Twee-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 55
LUI
•verschijnselen, het wezen i©n de waarde der menschel^ke kennis t r a c h t e n te bepalen en t e verklaren. Men kan zich weliswaar met opzet beperken tot zoogenaamde positieve wetenschap, maar deze beperking is altijd min of meer willekeurig, en de •geschiedenis der wetenschap heeft voldoende getoond, dat de innerlijke drang van het leven steeds weer henen drijft naar de overdenking der diepe problemen, waarvoor de geest, als het ware ondanks zich zelven, zich telkens bij vernieuwing geplaatst ziet. Of men h e t -wil of niet wil, achter de physica blijven steeds de metaphysica hunne plaats behouden. E n ik ^cht het wenschelijk, idat studenten niet alleen op de philosophische colleges, maar ook bij het onderwijs in de bijzondere wetenschappen aangaande de diepiere beginselen worden ingelicht. Indien dat aan de universiteiten niet geschiedt, waar moet het dan plaats vinden'? De Vrije Universiteit heeft het voordeel, dat zij voor al h a a r onderwijs staat op den grondslag van in de Statuten aangegeven beginselen, die ruimte genoeg laten voor indL'vidueele overtuiging in ondergeschikte punten en, bij trouwe naleving, de noodige eenheid waarborgen. Dat deize beginselen ook in eene natuurkundige faculteit grondslag kunnen zijn voor en richting geven aan het onderwijs, heb ik, voor zoover het in eene samenkomst als deze mogelijk is, naar ik vertrouw, in groote trekken duidelijk gemaakt. Ik moet echter ten slotte nog enkele niet onbelangrijke bedenkingen trachten te ondervangen; in de eerste pla-ats deze: d a t de vooropgezette beginselen het eigenlijke onderzoek in den weg zullen staan, dat men, zich verg'enoegende met die algemeene grondstellingen, niet verder, althans niet ver genoeg in het wezen der natuur zal willen doordringen. Deze bedenking is niet ongegrond: het gevaar bestaat inderd a a d ; reeds Groen heeft er, op zijn gebied, tegen te kampen gehad. Het heeft echter zijnen gTond niet in de beginselen zelf, maar in de onjuiste opvatting daarvan en in zekere traagheid van den geest; het woord beginselen zelf duidt reeds' aan, dat er eene uitwerking en toepassing bij behooren, zooals de wortels wijzen op een plant, die er uit vOiortkomt, de fundamenten op een gebouw, d a t er op gecionstrueerd moet worden. Hoe de beginselen, die ik noemde, en andere dergelijke, h e t onderzoek der natuur in den ruimsteïi omvang in den weg zouden staan, is moeilijk in te zien. M n mag veeleer verwachten, dat zij nauwgezette studie bevorderen, daar zij niet alleen intellectueele en practische, maar bovenal ook zedelijke waarde aan de wetenschap verleenen. Wanneer iemand een architectonisch ge^ oonstrueerd gebouw, eene fabriek, een zeer samengesteld werk-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Jaarboeken | 265 Pagina's