Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 51

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 51

Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

49 wezen op den echt, door iemand vóór zijne bekeering met een' ongeloovige gesloten, welke ook na die verandering in zijn ongeloof volhardt. D3 kerkvader Augustinus en ook de kerkhervormerLutijer hebben zelfs geoordeeld, dat de Christen wel niet steeds verplicht, maar toch altijd bevoegd was, om zich in dergelijk geval van den medeechtgenoot te scheiden, terwijl die bevoegdheid ook eene verplichting werd, indiende ander, met den wandel des geloovigen niet»tevreden", hem tof afval zocht te brengen. Trouwens is Roedenbeck ook van deze meening, dat volgens den Apostel de onontbindbaarheid van het huwelijk voor heidenen niet in gelijke mate als voor anderen geldt, voor zooverre zij althans den echt gesloten hebben onder den invloed van gansch andere beschouwingen, dan Gods Woord behelst '). Is het huwelijk tol stand gekomen in het vertrouwen, dat straks die band weder kan verbroken worden, dan blijft, ten minste zoolang een derechtgenooten door ongeloof gebonden is, »objekliv... die von ihnen eingegangene Ehe, was sie von Anfang war, ein lösbares Verhaltnis" ^). Luther ging zelfs nog ééne schrede verder. In zijn geschrift Von Ehesachen (A". 1530) verdedigt hij zonder aarzeling het gevoelen, dat, als de man heimelijk zijn gezin verlaat en zelfs geen onderstand aan de zijnen geeft, het huwelijk na vruchteloos gedane oproeping, ontbonden worden mag. Eene meening, die hij ook twee jaar later in zijne uitlegging van Matthëus V—VII heeft verdedigd met de woorden: »ein solcher ist noch viel arger als ein Heide und UnglSubiger, auch weniger zu leiden, denn ein schlechter Ehebrecher, welcher, ob er gleich einmal gefallen ist, kann er sich doch wieder bessern und seine vorige Treu seinem Gemahl leisten" enz. Niet ten onrechte merkt hiertegenover Dr. Roedenbeck op, dat men nog wel op andere manieren óok dan door desertie zich sals einen Unchristen" gedragen kan, gelijk Luther trouwens in vroegeren tijd metterdaad tot analogische uitbreiding schijnt overgeheld te hebben. •) T. a. p., p. 78 en volgg. 2) T. a. p., p. 82.

4

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's