Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Bedriegt uwe zielen niet”.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Bedriegt uwe zielen niet”.

7 minuten leestijd

zoo zegt de HEERE: edriegt uwe zielen niet, zeggende: e Chaldeën zullen zekerlijk van ons wegtrekken; want zij zullen niet wegtrekken. Jeremia 37 : 9.

Bedrieg uwe ziel niet" komt neer op wsit men onder ons zegt: »Wacht u voor zelfbedrog", niaar het is dieper ingaande.

Onze ziel is ons innerlijk wezen, dat we in onze geboorte van onzen God ontvingen, en dat in ons sterven met ons de eeuwigheid ingaat. Maar uit die ziel in ons komen gewaarwordingen op, we ontvangen er indrukken door, en daarom maken we in ons zelfbewustzijn gedurig een voorstelling, die ons > ik" streelen en ons zelfbesef aangenaam prikkelen kan.

Doen we dit nu op juiste manier, en naar volle waarheid, zoo loopt 't alles wel. Dan denken we juist zóó over ons i/k als we in onze ziel innerlijk bestaan, en leidt ons het ware inzicht in onszelf tot een wandelen in het spoor der gerechtigheid.

Juist dit echter doen we liever niet. Er schort zooveel aan ons innerlijk zielsbestaan, en daaruit komt de neiging op, om een andere voorstelling van onszelf en van ons eigen ik te maken, dan rechtstreeks uit onze ziel opkomt.

De voorsfelling die we van onszelf maken, beantwoordt dan niet aan ons innerlijk sijn in onze ziel. En zoo komt er dan tweeërlei in ons—bewustzijn, van den ééncn kant de ware en juiste opwelling uit ons innerlijk wezen, maar daarnaast, eü maar al te vaak daartegenover, de valsche voorstelling, die we van onszelf maken. En zoo komt dan het zelfbedrog in ons op.

Komt nu onze ziel in ons gedurig tegen dit zelfbedrog in verzet, dan beproeft ons ik, of het de voorstelling die we van onszelf hebben,

ook niet aan onze ziel kan inprenten. Daardoor wordt dan de stem die van binnen uit in ons op zou komen, gesmoord. Ten slotte hooren we nauwelijks meer, wat onze ziel ons verwijt of aanraadt. En dan wordt in 't eind ons zelfbedrog volkomen.

Dan toch kan onze ziel ons ik niet meer op 't rechte spoor leiden, en zijn we er aan toegekomen, dat ons bedriegelijk ik zijn zehbedrog tot in onze ziel overbrengt. En zoo ontstaat dan in ons de zoo gevaarlijke toestand, waartegen onze God ons in zijn Woord zoo ernstig waarschuwt, als Hij ons influistert: •» Bedrieg uw ziel niet langer \"

Dit bedriegen van onze ziel uit zich dan meest in die bepaalde zonde, die 't sterkst nog gedurig in ons opwerkt. Vooral wie tot zelfverhefiing en hoogmoedig schatten van zichzelf neigt, ondervindt hiervan de zoo bedenkelijke gevolgen. Ge beeldt u dan in, veel hooger te staan, dan uw God u geplaatst heeft. Ge waant gaven en talent vari eersten graad te bezitten, die ge slechts in lagere orde van uw God ontvangen hebt. Uw wezenlijk goede daden beziet ge door een vergrootglas. En zoo teekent zich almeerin uw inbeelding een beeld van uw eigen ik af, dat schier ter helfte niet meer aan wat wezenlijk in u is, beantwoordt. En merkt ge dan, dat anderen u minder hoog schatten, en u. i. in die lagere schatting uw wezenlijke waardij niet nabijkomen, dan voelt ge u gegriefd en geërgerd, en het zelfbedrog, de zelfinbeelding die u in uw zelfoesef veel te sterk in de hoogte stak, bederft uw levensverhouding met anderen, en bederft, wat nog 't bangste is, uw nederigheid voor uwen God. Ge hebt dan uw ziel bedrogen, en uw bedrogen ziel komt op valschen voet zelfs met uw God te staan. De klare, ware oprechtheid is dan uit uw innerlijk zielsleven geweken. Ge hebt dan uit trots uw ziel bedrogen, eu in de uitkomst bedriegt nu uw ziel uw ik.

