Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

„Asi een worrtel uit  een borre aarde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Asi een worrtel uit een borre aarde".

6 minuten leestijd

Want hij is als een rijsken voor zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit eene dorre aarde; hij had geene gedaante noch heerlijkheid; als wij hem aanzagen, zoo was er geene gestalte, dat wij hem zouden begeerd hebben. Jesaja LIII : 2.

Voor ons menschelijk gevoel trekt de herinnering aan het lijden van den Christus zich voor ons in de zeven lijdensweken saam. Toch mag dit niet zoo in ons toegaan, dat 't voor ons zijn zou, alsof eerst met Gethsemané het lijden van Jezus voor ons begon.

We belijden het zoo heel anders, als 't in onzen Catechisirius heet: »Dat de Christus naar lichaam en ziel, den ganschen tijd zijns levens op de aarde., maar inzonderheid aan het einde zijns levens, den toorn Gods tegen de zonde des ganschen menschelijken geslachts gedragen heeft». Hetiszooals de apostel het aan de Kerk van Philippi schreef: »Toen hij in de gestaltenisse Gods was, heeft hij zich zelven vernietigd., en heeft de gestaltenisse van een dienstkne|; ht aangenomen. En

toen hij in de gedaante van een mensch werd gevondep, heeft hij nogmaals zichzelven fernederd". Voor wie een doordringenden blik in geheel Jezus'verschijning mag slaan, is alzoo heel zijn mensch wording en menschzijn één doorloopend lijden geweest. Een prijsgeven en derven van de majesteit die zijn deel was, als Zone Gods.

Toch zijn wij, na onzen uitgang uit het Paradijs, niet heilig genoeg meer, om bij het lezen van het Evangelie, dit lijden van Jezus, van zijn ontvangenis uit den Heihgen Geest af, te gevoelen; en eerst als 't aan Gethsemané toekomt, grijpt ook ons het angstig gevoel aan, van wat er nu met onzen heven JHeiland gebeuren gaat.

Zelfs de discipelen, die 't eenig voorrecht hadden, Jezus geheel van nabij te kennen, konden er zich eerst niet in denken, hoe 't mogelijlc ware, dat het met hun heer en meester in den dood zou gaan. Hoe overmoedig riep Petrus het niet uit: »Heere, dat zal u geenszins geschieden*.

De tegenstelling tusschen Jezus optreden viór Gethsemané, en 't geen in Gethsemané voorviel en daarop volgde, ^ blijft dan ook ons medeleven met onzen Heiland beheerschen.

Het is zoo, ook vóór Gethsemané had de Christus niet wastr hij 't hoofd zou nederleggen, en berokkenden zelfs zijn discipelen hem zoo gedurig teleurstelling, maar toch vóór Gethsemané maakt Jezus optreden, niet 't minst door zijn Goddelijke prediking en zijn heerlijkte wonderen, veeleer den indruk van benijdbare eere en hoogheid, dan van één voortgaand lijden. En eerst als we dan aan Gethsemané toekomen, is 't of de hooge vreugde van 't s Hosanna den Zone Davids!* schier, plotseling in het bangste lijden omslaat.

Eerst met Gethsemané begint dan ook voor Christus' Kerk het ons aangrijpende lijden des Heeren. Van daar de afzondering van de zeven lijdensweken, om in deze weken nog zooveel inniger dan anders te staren op het Kruis.

Het Carneval, d. i. het Caro vaU, is een woordgebruik van zinneUjke strekking, die ons tegen de borst stuit. We gaan die lijdensweken niet in, als ontnamen-ze ons de vreugde des levens. Wie de liefde van zijn Heiland mocht indrinken, smaakte veeleer hooger en inniger zielsgenot, zoo dikwijls die lijdensweken hem weer naderbrachten aan het Kruis.

Nu gaf de zoo diepvoelende profeet Jesaia ons van dat lijden van Jezus een zoo roerende teekening in het alles saamvattende beeld, dat de Man van Smarte voor Gods aangezicht was opgeschoten als seen rijsken«, en zulks wel als seen wortelscheut uit een dorre aarde«.

