Twee-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 51
XLIX
h e t onderwijs in de natuurkundige faculteit a a n de Vrije Universiteit m. i. op den voorgrond treden. In de eerste plaat? noem ik dan het groote en alles beheersohende bieginsel, d a t uitgesproken s t a a t in h e t eerste vers van den Bijbel: „In den beginne schiep G-oid den hemel en de aarde", d a t wil zeggen, niet alleen d a t alle dingen den grond van h u n bestaan hebben in God, zooals ook de pantheïst kan verklaren, m a a r dlat zij door den wil van een persoonlijken God eenmaal in het aanzijn geroepen zijn. Een tweede beginsel houdt in, dat alle dingen door Gods w i l zóó geschapen z^jn, dat ze een geordend geheel vormen, waarin heb eene deel op het andere is aangelegd, dat zij een bepaalden a a r d en eigenschappen, immanente krachten en werkingen bezitten. Als derde beginsel noem ik dit, d a t de Schepper de dingen naar hun wezen en eigenschappen, met hunne krachten en werkingen, voortdurend onderhoiudt on regeert naar Zijne eeuwige voorzienigheid en door Zijne oneindige kracht. Een vierde beginsel is, d a t de mensch het vermogen ontvangen heeft om de dingen naar h u n a a r d en wezen, binnen zekerie grenzen, te kennen en te beheerschen, en den innerlijken drang en den plicht, om dat vermogen te gebruiken naar Gods' wil. Voor h e t doel, mij dezen middag gesteld, a c h t ik h e t voldoende, deze beginselen met name te noemen. Het gebied, d a t zij beheerschen, is ze'er groot; de tegenstelling m e t t a l van theorieën, die in den tegenwoordigen tijd op den voorgrond treden, het verband met vraagstukk'Sn. die aan de orde van den dag zijn, treedt scherp in het licht. Laat mij slechts op enkele wijzen. Uit het eerste beginsiel voJgt, d a t de verhouding' van stof en geest niet absoluut dualistisch kan zijn; zij s t a a n niet zóó tegenover elkander, d a t er van alle eeuwigheid af geen gemeenschappelijke grond zou zijn; maar evenmin zijn zü zóó nauw verbonden, d a t geest zonider stof en stof zonder geest ondenkbaar zou wezen: God is (een) geest en d o o r s c h e p p i n g de Vader der geesten van alle vleesch; maar door Gods wil is ook de 'stof in 't aanzijn geroepen; beide hebben dus hunnen grond in God, idie alleen geest, geien stof is. Dit moet vaststaan als heuristisch beginsel btq' het onderzoek naar de verhouding van stof en geest, naar de werking van den een op de andere en omgekeerd; d i t onderzoek zelf wordt doior: het beginsel geenszins overboidig gemaakt. Stof is geen geest en geest is geen stof; hoe beide op elkander kunnen werken, terwijl zii geheel verschillende bestaanswijzen en eigenschappen hebben, is voor o-Qs t o t nog toe opLbe^grijpeHik, maar zoo eene 4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Jaarboeken | 265 Pagina's