GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.”

8 minuten leestijd

[GOEDE VRIJDAG.]

En Jezus, roepende metgroote stemme, zeide: Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest. En als hij dat gezegd had, gaf hij den geest. Luc. XXIII : 46.

Het geeft een zoo teeder en zaliglijk aandoende gewaarwording, dat, naar Lucas ons bericht, de Man van Smarten, eer hij in den den dood inging, uiting geven kon aan een innerlijke gewaarwording van innerlijken vrede en van een hem geheel omvattende zielsvreugde.

Toen het Eli Eli Lama Sabachtani van Jezus lippen geperst werd, steeg de zielsbenauwdheid zoo pijnlijk hoog. Reeds bij het ingaan in Gethsemané was de innerlijke zielsverscheuring begonnen, had de Christus met pijnlijke benauwdheid tegen wat te komen stond, opgezien. En nu hing hij aan het Kruis. Ea niet alleen, dat hij aan dat Kruis de snijdende pijnen in handen en voeten, en ten deele zelfs in het hoofd had uit te staan van ijzeren pinnen en van de doornekroon, voegde zich al aanstonds, bij de lichamelijke smarten, een nog zooveel smartelijker aandoening die zich van Jezus innerlijk zielsleven meester maakte.

Aan dit bange, bittere zielelij den was geen ontkomen. Reeds in Nazareth was door den Engel aangekondigd wat innerlijke zielsaangrijping aan Maria's Kindeke te wachten stond. Om Maria's Kindeke, en daarmee Zoon des menschen, en der zondaren Broeder te worden, bad de Zone Gods in volle klare bewustheid zijn hemelsche majesteit afgelegd en was denmenschen gelijk geworden.

In de gestaltenisse Gods zijnde, had hij 't geen roof geacht Gode even gelijk te wordea", doch juist a!s zoodanig, en in die rijke Goddelijke hoogheid, had hij zich zelven vernietigd, had de gestaltenisse van een dienstknecht aan genomen, en was den menschen evengelijk te worden. Niet, ontga dit uw aandacht niet, om in de gestaltenisse van Adam in het Paradijs te verschijnen; het Kindeke van Bethlehem was den ge vallen mensch evengelijk geworden. Niet geestelijk uiteraard, maar lichamelijk en naar zijn uitwendig levensbestaan, en »in gestalte geworden als een mensch, had hij zich zelven nogmaals vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja den dood des Krüises.c Voor zoover het moge lijk, denkbaar en bestaanbaar was, om geheel van alle zonde afgescheiden, in de gevolgen der zonde in te gaan en die bittere gevolgen te dragen, had de Zoon des menschen zich ten volle aan ons toegewijd, had onze ellende over zich laten komen, en zoo was hij in zijn diepste zelfvernedering ingegaan.

Voor ons is dit niet te doorgronden. Ten volle kunnen we in onze verbeelding getuigen zijn van het bange en bittere lijden, dat de Zoon des Menschen ondergaan en doorstaan heeft, maar wat we liimmer doorgronden kunnen is, hoe de Christus onverzwakt en ongebroken in zijn Goddelijke Majesteit bleef voortbestaan, onderwijl hij, ons ter redding, in die doodelijke zielsbenauwdheid inging.

Dit is toch niets te steri uitgedrukt. Toen het Eli Eli zijn lippen naderde, werd de Middelaar van zich zelf vervreemd, als in een hem vreemde gestalte overgezet, en zoo overgeleverd aan een innerlijke verscheuring, die geen onzer zou kunnen doorworstelen. Het was eeniglijk omdat de Christus zoo hoog stond, en zoo m-nig met den Vader en den Heiligen Geest één was, dat hij tot zelfs die afsnijding van zich zelf en van de gemeenschap met zijn Vader doorworstelen kon, om toch op 't innigst en teederst met den Vader verbonden blijven.

Wat alleen aan den stervenden Heiland niet onttrokken werd, was wel het volle besef hiervan. Reeds eer hij Gethsemané inging greep hem de benauwdheid hierover aan, en toen hij hangende en reeds half stervende aan het Kruis, den smaad der ontheiliging naderen voelde, is onze Heiland, niet natuurlijk naar zijn heilig Zoonschap, maar als Zoon des menschen onder de bangste klacht die tegen hem uitging, hem aangreep en overweldigde, bezweken.

Het is geen schijn geweest, dat Jezus in zijn sterven onze schuld en onze zonde droeg. Dan toch zou ook onze redding en verlossing slechts schijn gebleven zijn. Neen, hangende aan zijn Kruig heeft de Christus ten slotte den vollen last en druk van onze zonde op zich voelen aankomen. Gevoeld hoe die ontzettende, doodelijke last hem aangreep, en in zichzelf ter neder sloeg. En alleen doordien de Vader hem in die bangste ure aangreep, ophield en als in genade droeg, is wat hem met vernietiging bedreigde, ten slotte in zalige overwinning overgegaan. En dit niet omdat de Christus zelf die fiuale overwinning door eigen kracht van zich liet uitgaan, maar wijl hij in de hand des Vaders was. Juist zooals het in 't aangrijpende Kruis woord "-werd uitgesproken: > Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.”