En zoo gaat 't met al de opwerkingen uit de zwakke plekken in ons hart. Wie zijn kracht voor het leven in 't geld zoekt, zint van den vroegen morgen tot den laten avond op wat hem verrijken kan, overschat daardoor zijn positie in het maatschappelijk lev^n, en poogt aldoor op zijn zielsbewustzijn een impressie van aardsche grootheid en voornaamheid te maken, waaraan de realiteit van zijn maatschappelijk bestaan niet beantwoordt. Er komt pronk en praal, die zin en ziel van 't waarachtige en heilige aftrekken. En toch geeft men er aan toe, om maar sociaal groot te lijken, en de bedrogen ziel kan het kwaad niet meer stuiten.

Zelfs oj) 't zinnelijke slaat dit over. De trek naar wat 't zinnelijke in ons streelen kan, zit als in 't bloed. Wie nu God vreest, bedwingt dit, en keert zich met zijn ziel, diep inwendig, tegen die zinnelijke prikkeling. Maar zoo merkt men niet, dat anderen op ons het oog slaan in die zinnelijke sfeer, of behaagzucht begint ons besef te beheerschen. Eerst verzet zich dan wel de ziel daartegen. Maar als we het niet stuiten, eindigt ook dit zinnelijke met onze ziel te overheerschen, en is ten slotte de conscientiewerking in onze ziel te zWak, om het telkens insluipend kwaad nog te beheerschen.

Nog dieper vlijmt dit zielsbedrog in ons, als 't zich zelf lusschen ons en onzen God weet in te dringen. En toch, ook dit kan zoo ongemerkt en schier ongewild toegaan, dat meer dan één er in verviel, zonder zelf te bespeuren, op wat gevaarlijken weg hij zich met zijn ziel bewoog. .

Ge ziet 't in wat Jeremia bedoelde toen hij 't »Bedrieg uwe zielen niet!" aan Israel toeriep. Was niet Israel Gods volk ? En zoo, als stond de vijand reeds voor de poorten van Jeruzalem, het vrome volk nu maar tot zijn God riep, dan zou en moest immers Jehova den vijand nogmaals van voor de poorten wegslaan, en Israel zou gered zijn.

En toch bleek ook dit niet anders dan zelfbedrog. Hoe vroom Israel ook in zijn tempeldienst zijn God nog mocht aanroepen, in zijn innerlijk wezen was het roekeloos van zijn God afgevallen, en nu was 't niet anders dan een overmoedig bedriegen van hun ziel, dat desniettemin de Joden op uitredding door hun God rekenden. Niet als Redder., maar als Rechter was Jehova nu tot zijn volk naderend.

En juist ditzelfde merkt ge nu op kleiner schaal nog zoo gedurig in zooveler persoonlijk leven.

Ze hooren dan tot »de vromen", die bekend staan als belijdende en meelevende Christenen. Doch juist dit vroom-zijn heeft dan de verwachting in hen vastgezet, dat, wat er ook komt, htm lot gezegend, ft«« toekomst in voorspoed zal zijn. Zoo treedt het in hun voorstelling voor hun innerlijk besef, en in stee van nu hun ziel te ondervragen, of ook die ziel op hun hooge verwachting het ja en amen uitspreekt, dan wel innerlijk verwijt in hun zelfbesef doet opdringen, wennen ze er zich aan, om over die zielswaarschuwing heen te werken, en zoolang gaan ze dan met het bedriegen van hun zislsbesef voort, tot ze ten slotte hun ziel ganschelijk, tot zelfs in het vrome, bedrogen hebben, en er geen genezende koorts meer in hun ziel kan opleven. En zelfs tot in hun verhouding tot hun God heeft dan 't zelfbedrog en de zelfinbeelding hun ziel overmeesterd.

Zoolang u ziel zich zelf bleef, kon ze u nog gedurig van uw doolpaden naar uw God terugroepen. Maar hebt ge ten slotte ook uw ziel zelve, door zehbedrog, in uw onheilige inbeelding meegetrokken, dan zwijgt almeer, wat daarbinnen spreken moest. Zelfinbeelding doet dan ten slotte alle zelfverwijt verstommen. En het is in dien waan van zelfinbeelding, dat uw bedrogen ziel uw verzuchting naar uw God niet meer doorlaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 januari 1916

De Heraut | 4 Pagina's

„Bedriegt uwe zielen niet”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 januari 1916

De Heraut | 4 Pagina's