1943 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 117
Ill het of hij er bij is geweest. Hij schetst ons de oerhorde, bestaande uit een groepje menschen van beiderlei kunne. Eén van hen was de aanvoerder, de sterke man, de vader. Hij zette zijn aanspraken, ook zijn liefdesaanspraken met geweld door. Dat duldden de zonen op den duur niet. Zij spanden samen, doodden den vader en aten hem op. Door het opeten eigende ieder der zonen zich een deel van de kracht van den vader toe (een bekend primitief-magische handeling). Deze zonen stonden dus net tegenover hun vader als wij nu. Hun gevoelsinstelling was ambivalent. Eenerzijds was er haat, afgunst, aangezien de vader de vervulling van den incestwensch in den weg stond. Maar anderzijds ook eerbied en liefde, want de vader vertegenwoordigde voor hen het symbool van macht en kracht en hij beschermde hen tegen hun vijanden. Na de moord op den vader kregen de broeders berouw. Zij kregen schuldgevoelens en wilden niets liever dan hun snoode daad goed maken en zich weer met den vader verzoenen. Hier ligt, volgens Freud, de oorsprong der religie. Ieder mensch komt in zijn jeugd weer in dezelfde situatie als zijn stamvaders. ledere zoon heeft dezelfde instelling tegenover zijn vader en moeder. Dus voelt hij schuld. Verboden wenschen, incest, moord, kannibalisme, verdringt hij. Hij wil zijn schuld verzoend hebben, en projecteert zich nu een hemelschen vader, die de deugden van den aardschen vader in idealen vorm bezit. Het aardsche conflict, dat niet op te lossen is (de cultuur verbiedt het incest, de moord en het kannibalisme) •wordt nu geprojecteerd op een hooger plan. Daarom is de religie een illusie. Zij bevat voor den mensch de vervulling van zijn wenschen: verzoening met den vader, vereeniging met de moeder (denk aan de Maria-vereering), de belofte van een heerlijk leven in het hiernamaals, enz. Toen de broeders in de oerhorde de moord op den vader hadden bedreven, kregen zij niet alleen berouw, maar ook kwamen zij tot de ontdekking, dat zij gevaar hepen op dezelfde wijze behandeld te worden. Om dit te vermijden spraken zij af om in het vervolg den doodslag te verbieden. Zoo kwam de moraal in de wereld, zegt Freud. Religie en moraal zijn ten nauwste met elkander verbonden. De verboden van de moraal zijn later voorgesteld alsof ze door God waren gegeven. Dit deed men om meer kracht er aan te geven. Maar Freud betreurt deze verbinding van gebod en God zeer. W a n t wij leven in den tijd, waarin God gaat verdwijnen. Het wetenschappelijke inzicht neemt toe, het Godsgeloof neemt af. Aangezien de moraal zoo aan God is gebonden, is het gevaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1943
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1943
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's