Logos en ratio : beider verhouding in de geschiedenis der Westersche kentheorie - pagina 53
Rede gehouden bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt in de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
52 'k overigens niet alleen tegenover z'n metaphysica naar 't model van Lei b n i z ontworpen, maar evenzeer tegenover z'n verwarrend spraakgebruik. Immers: al frappeerde me de overeenkomst zóó, dat 'k, nog weinig van hem gelezen hebbende, wel moet vermoeden, dat toch enkele van deze gedachten in anderer werk - vooral in dat van Hu s ser I me hebben getroffen, toch is de keuze van terminologie verre van onverschillig. Want al nam 'k 'n oogenblik aan , dat Bol z a n 0 's "Vorstellung an sich" zich dekt met het dezerzijds gebruikte "waarheidsmoment", dat spreken van "voorstelling" typeert dan toch. Daardoor juist is Bol z a no niet in staat zich rekenschap te geven van de plaats welke negatie en pseudobegrip in de kennis innemen. Want instee van te spreken over 'n mislukkende en daarom of niet voltrokken Of welvoltrokken maar dan ook tot pseudobegrip voerende begripsvorming, zoekt Bol z a n 0 heil in het gebruik der termen "existeerend" en "nietexisteerend", als praedicaten die, in verband met de onderscheiding van "existentie" en "bestand" maar al te duidelijk den semi-idealistischen inslag ook van dit stelsel bloot leggen 111). AI evenzeer als de ontzegging van waarheidskarakter aan deze voorstellingen, die zoeken meer dan voorstellingen zijn, en de vereenzelviging van individueele voorstelling en aanschouwing. Om er dan nog maar van te zwiigen, dat bij de "stelling", het gesteld zijn, de Goddelijke steller die het gezichtsveld doet rusten op den logos, en de menschelijke steller, die het denkveld in den logischen vorm stelde, worden verwaarloosd 112). AI even onhoudbaar is, dat ruimte en tijd - wijl niet aanschouwing - begrip heeten! Billijkheidshalve moet echter erkend, dat niet 'n dergelijke critiek de doorwerking van Bol z a n 0 's gedachtten stuitte. Veeleer draagt daarvan alleen het sensualisme de schuld. Zelfs onder de mathematici doorgedrongen, bewerkte dit, dat het vrij vroeg bekende standpunt van den Boheemschen denker op wiskundig gebied 113) niet werd gewaardeerd. Op ander gebied ging het al precies zoo: De positieve beteekenis der nieuwere ontdekkingen tusschen 1839 en 1850 van Schwan op biologisch en Rob. Ma y erop physicaal terrein zag men al evenmin: men had slechts oog VOOT beider negatieve strekking, dus voor de bestrijding van het vitalisme in de biologie en die der chemische opvatting van de warmte: zoo wordt aan wat juiste begrenzing der gezichtsvelden van beide wetenschappen kon voorbereiden voorloopig alleen steun ontleend voor eigen onhoudbare opvattingen, die ten slotte den aan beide zijden totaal onwijsgeerig gevoerden strijd voor en tegen het materialisme deden ontbranden. Het vitalisme van Ru dol f Wa g n er sloot 'n Aristotelische kenleer en een supra-natureele opvatting van het geloof in, daarentegen beweerde V 0 g t, dat de gedachten stonden tot de hersenen als de gal tot den lever en de urine tot de nieren 114). De metaphysica bracht het in Fe c h n e r niet verder dan tot een, door de natuurphilosophie van 0 ken geïnspireerd animisme, dat geest en natuur als innerlijk en uiterlijk verbond, en daarom vitalistische
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 26 oktober 1926
Inaugurele redes | 79 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 26 oktober 1926
Inaugurele redes | 79 Pagina's