Logos en ratio : beider verhouding in de geschiedenis der Westersche kentheorie - pagina 18
Rede gehouden bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt in de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
17
tot stand, zonder eenige wijziging in het karakter der elementen. Niet hierin bestaat dus de kern van het nominalisme, dat het de realiteit der begrippen zou hebben geloochend. Het behoeft dit zelfs niet te doen ten opzichte van de algemeene begrippen noch van hun correlata in het object, de algemeene soorten. Slechts de substantialiteit, volgens de St 0 a hetzelfde als de lichamelijkheid, der eerste wordt ontkend. Neen het begrip wordt 'n naam en dan nog wel zulk een naam, aan welken alle waarheidskarakter wordt ontzegd. Welk verwijzingsmoment er ook in moge liggen, het begrip biedt niet meer waarheid omtrent iets. Is er dus reeds achteruitgang te constateeren bij vergelijking met Her a c I i t u s, nog grooter is de inzinking wanneer men let op wat P I a toen A ris tot el e s leerden. De erkenning van dit waarheidskarakter deed hen het begrip onderscheiden van het gesproken woord. Maar dit niet alleen: dit inzicht lag ook ten grondslag aan de Platonische tweedeeling van kennis en waarneming, en al nivelleerde A ris tot e les het karakteristieke verschil tusschen deze twee tot 'n geval van het overal herhaalde vorm-inhoud-schema, hetzelfde inzicht weerhield hem ervan ernst te maken met de fatale abstractietheorie. Terwijl nu Th e oph ras t u s niet meer verweten kan worden, dan dat hij het terrein voor den term "abstract" wat vergrootte, komt de St 0 a de twijfelachtige eer toe de omrastering, die begrip en voorstelling gescheiden hield, geheel te hebben omgeworpen. . De gevolgen bleven niet uit. Wat het begrip betreft scheen dan nu eindelijk de tijd aangebroken, die het proces van z'n vorming recht zou laten wedervaren. Doch waar de verbinding van begrip en waarheid was verbroken, bleef er slechts 'n genetische beschouwing over, ja waarvan? De abstractiegedachte vierde nu hoogtij, reeds spoedig terzijde gestaan door 'n soort associatiebiologie. Wat begrip heette en zich niet restloos uit de voorstelling liet afleiden, was het individu blijkbaar ingeboren: met name op religieus, ethisch en aesthetisch gebied neemt men tot de prolepseis de toevlucht. En wat de waarheid aangaat, ze werd geschapen door de synthese van waarheidlooze momenten, nl. van ingeboren en uit voorstelling geabstraheerde begrippen. Deze synthese werd voltrokken door den individueelen mensch, die als criterium dus ook slechts iets hem immanents kan gebruiken, als b.v. de vastheid der overtuiging 19). Voor de kennis der " buiten"wereld werd deze gegrond op evidentie van onmiddellijk waarnemend doorleven, alleen mogelijk bij gezondheid der zintuigen en ontbreken van werkelijke of innerlijke hindernis 20). Doch waar de mensch zoo hoog klom, dat hij goddelijk werk meende te kunnen verrichten, besloop hem al spoedig een geheimzinnige duizeling. En dan is 't wijs stil te staan. Geen wonder, dat de scepsis met haar prediking, dat het verstandig was zich van oordeelen te onthouden, na deze zelfvergoddelijking van den wijsgeer het woord sprak dat den doodmoeden mensch uit het hart was gegrepen. Logos
2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 26 oktober 1926
Inaugurele redes | 79 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 26 oktober 1926
Inaugurele redes | 79 Pagina's