Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Twee-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 52

3 minuten leestijd

L

oplossing van d i t diepe vraag'stuk voor den mensch te vinden is, zal zij gezocht moeten worden in de richting, die heenwijst naar den geest als het primaire. D,e theorie van het parallelisme, door velen tegenwoordig weer gevolgd, geeft geene verklaring, het materialisme nog minder. Vele natuuronderz'Oekers en natuurphilosofen onzer dagen noemen zich monist, een term, die tot veel verwarring aanlei'ding geeft. Verstaat men onder monisme een stelsel, volgens hetwelk er in den grond slechts ééne werkelijkheid is, .lan is ook de Christelijke belijdenis monistisch, daar zij erkent, d a t al h e t geschapene, de geheiele natuur, alleen door en in G-od bestaat, dat zij geen primaire werkelijkheid, geen zelfstandig zijn heelt, want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Zóó wordt echter het monisme door hen, die zich monisten noemen, in den regel nilet verstaan; zij beweren, dat het universum, al wat bestaat. God en natuur, energie en stof, g-eest en lichaam, één absoluut en eeuwig vrezen zijn. Dan is er van een Goddelijk wezen buiten de natuur e^^ van eene schepping natuurlijk geen sprake. Het tweede door ons bieleden beginsel houdt in, dat door den wil van het zelfbewuste, pe5*soonlijke Goddelijke Wezen de n a t u u r met alles wat zij bevat, met alle krachten en werkingen, is v o o r t g e b r a c h t , en aan grenzen, orde en wet gebonden. De dingen in de n a t u u r en de geheele natuur zelf hebben zekere relatieve zelfstandigheid; hun is een bepaalde aard en zoo t e zeggen de bevoiegdbieid gegeven om naar dien aard bestendig dezelfde t e zijn en eene vastgestelde onderlinge werking ,te oefenen, waardoor h e t geheel in stand blijft en in de veelheid eenheid, in de afwisseling bestendigheid toont. Door deze orde en regelmaat in de natuur, of, wil men, door deze wetten, waarnaar zij werkt, is ervaring en kennis, is het vooruitziende menechelijke handelen mogelijk, kan J e wetenschap als een systeem der natuur worden opgebouwd. Deze eenheid en harmonie in de wereld is h e t werk Gods in de schepping; in zooverre kan de natuur volgens Calvin God genoemd worden. Hij heeft h a a r niet slechts eenmaal geschapen, zóó, d a t zij daarna uit zichzelf en l'niten Hem zou bestaan; maar Hij is het, 'die voortdurend h a a r onderhoudt, in stand en wezen blijven doet, onder wiens bestuur en voorzienigheid alles geschiedt. De orde in de natuur is niet, zooals Spinoza beweert, zelf de voorzienigheid Gods; zij is Zijn w e r k , van het begin af en bij voortduring. God. is in de natuur, is immanent jn haar, en de natuur is. in God; God omringt ons, is nergens buitengesloten, maar ook wij leven en bewegien ons in Hem,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Jaarboeken | 265 Pagina's

Twee-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Jaarboeken | 265 Pagina's