Twee-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 41
XXXIX
b a n d houdt, doch niet alléén daarmede. Men kan echter uit deze opgaven niet besluiten tot de volledigie kosten dezer laboratoria. Ik heb, om 'dit te toonen, onze Staatsbegrooting' over hetzelfde jaar nagegaan, en vond, dat voor Leiden alleen reeds voor conservatoren, assistenten, amanuenses, machinisten enz. a a n de instituten en laboratoria, voor d e vier vakken waar ik van spreek: de natuurkunde, de scheikunde, de dierkunde en d e plantkunde, e e n e s o m v a n r u i m / 60.000 s t o n d u i t g e t r o k k e n . Nu neemt Leiden onder onze Rijks-universiteiten in vele opzichten een bijzondere positie in en kan daarom niet als eenige maatstaf van vergelijking idienen. Laat mij dus do kleinste Eijks-universiteit daarnaast mogen stellen. In dezelfde begrooting vond ik ten behoeve van de universiteit te Groningen voor assistenten, amanuenses, instrumentmakers, bedienden enz., werkzaam bij het onderwijs in de genoemde vier vakken, uitgetrokken de som van ruim / 21.000, derhalve slechts een derde deel van wat voor Leiden geraamd was. M o e t eene faculteit voor de wis- en natuurkunde aan de Vrije Universiteit naar denzelfden maatstaf zijn ingericht? Die vraag zou ik niet in bevestigenden zin durven beantwoorden. Het is bekend, dat geene der vijf faculteiten in de laatste dertig jaren de eischen voor h e t wetenschappelijk onderwijs hooger heeft zien stijgen dan die der wis- en natuurkunde, en d a t niet alleen in ons land, maar niet minder rlaiarbuiten. Vergelijkt men de begrooting voor 1910, waaraan ik de bovengenoemde cijfers voor de kosten van assistenten, amanuenses, enz. voor de natnurkunde, de scheikunde, de dierkunde en de plantkunde heb ontleend, met de begrooting voor 1877, h e t eerste jaar n a de invoiering van de wet op het hooger ondetrwijs, ten opzichte van dezelfde posten, dan vindt men: voor Leiden in 1877 / 30.000, in 1910 / 62.000; voor Groningen in 1877 / 4.300, in 1910 f 21.000; voor Leiden dus n a 83 jaren het dubbfele, voor Groning'en h e t vijfvoudige bedrag. In 't voorbijgaan merk ik op, d a t het bedrag, 'twelk Leiden voor assistenten bij de natuurkundige faculteit besteedt, vrijwel even groot is als het geheele budget van de Vrije Universiteit. Nu kan men m. i. aan de Vrije Universiteit wel toegeven, d a t men haar, ciene pas opkomende particuliere inrichting, ten opzichte van de uitrusting eener natuurkimdig© faculteit niet dezelfde eischen mag' stellen als aan eene eeuwen lang bestaande Staatshoogeschool, maar a a n den anderen kant moet ook de Vrije Universiteit zich m. i. op het standpunt stellen, d a t zij niet volstaan kan met ©ene uitrusting, die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Jaarboeken | 265 Pagina's