Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Twee-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 54

3 minuten leestijd

Lil

en ijdel kan zijn. Ook dezen arbeid wacht loon van God. Het waren sleclits enkele opracrkingen, M. H., die ik t o t toelichting der stellingen kon geven. Ze verder uit te werken ligt buiten het bestek van deze n^eetingIk verwacht echter tegen mijn betoog eene niet onbelangrijke tegenwerping. Laat h e t zijn zooals gij beweert, zal men mij antwoorden, wij willen daarover niet twisten, maar die beginselen behooren niet tot het gebied der natuurwetenischap, doch tot die der natuurphilosophie en der theologie. Inderd a a d : ik kan niet ontkennen, dat er aan onzie openbare universiteiten voortreffelijk onderwijs gegeven wordt, door hoogleeraren uitstekende handboieken geschreven zijn, waarbij of waarin van deze e n dergelijke beginselen niet geeproken wordt; maar h e t komt mij voor, d a t die beperking min of meer willekeurig is en niet op wetenschappelüke, m^aar op practische gronden berust. Wanneer ik d a t beweer, stel ik op den voorgrond, dat ik niet van eenig onderdeel van een vak, maar van de natuurwetenschap als geheel spreek. En dan komt het mij voor, d a t wie hooger onderwijs geeft in eenig deel der natuurwetenschap, zich rekenschap behoort te geven van hetgeen hij onder w e t e n s c h a p en onder n a t u u r verstaat. Wie dat doet, komt terstond op h e t gebied der philosophie, met hare talrijke beschouwingen en 'stelsels, die vooral in de laatste twee eeuwen in h e t bij zonder ook betroffen de beide genoemde begrippen: wetenschap en natuur. Of men a l beweert: wij hebben met die b e g r i p p e n niet noodig, d a t laten wij over a a n de scholastiek, die voor ons afgedaan heeft, het b a a t niets. Welke waarde men t e n opzichte der realiteit aan begrippen moet toekennen, laat ik thans geheel in het midden, maar d a t voor het loigisch denken vorming, 'verbinding en scheiding van begrippen onmisbaar is, kan toch moeilijk worden betwist. En nu weet ik wel, d a t etr betreffende het antwoord o p de vragen: wat is wetenschap, w a t is natuur, groot verschil bestaat, maar d a t kan toch niemand, die hooiger onderwijs in de natuurwetenschap moet geven, ontslaan van den wetenschappelij ken plicht om voor zich zelven t o t helderheid te komen aangaande den zin d e z e r wooipden, niet minder dan van andere termen, die hij in zijn onderwijs voortdurend in denzelfden zin moet gebruiken en daai-o^m zoo helder mogelijk omschrijft. Doet hij dit, dan komt hij vanzelf op h e t terrein der logica en van de philosophie in het algemeen. Daarenboven: geheel ons cultuurleven en in het bijzonder de wetenschap brengt een ieder, die in dat leven vooraan staat, voortdurend in aanraking met systemen, theorieën, hypothesen, die h e t ontstaan en h e t wezen der dingen, het verband der

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Jaarboeken | 265 Pagina's

Twee-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 54

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Jaarboeken | 265 Pagina's