Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het goddelijk karakter van het recht - pagina 26

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het goddelijk karakter van het recht - pagina 26

Rede uitgesproken ter inwijding van den leerstoel in het staatsrecht, de rechtswijsbegeerte en het canonieke recht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

29 raadsbesluit van God Zeiven behouden, ook wanneer die wijding op grond van den inhoud niet kan bestaan.

Neen, niet hierin is het heilig karakter van het zoogenaamd positieve recht gelegen, dat het kopie heeft te wezen van eene andere ordening,

die liefst zou moeten heerschen, doch niet heerscht, ter-

wijl het positieve recht heerscht ook voor zooverre het geen getrouwe afdruk is.

In onderwerping aan het Goddelijk gezag; met inachtne-

ming Zijner geboden; eene zelfstandige orde te vestigen, zietdaar de hooge eere, waartoe de mensch in de vorming des rechts is geroepen; in verwerking van het door God geboden materiaal, overeenkomstig

de

door

Hem

aan de dingen gegevene bestemming, eene

nieuwe orde in het leven te roepen; op zijne beurt te mogen schepping, te weten de voor de rechtstoestanden geëischte vertolking van de gedachten Gods. En het heilig karakter van het positieve recht, naar deszelfs bestemming, is dit, dat daarin te ruischen heeft de Wet Gods, juist gelijk zij buiten dat recht en onmiddellijk tot den enkelen

mensch

komt, waardoor alzoo ook het recht een factor wordt

in de verkondiging dier Wet, en daarmee dienstbaar is aan de verheerlijking van den Heiland, tot Wien de Wet als tuchtmeesteresse leidt. Het recht, een schakel in het geheel der Wetsprediking, voerende tot den Christus, — bij de ontwikkeling dezer gedachte wensen ik, M. H., U in de laatste plaats te bepalen. Een' enkele bevreemdt het wellicht, deze hooge roeping aan het recht te zien toegekend.

Immers is, gelijk ik in den aanvang mijner

rede herinnerde, aan het recht zelfs verweten geworden het onheilig karakter

te dragen van eene bescherming van het egoïsme te zijn;

eene verdediging van het zelfzuchtig streven, dat door geen wet der liefde zich beteugelen laat. Non omne quod licet, honestum est, zoo 1

zeiden ook de ouden ) . Geenszins, dus spreekt men dan, wordt de

') L. 144 Pr. D. de regidis juris (L. 17)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1880

Inaugurele redes | 41 Pagina's

Het goddelijk karakter van het recht - pagina 26

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1880

Inaugurele redes | 41 Pagina's