1943 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 79
73 aarde, de zon, de maan en de vijf met het blootc oog zichtbare planeten In overeenstemming met de leer van Aristoteles, dat de aarde het middelpunt der wereld was, waren zij van meening, dat de andere hemellichamen banen om de aarde beschreven Ook stond voor hen vast, dat dit cirkels moesten zijn, omdat zij meenden, dat dit de meest volmaakte baan was. Verder hadden zij uit de grootte van de dagelijksche verplaatsing tusschen de sterren afgeleid dat de maan het dichtst bij de aarde en dat Saturnus er het verst van verwijderd was De Grieken meenden, dat de zeven genoemde hemellichamen hun banen om de aarde beschreven in de volgorde. Maan, Mercurms, Venus, Zon, Mars, Jupiter en Saturnus. De waarneming leerde, dat de beweging tusschen de sterren niet eenparig was. Bij Mars, Jupiter en Saturnus nam men waar, dat deze zich ten opzichte van de sterren een tijd lang verplaatsten in de richting west-oost, dat zij daarna stil stonden (stationair waren), vervolgens eenigen tijd zich m tegengestelde richting bewogen (een retrograde beweging hadden) en dat zij daarna weer m de oorspronkelijke richting hun weg vervolgden. Zoo ontstonden lusvormige banen. Vasthoudend aan de opvatting van Aristoteles, dat iedere beweging in de natuur noodzakelijkerwijze een cirkelbeweging moet zijn, meende Ptolemaeus, dat deze lusvormige banen ontstonden uit de samenstelling van twee cirkelbewegingen. De planeet zou een cirkel daarloopen (een epicykel), welks middelpunt een cirkelbaan met de aarde als middelpunt zou afleggen Met behulp van een figuur kan men gemakkelijk aantooncn, dat de samenstelling van twee dergelijke cirkelbewegingen inderdaad een lusvormige baan oplevert Het was een zeer ingrijpende verandering, toen Copernicus hiertegenover de opvatting verdedigde, dat de zon in het middelpunt zou staan en dat de aarde met de vijf planeten banen om deze zon zouden beschrijven Ptolemaeus had verklaard, dat de opvatting, dat de aarde zich door de ruimte zou bewegen, ongerijmd en ,.uiterst belachelijk" was Het was dan ook wel een gewaagd voorstel, dat de domheer van Frauenburg deed, maar hij kon aantoonen, dat de verklaring der hemelverschijnselen er veel en veel eenvoudiger door werd. Copernicus stelde dus de zon in het middelpunt der wereld. Hij onderscheidde zeven sferen. Hij meende, dat alle sterren zich op denzelfden afstand van de zon bevonden. Zij zouden bevestigd zijn aan de eerste, d.i de buitenste sfeer, die onbeweeglijk was. De zes andere waren noodig voor de verklaring van de beweging van de aarde en de vijf planeten. Deze beschreven alle banen om de zon,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1943
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1943
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's