Het is — nu na de ure der verduistering, die Jezus lijden zoo verzwaarde — eindelijk dan toch de glans van hooger licht ook in Jezus ziel doordrong, dat zijn klaagtoon gestild wordt, dat zijn bange innerlijke verschrikking tot stilstan.d en tot ruste kwam, dat de strijd van den Man van Smarten volstreden is, en dat hij als ademhalende bij dat zalig gevoel van vrijmaking en verlossing, zich nu als afscheidde van zijn geestelijke zeltvernietiging, om thans innerlijk geheel de ziel weer naar zijn Vader op te hefF.n, Hem te danken, dat er vrijmaking gekomen is, en zich in dat zalig gevoel van vrijmaking met zijn Vader te verheerlijken en zoo in de gemeenschap met zijn Vader de teederste gewaarwording van geestelijke levensvernieuwing te herwinnen

Het was aan het bange Kruis metterdaad voor Jezus tot geestelijke zelfvernietiging gekomen. Zelf de heilige en reine, had hij den Jast onzer zonden op zich genomen, had onder dien last onzer zonde zich nedergebogen en als vernietigd, en alsof hij zelf de schuldige ware, had hij al den last van onze zondenschuld en den jammer van onze zelfvernietiging, niet in schijn, maar ten volle en wezenlijk, op zich laten nederkomen, er zich onder neergebogen, en was er a!s onder bezweken. Een geheel onschuldige kan voor een boozen schuldige in het gerecht gaan, en diens straf op zich overnemen. Hij blijft dan rein, hem kleeft geen enkele smet aan. PJaatsbekleedend is zijn geheele bezwijken, en het is in zulk een plaatsbekleedenden zin, dat ook Christus voor ons intrad, doch dan ook alleen door inderdaad en in waarheid 't alles voor ons te boeten en te dragen.

En hierin juist schuilt nu hier het machtig aangrijpende. Zooals Jezus het lijden der strafife doorstond, zou nooit eenig menschenkind het doorstaan of geleden hebben. Jezus gevoelde veel dieper, veel inniger, veel aangrijpender. Wij zouden door wat wij persoonlijk leden nooit en nimmer het lijden wat alleen den zoen kon brengen, hebben kunnen dragen, zonder er onder te bezwijken. En dit nu juist is het zielsaangrijpende van het Kruis van Golgotha, dat hij die aan dit Kruis stierf, het schuldige Jijden tot in zijn diepste en bitterste kern gedragen heeft, en dat hij toch, wijl hij de Zone Gods was, na dit alles door den Vader kon worden aangegrepen en als in vernieuwd leven kon worden verheerlijkt.

Het bezielende en aangrijpende ligt hier in 't plaatsbekleedende. Niets is den Christus aan het Kruis gespaard. In niets is zijn heerlijkheid bij de betaling voor onze zonde ontzien. Banger, zwaarder en angstiger lijden dan Jezus op Golgotha doorzwoegde, is niet denkbaar, Zelfvern-etiging is hier geen te sterke uitdrukking. En de heerlijkheid school nu juist hierin, dat waar de Christus plaatsbekleedend tot het zelfde veroordeeld wordt, wat ons voor eeuwig zou vernietigd worden, hij geheel hetzelfde nog dieper en nog banger lijdt, en nog in voller en angstiger zin doorstaat, doch dat onder dit alles ook de Vader hem in zijn hand houdt. In God Drieéenig trad ook nu geen zweem van scheiding in. De Zoon bleef met den Vader en den Heiligen Geest in onuitsprekelijke hoogheid ééa. Maar er was nu eenmaal de menschwording ingetreden, en als mensch geboren, onderwierp zich de Christus vanzelf aan wat de mensch ondergaan eu lijden kon. Dat lijden nu-ging bij Jezus dieper dan 't ooit bij eenig menschenkind gegaan was. Het bangste kwam te midden der verschrikking dat zielelijden der innerlijke zelfvernietiging op den Christus neder, omdat de Curistus zich aan dit schier onheilige lijden onderwierp, om als Man van Smarten zijn Verlosserstaak te voleinden. Van schijn is hierbij geen sprake geweest. De Christus heeft in die laatste oogenblikken aan het Kruis, ter redding van Gods uitverkorenen, zich tot in geestelijke zelfvernietiging overgegeven. Het kwam ten slotte tot een van God verJaten zijn. Lama Sabachtani. Wat dit bitterste Jijden voor den Christus geweest i.s, zal nooit ééa onzer ten volle verstaan. Alleen de Christus zelf heeft die insnijding tot diep in zijn geestelijk wezen gevoeld. Alleen de Vader redde en hield hem. En vandaar dat heerlijke Kruiswoord, dat Lukas ons ovefbracht: „Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 maart 1920

De Heraut | 4 Pagina's

„Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 maart 1920

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken