Barthianisme en katholicisme - pagina 25
Rede gehouden bij de aanvaarding van het ambt van buitengewoon hoogleeraar in de faculteit der godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
is een stem der openbaring vanuit de schepping, die zelfstandige beteekenis heeft. Neen, er is alleen de openbaring Gods vanuit het Woord. De kosmos is in zichzelf "stumm" , zooals Barth met nadruk uitspreekt. Dat de hemelen Gods eer vertellen, valt niet uit de tekst van den kosmos af te lezen, maar is een uitspraak, die in de tekst van den kosmos wordt "hineingelesen". "An sich und als solcher wäre der Text des Kosmos stumm" zegt Barth met een beroep op Psalm 19 vers 4 69). Het gaat in de "Nebenlinie" dan ook volgens Barth niet om een "kennis" van den natuurlijken mensch, maar om een interpretatie van den kosmos en van den natuurlijken mensch in het licht van de centrale openbaring. Het gaat niet om een waarheid, die den mensch in de kosmos op de een of andere manier eigen is, maar om transcendente waarheid 70), ja, Barth gebruikt hier zelfs het woord: "imputatie·'. Het gaat hier om een toebehooren aan Jezus Christus, dat nog geheel buiten geloof en ongeloof omgaat, om Zijn macht, bevoegdheid over àlle creatuur als "Raum der Offenbarung". Men kan ook zeggen, dat de uitspraken van de Heilige Schrift over de nevenlinie ten diepste eschatologisch te verstaan zijn 71). Ik aarzel niet deze exegese ontstellend te noemen. Ze is boordevol van constructie en zoo dogmatisch bepaald, dat er feitelijk van exegese geen sprake meer is. Het is noodzakelijk dit te constateeren, juist omdat Barth hier de natuurlijke theologie bestrijdt. Wie van deze natuurlijke theologie allerminst een aanhanger is, loopt gevaar alle argumenten tegen deze theologie toe te juichen. Men zie toe, niet in dit euvel te vervallen, ook niet in de antithese ten opzichte van het Katholicisme, want foutieve "hineingelesen" exegese wreekt zich altijd en trekt het beeld der theologie straks weer op een andere plaats hopeloos scheef 72). Men lette slechts op de manier, waarop Barth zich rekenschap geeft van de teksten der "Nebenlinie". Hij moest zich in dit verband wel bezinnen op de scheppingsgeschiedenis. Hij plaatst deze Schrift gegevens over de schepping in een eigenaardig licht. Hij ziet de schepping van den mensch naar het beeld Gods als een existentie van den mensch in het licht van een gebeuren, dat hem als zoodanig transcendent is. Hij wijst op de oase Eden in de wereldwoestijn en beschouwt het verbod om eigenmachtig naar de onderscheiding tusschen goed en kwaad te grijpen als een openbaring van het feit, dat reeds in het paradijs de strijd tegen de genade als de eigenlijke zonde wordt aangeduid. En
23
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1940
Inaugurele redes | 51 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1940
Inaugurele redes | 51 Pagina's