Twee-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 45
XLIII
iDreiding van het aantal faculteiten viexmeieixiert, mag men toch verwachten, 'dat ook de tegemoetkoiming in de kosten daarvan zal klimmen. Het Eijk geeft voor ieder zijner drie universiteiten gemiddeld één millioen gulden ruim u i t ; voor de Vrije Universit e i t wordt door het Kijk -gfj van die som besteed. Toch kan men niet ontkennen, d a t de Vrije Universiteit eene serieuzie instelling is, niet maar voor de leus in het leven getoepen; men erkent, d a t de dissertaties, door hare doctorau'di gepubliceerd, over het algemeen in waarde niet minder zijn dan die der openbare universiteiten; men weet, d a t zij er ernstig naar streeft zich uit te breiden tot vijf faculteiten; zij staat onder toezicht van commissarissen, door de Regeering benoemd. Levert d a t alles nog geen voldoenden grond op om deze krachtige uiting van het particulier initiatief op h e t gebied van h e t universitair onderwijs va,n Staatswege op veel ruimere schaal te gemoet t e komen dan thans geschiedt? Op de rechtsgronden voor zulk eene ruimere tegemoetkoming wil ik thans niet ingaan, evenmin op de wijze, waarop zij zou kunnen verleend worden; deze beide onderwerpen zijn van zulk een omvang, d a t het niet aangaapt, die in enkele minuten te bespreken. Toch is er één punt, idat ik niet voorbij mag gaan. De vraag is namelijk bij meer dan één gelegenheid besproken, of h e t niet mogelijk zou zijn, met de stedelijke Eegeering een contract te sluiten, waarbij verkregen werd, dat de faculteit der wis- en natuurkunde aan de Vrije Univei'siteit gebruik kon maken van de laboratoria en hulpmiddelen, voor de gemeentelijke universiteit door het gemeentebestuur opgericht of aangeschaft. Of ook, indien dat niet ging, dat het Eijk laboratoria en hulpmiddelen verschafte, waarvan naax vaste regelen de gemeentelijke universiteit en de Vrije Universiteit gebruik zouden kunnen niaken, wat. dan te gelijk de stad van een deel der zware lasten, die een eigen universiteit haar oplegt, zou ontheffen. Kon zulk eene regeling gevonden worden, dan zou zij zeker in menig opzicht aanbeveling verdienen, 't Komt mij echter voor, dat, zelfs bij welwillende medewerking van h e t Gtemeentebestuur, zulk eene schikking niet te vinden zal zijn, en, kwam zij voorloopig tot stand, op den duur zou blijken niet aan de verwachting te voldoen. Wat het gebruik van den Hortus botanicus betreft, kan ik mij voorstellen, dat een weg zal kunnen worden gevonden, die het ook aan de Vrije Universiteit mogelijk maakt, van ideze inrichtin^g te pjrofiteeren. Evenze;er laat h e t zich denken, d a t met het Grenootschap „Natura artis magistra'' eene overeenkomst gesloten wordt, waardoor ook de Vrije Universiteit voor het onderwijs in de dierkunde van dé schatten van „Artis'' voor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Jaarboeken | 265 Pagina's