1943 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 131
125 Terecht merkt Tuinstra op, dat wanneer wij het specifiek-Chns telijke gaan beschouwen als algemeen-menschelijk, het zijn bijzondere waarde verliest. Tuinstra's oplossing van dit zeer interessante probleem is de volgende Wij menschen bewegen ons op de grens van tijd en eeuwigheid, op de grens van de wereld der begrensdheid en onbegrensdheid Gebonden aan de aanschouwmgsvormen van ruimte en tijd kunnen wij ons slechts uitdrukken wanneer we gebruik maken van deze categorieën Dit geldt ook, wanneer wij willen spreken over dingen uit de wereld der onbegrensdheid de eeuwigheid Wi] kunnen dus slechts spreken over de eeuwigheid, door gebruik te maken van symbolen. De mensch, gebonden aan ruimte en tijd, doet toch steeds pogingen om boven deze dingen uit te stijgen en zich te verdiepen in de dingen, die met van deze aarde zijn, als het ware de sluier op te lichten, die hem scheidt van de kennis der eeuwige dingen W a a r de mensch staat op de grens van tijd en eeuwigheid, staat hij dus als mensch met een zekeren zielenood. Eenerzijds vastgehouden door zijn eigen aanschouwmgsvormen, anderzijds met den wensch zich daarvan los te maken en te begrijpen de dingen die boven zijn In deze situatie verleent het symbool een bemiddelende functie Het symbool dient dus in de eerste plaats om in onze gegeven werkelijkheid een andere werkelijkheid aan te duiden Daarnaast bezit het symbool de eigenschap, dat het gepaard gaat met angst, omdat WIJ voelen, dat achter dat symbool een wereld ligt van onbegrensdheid, waarvoor we huiveren. Voorts heeft het symbool de functie om den inhoud, die het aan wil geven, verborgen te houden Voor deze wereld moet verborgen blijven, datgene wat tot die andere wereld behoort Vandaar de onbegrijpelijke ceremoniën m de primitieve religies het gebruik maken van een vreemde taal bij de gewijde handelingen Tenslotte is het symbool bestemd om den mensch van zijn conflict te verlossen — het geeft de voldoening, dat wij het ,,Ganz Andere ' gevat hebben, het is bemiddelend tusschen de twee werelden het IS tegelijk goddelijk en menschelijk, denk b v aan de verschillende heilandsfiguren. Het symbool kan echter slechts symbool zijn, wanneer er een bijzondere relatie bestaat tusschen symbool en dengene, die het symbool aanneemt De mensch beschouwt het symbool niet als symbool maar houdt het voor volle werkelijkheid Zoodra het als symbool wordt erkend, verliest het zijn bemiddelende functie Ik heb U genoemd de kenmerken van het symbool, zooals Tuinstra die heeft gevonden in psycho-analyse, mythe en primitieve religie Maar Tuinstra gaat nog verder en past deze eigenschappen ook toe op de symboliek van het Evangelie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1943
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1943
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's