonder de waarheid van zijn getuigenis bevestigt, maar veel meer om te toonen, hoe de Verlossing die komt, en in de Voleinding voltooid zal zijn, volstrekt niet alleen strekt om de ziel te redden, maar wel ter dege evenzeer, om het lichamelijk en natuurlijk leven van jammer te verlossen en in heerlijkheid te doen opleven. Al wat in de Heilige Schrift als voedende stof voor de Bijzondere Openbaring in teekenen en wonderen uitkomt, draagt daarom een gansch ander karakter dan wat te Bethesda gezien werd, en te Lourdes wordt beweerd. Tegenover het locale van Bethesda stelt Jezus juist de vrije wondermacht der Openbaring. Het is dan ook opmerkelijk, hoe zelfs de Roomsche Kerk zulke teekenen en wonderen, als te Lourdes en elders voorkomen, niet heeft opgenomen onder de vaste geloofsobjecten. Van geen lid der Kerk wordt geëischt, dat hij het wondere karakter van deze genezing op straffe van verlies van zaligheid erkennen zal. Dit alles draagt slechts eeri incidenteel karakter. Men is alzoo steeds voorzichtig geweest. Men heeft er tegen gewaakt, dat niet het hooge, heilige, kerkelijk leven ontaarden zou in wat anders zoo licht in charlatanerie overslaat. Men heeft het verschijnsel, dat zich hier voordeed, eer ingeperkt, dan in overijver naar allen kant doen uitbreken. Men staat hier voor raadselen, die in gewijzigden vorm zich ook in andere verschijnselen voordoen. Het wandelen van den slaapwandelaar langs de dakranden is een bewijs, hoe wonderbaar, zelfs onbewust, het psychisch leven het physieke, onder bepaalde omstandigheden, beheerschen kan, gelijk omgekeerd bij vallende ziekte, zoo schrikkelijk kan uitkomen, hoe het physieke in zijn bedenkelijk proces, den geest in ons ten onder kan drukken, zoodat de mond die anders bidden kan, schuimbekt van spanning. Ontkend kan dan ook niet, dat vele Gereformeerden in hun verzet tegen Rome ten deze vaak te ver zijn gegaan met hun bewering, dat er zich geen aangrijpende, toch eigenlijk onverklaarbare verschijnselen konden voordoen. In het noorden van Europa is dit zeker minder het geval dan in het zuiderland, en daar het Calvinisme verreweg het meest in het noorden zich een plaats wist te verzekeren, is het alleszins begrijpelijk, dat men onder ons veel reeëler er voor staat, ook al vergeten we Swedenborg niet. Maar ook al is hierin allengs wijziging gekomen, vast blijft toch ook hier voor ons evenals voor onze vaderen staan, dat we noch een aanvulling van de Schrift in de Traditie of in de uitspraak van het Vaticaan aanvaarden, noch een aanvulling van de Bijzondere Openbaring door teekenen en wonderen aannemen. De actie der Bijzondere Openbaring is wat haar omvang betreft met het wegsterven van het Apostolaat voor ons voleind.