Dit rijke, veelzeggende beeld spreekt voor zichzelf. Onder de korst der aarde school een breedgestoelde wortel, dien niemand meer zag. Maar in dien wortel school toch nog leven. Dat leven nam den vorm aan van een kiem, een rijsken, dat door de aardkorst heen brak. En dit was daarom te meer wonder, omdat de bodem droog en dor was. Maar toch kon dit het uitkomen van het rijsken rilet^ verhinderen. En, als uit dien wortel, schoot 't rijsken toch door de dorre aarde heen.

Ge gevoelt wat hierin zich afbeeldt. Een wortelstoel kan onder den bodem niet schuilen, of er moet op die plek een boom hebben gestaan. Die boom moet dan zijn afgehouwen vlak bij den wortel. Vanzelf is die boom daii weggedragen en te niet gegaan, maar de wortel is in den grond gebleven. En bleef^er nu^toch iëvenj'dan schiet dat leven straks, als de lente komt, weer uit. Maar in stede van die ontkieming van leven te bevorderen, dreigt nu »de dorre aarde» veeleer dat nieuwe leven weer te niet te doen. En al 't wondere is nu maar, dat in Jezus dat rijsken door de dorre aarde gelukkig heendrong, en straks ons overdekte met zijn loover.

Zóó verstaan, is de zin duidelijk.

God schiep in het Paradijs den mensch naar zijn beeld en gelijkenis. Dit was de jonge planting van den boom - die straks, tot Godes eere en 's mensch en zaligheid, in rijken bloei zou uitbotten en vrucht dragen. Maar door den val in zonde werd die Goddelijke planting doodelijk gewond. De boom verstierf en viel weg. Alleen bleef in de aarde nog de wortel over, en in dien wortel tintelde nu nog het kleine overblijfsel van 't beeld Gods. Daaraan sluit nu de Heiland zich bij zijn menschwording aan. In dien overgebleven wortel gaat hij, zichzelf vernietigend, in. En nu is de jammer waaruit zijn lijden opkomt, van zelf hierin gelegen, dat ons menschelijk leven op deze aarde schier geheel verdord was.

Vandaar dat 't heilig KindeKe van Maria toen een rijsken gelijk was, dat als een wortelscheut zich ophief in en door de dorre aarde heen.

Doch hierin was dan ook van zelf de noodzake^jkheid van het lijden van den Messias gegeven.

Ware het bij Bethlehem nog een ongerepte toestand als in het Paradijs geweest, zoo zou met de menschwording van den Zone Gods van zelf een heerlijke verrijking van ons menschehjk geslacht zijn ingetreden; maar er zou geen vernietiging, geen vernedering, geen lijden geweest zijn, want God had in het, Paradijs den mensch naar zijn beeld en zijn gelijkenis gemaakt.

Maar zoo was het niet meer.

De heerüjke stam van het Paradijs was afgehouwen, en alleen de wortel van dien stam der menschheid was nog overgebleven, doch schuilend onder den levensbodem, en ons menschelijk leven, wél verre van aan de instandhouding van het levenin dien wortel bevorderHjk te zijn, was als omgezet in een dorre aarde, die 't hoogere leven niet bevochtigde, maar verkwijnen deed.

En nu komt hierin de iredding, dat de drager van het volle Beeld Gods, d. i. de Christus, zich aansluit aan het kleine overblijfsel, dat er in den wortel van ons menschelijk leven nog in 't Beeld Gods over was. En zoo komt 't tot de wortelscheut uit de dorre aarde.

Maar hiermede was dan ook vanzelf het lijden Van den Man van Smarte gegeven.

Er • was niet meer de rijke stam van het oorspronkelijke leven, doch alleen nog de veirborgen wortel, en in dien wortel de ontkieming van het rijsken. En uit dien verborgen wortel moest dit rijsken, deze nieuwe levenskienij nu door de dorre aarde heenbreken.

Dit gaf de smarte. Hieruit kwam het lijden op. Hierin lag de profetie van het Kruis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 maart 1916

De Heraut | 4 Pagina's

„Asi een worrtel uit  een borre aarde

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 maart 1916

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken