Twee-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 47
XLV
De mienjschheid is niet begonnen met wetenschap in den tegenwoordigen zin van het woord. Dte eerste geslachten der menschen namen de n a t u u r waar, niet aJleen met h u n zintuigen en hun. verstand, m a a r meer nog met h u n gemoed en hunne verbeelding. Ieder ding' op zich zelf boezemde hun jninder belang in, dan h e t geheel der dingen; zq t r a c h t t e n bot kennis van dat geheel, van den kosmos, de wereld Le komen, niet door nauwkeurige ontleding y^n het waargenomene als verschijnselen, maar donr intuïtiei het weziei'n der dingen t e v a t t e n ; zij streefden n i e t i n •de eerste, plaats naar eene nauwkeurige kennis van wat bestaat, m a a r veel meer verlangden zij te kennen den oorsprong en het ontstaan der wereld. De wetenschap der natuur begint met kosmogonieën en wijsgeerige bespiegelingen. Van ons tegenwoordig standpunt met geringschatting op d i t streven der eierste menschengeslachten neer t e zien, getuigt niet van inzicht in het wezen der menschelijke iiatuur, zooals d a t nog steeds in den ontwikkelingsgang van lederen individueelen mensoh zich opnieuw openbaart. Nauwkeurige waarneming en ontleding der diugen onderstellen voorafgaande denkbeelden, voorstellingen, overwegingen, welke leiden tot het stellen van vragen, waarop men een antwoord verlangt. Analyseeren zonder doel is geen aoaly.seeren; de ontleding onderstelt eenige kennis van het geheel, waarvan men de deelen wil losmaken om het geheel beter te leeren kennen. Hetzelfde geldt van gezette waarneming: ook zij onderstelt eene algemeene kennis, die niet bevredigt. H e l t a l g e m ' e e n e g a a t v o o r a f a a n h e t bij ï i o n d e n e ; tus.schen beide bestaat echter eene wederkeerige werking, zoodat nauwkeuriger kennis van de deelen leidt tot nauwkeuriger kennis van h e t geheel, en diepere kennis van het geheel t o t diepere keunis van de deelen. De geschiedenis dezier wederkeerige werking is de geschiedenis der natuurwetenschappen zelf. Op de synthetische methode volgt de analytische, en wannejen deze in den loop der tijden op den achtergrorud treedt, komt de analytische meer naar voren, ofschoon nooit de eene zonder de andere bestaat. Wanmeer nader onderzoek nieuwe feiten aan h e t licht heeft gebracht, worden de hypothesen en theorieën opgesteld om. dezen feiten hunne plaats toe te wijzen in het reeds verworven geheel der kennis, d a t daarbij ook als geheel dikwijls ingrijpende wijziging ondergaat. De waarnemingen worden intusschen hoe langer zoo uitgebreider en nauwkeuriger, en om deze te verkrijgen, worden werktuigen en instrumenten bedacht, die het gebrekkige en onvolledige der zintuiglijke waameminig t e hulp komen. Met hulp dezer scherpzinnig uitgedachte middelen wordt dan geëxperimenteerid, d. w. z. worden waamemin-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Jaarboeken | 265 Pagina's