Vraagt men ons nu ten slotte, welk min heilig motief we ons dan toch, niet bij de Roomsche Christenheid, maar bij een ongeziene macht, die hier verleiden zou, ten deze kunnen denken, daar er toch alleen van genezen sprake is, en genezing steeds een winste voor de ellendigen brengt, dan deinzen we er niet voor terug, om hier een denkbeeld té opperen, dat we in 't minst niet als zeker vaststellen, maar waarvan de mogelijkheid toch niet voor ons is uitgesloten. De Hernhutters begingen van meet af de fout, om te eenzijdig de Christolatrie op den voorgrond te stellen, en hierdoor het rijkere en rijpere religie-gevoel, dat uit de volle aanbidding van den Drieëenigen God opkomt, te verzwakken. Ze bedoelden dit allerminst, maar het was een gevolg van hun eenzijdig streven. En zoo nu is hei voor ons niet ondenkbaar, dat in Lour4es de Mariolatrie in het spel zou kunnen zijn. De rijpe Roomsche belijder geeft u onvoorwaardelijk toe, dat hetgeen de wereld alleen redden kan is, de Christolatrie, de ingang van de Christelijke religie in de natiën, de doordringende heerschappij van het Christelijk beginsel. Al moge nu de Roomsche belijdenis in deze religieu.se ontwikkeling ook de Mariolatrie hebben opgenomen, toch mag dit nooit zoo verstaan, alsof men bedoelde voor de Christianiseering van de menschheid eene Marioniseering van de volken in de plaats te stellen. Nu kan intusschen niet ontkend, dat met name in het Zuiden van Europa, op Sicilië, in Portugal, in Zuid-Spanje en in Zuid-Italië de Mariolatrie wel metterdaad reeds meer dan goed is de Christolatrie naar achter heeft gedrongen. Dit nu doet schade, en is niet onwaarschijnlijk een der oorzaken, dat in deze landen de hooge Christelijke Cultuur ten deele achterbleef bij die van 't Noorden, met name ook in ons land. De macht en invloed van het Christelijk element op den tijdgeest en op het volksleven is ook in de Roomsche Kerk, voor zoover ze in Engeland, in ons land en in Noord-Duitschland tiert, veel rijker dan in het Zuiden van Europa. Ten deele geldt deze tegenstelling zelfs van Amerika's zuider en noorder deel. Dit nu zoo zijnde, is het in hooge mate opmerkelijk, dat hetgeen in Lourdes onmiskenbaar voorvalt, zoo geheel in de Mariolatrie opgaat, dat men er van de Christolatrie en de Tritheolatrie veel minder dan onder de Roomsche belijders in het Noorden merkt. In Dresden heerscht een Roomsch koning over het land, waarin Luthers geest doorbrak, doch ga nu in de prachtige Roomsche kerk die er niet ver van het Koninklijk paleis verrezen is, en ge bespeurt er o, zoo weinig van een op den voorgrond dringende Mariolatrie. Gevoelt aan alles, dat het een Kerk van Christus is. Valt 't daarom niet wel tegen te spreken, dat de Mariolatrie bij eenzijdig exces de kracht van het Christelijk element onder de volken niet sterkt, maar eer breekt, is het dan niet althans denkbaar, dat ook hier zulk motief in 't spel kon zijn ?

Dank zij de Christolatrie is de medische wetenschap in heel Europa tot een ontwikkeling gekomen, die zeer verre al wat in Azië en Afrika medisch gevonden was, te boven gaat en overtreft. Het zijn in Europa en Amerika nu niet meer zeer enkele lijders die door een Apostel gered worden, maar tienduizenden van kranken van allerlei aard, die dank zij wat de Christus hier tot aanzijn riep, genezen worden. Denk slechts wat nu pas op Java gezien i.s. Pestilentie in het oosten van Java zoo droef 't slechts kon. Een steeds klimmend ziekental, en alle zieken schier wegstervend. Maar nauwelijks was uit het Christelijk Europa de medische cultuur te hulp gekomen, of de cijfers slonken wonderbaar. Hoe hoog men ook het cijfer der genezingen in Lourdes rekent, op de millioenen medische genezingen, alleen in Europa, beteekent het schier niets. Vergelijkt men daarentegen het Heidensche en Islamitische Azië en Afrika met het gekerstende Europa, dan verbaast u terstond de kracht ter bestrijding van ziekte en kwaal, die onder ons doorbrak. De Christolatrie en de Mariolatrie in 't juiste evenwicht te houden, is daarom zelfs voor een Roomsch belijder van ernstigen zin een quaestie van sociaal gewicht. Kon 't nu aan een geheimzinnige macht gelukken, de Christolatrie terug te dringen uit heel Europa, en het in heel Europa en Amerika te maken zooals het thans in Sicilië en in de Pyreneën is, zoodat tenslotte alles in Mariolatrie was ondergedoken, dan zou 't toch winste voor eene aan den Christus vijandige macht kunnen worden. Nu versta men ons wel. We zeggen niet dat 't zoo is. Ons is de oplossing van dit raadsel niet geopenbaard. We wijzen er alleen op als op een denkbare mogelijkheid, om te doen uitkomen, dat onze bedenking niet onredelijk behoeft te zijn. In het zegenen van Maria wenschen we voor niemand onder te doen. Ze is onder alle vrouwen van het verleden en onder alle vrouwen van nu en van de verste toekomst, in onbedenkelijken zin de uitverkorene en de gelukkigste. Den Christus in eigen schoot te mogen dragen, en aan de eigen borst te mogen zogen, moet een zoo eenige, alles te bovengaande zaligheid voor Maria's moederhart zijn geweest, dat geen vrouw ooit boven haar gelukkig kan worden geprezen. Onze bedenking laat deze haar eere dan ook ganschelijk ongeschonden. We wijzen er alleen op, dat de actie die van Lourdes uitgaat, door de haar gegeven eere de eere van haar grooten Zoon kon benevelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 september 1915

De Heraut | 4 Pagina's

Van de Voleinding.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 september 1915

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken